Veertig jaar na de Zesdaagse Oorlog

Op 5 juni 1967 om 07.45 uur begon de Zesdaagse Oorlog, die militair door Israel op alle drie de fronten werd gewonnen. De overwinning bracht Israel strategische diepte, maar geen vrede. En politiek heeft de Joodse staat de verdedigingsoorlog van 1967 op lange termijn eigenlijk voor een belangrijk deel verloren. In deze nieuwsbrief uitgebreid aandacht voor de achtergronden van een oorlog waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag doordreunen.

Drie basisfactoren liggen aan Israels politieke nederlaag op termijn ten grondslag:

  1. In twee van de veroverde gebieden, de West Bank en de Gaza-strook, was een omvangrijke niet-Joodse bevolking aanwezig (dit in tegenstelling tot de op Egypte veroverde Sinaïwoestijn en de op Syrië veroverde Golanhoogvlakte) die onder Israelische bezetting kwam te verkeren.
  2. De meeste Arabische staten en de Palestijnse leiders hebben van meet af aan een oplossing van de Palestijnse component van het conflict gedwarsboomd, ondanks de expliciet uitgesproken Israelische bereidheid om grondgebied voor vrede te ruilen, een bereidheid die ook in de praktijk werd gebracht na de vredesverdragen met Egypte en Jordanië.
  3. De Israelische nederzettingenpolitiek, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw begon (en die door zowel linkse als rechtse regeringen werd gevoerd) werd door de internationale gemeenschap als illegaal veroordeeld.

In het kader van de vredesverdragen met Egypte en Jordanië ontruimde Israel de gebieden die op die landen waren veroverd en die ook rechtens aan die landen toebehoorden. Beide staten hebben geen territoriale aanspraken meer op Israel. Met Syrië werd nog geen vrede gesloten, maar Israel ontruimde na de Jom Kippoeroorlog van 1973 wel een deel van de op dat land veroverde Golan (zie ook pagina 4).

De Zesdaagse Oorlog was de derde Arabisch-Israelische oorlog, na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 49 en de Suezoorlog van 1956. In 1956 kwam in Egypte Gamal Abdel Nasser aan de macht. Nasser was een fervent tegenstander van het kolonialisme en een voorvechter van een sterk pan-Arabisch nationalisme. In tegenstelling tot het islamisme, dat nu steeds meer terrein wint in de Arabische wereld, was Nassers pan-arabisme seculier.

Nasser onderhield sterke banden met de Sovjet-Unie, die het Midden-Oosten als front zagen in de Koude Oorlog met het Westen. Ook liet Nasser bij herhaling weten Israel aan te willen vallen.

UNEF 
Nadat Israel zich in 1957, na de Suezoorlog, uit de Sinaïwoestijn had teruggetrokken, werd daar de United Nations Emergency Force, UNEF gestationeerd. Deze troepenmacht had tot taak de rust in het gebied te bewaren en terroristische infiltraties via de Egyptisch-Israelische grens te voorkomen. Het was de bedoeling dat UNEF in het volledige Egyptische grensgebied met Israel zou worden ontplooid, maar in de door Egypte bezette Gazastrook werd dat uiteindelijk niet gedaan. De strook bleef dan ook een uitvalsbasis voor terroristische aanslagen in Israel.

Op 16 mei 1967 eiste Nasser het onmiddellijke vertrek van UNEF. De toenmalige secretaris-generaal van de VN, U Thant, willegde de eis per omgaande in. Twee dagen na het vertrek van UNEF liet ‘The Voice of the Arabs’ weten dat “er vanaf heden geen internationale macht meer is om Israel te beschermen. We zullen ons niet meer bij de VN bekla-gen over Israel. De enige methode die we tegen Israel zullen hanteren is de totale oorlog, die zal eindigen in totale vernietiging van Israel”. Op 22 mei sloot Egypte de Straat van Tiran af voor al het Israelische scheepvaartverkeer, en alle schepen op weg naar de havenplaats Eilat. Nasser verklaarde: “De Joden dreigen met oorlog, wij zijn klaar voor oorlog”. De beroemde Egyptische zangeres Oum Koulsom zong liedjes die opriepen tot het ‘doorsnijden van de kelen van Joden’.

PLO 
Ook de in 1964 opgerichte PLO liet zich niet onbetuigd. PLO-voorzitter Ahmed Shukairy verklaarde op 1 juni 1967: “Dit is een strijd voor het thuis-land – het is wij of de Israeli’s. […] De Joden van Palestina zullen moeten vertrekken. Wij zullen ze helpen bij hun vertrek naar hun vroegere woonplaatsen. Overlevende leden van de oorspronkelijke Joodse bevol-kingsgroep in Palestina kunnen blijven, maar naar mijn mening zal niemand van hen het overleven”.

Irak sloot zich aan bij de militaire alliantie van Egypte, Jordanië en Syrië. Begin juni zag Israel zich van alle kanten belaagd door een troe-penmacht van 250.000 man, meer dan 2000 tanks en 700 vliegtuigen. Daarop werd het besluit genomen op 5 juni een preventieve aanval op Egypte uit te voeren.

Syrië 
Ook Syrië was in toenemende mate betrokken bij het (laten) uitvoeren van terreuraanvallen op Israel: enerzijds vanuit Jordanië, door het steunen van terroristische infiltraties, maar ook met artillerieaanval-len op Israelische burgerdoelen. Op 5 juni 1967 vernietigde de Israelische luchtmacht tweederde van de Syrische en op 9 juni veroverden Israelische troepen de strategische Golanhoog-vlakte. Daardoor werd het Syrisch potentieel om Israel aan te vallen sterk gereduceerd en kwam de Syrische hoofdstad Damascus binnen het bereik van de Israelische artillerie te liggen.

Jordanië 
Op 5 juni kreeg koning Hoessein van Jordanië van Israel het dringende advies zijn land buiten de oorlog te houden. De koning liet zich echter door Nasser om de tuin leiden, die hem later die ochtend wijsmaakte dat Egypte een groot deel van het Israelische leger had uitgeschakeld en dat de weg naar Tel Aviv openlag. Hoessein besloot toen zelf ook de aanval op Israel te openen. In deze strijd veroverde Israel de in 1948 door Jordanië bezette Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.