Verhulst: ‘Ik had helderder het begrip Israeli’s van Joden kunnen onderscheiden’

 

Dimitri Verhulst blijft achter de inhoud van zijn omstreden column staan, maar erkent dat hij heeft verzuimd duidelijk onderscheid te maken tussen Joden en Israeli’s. Dat is de uitkomst van een felle discussie tussen Verhulst en Hans Knoop, woordvoerder van het Forum der Joodse Organisaties (FJO), dat afgelopen weekend is gepubliceerd in De Morgen.

Eind juli plaatste hetzelfde dagblad een column van Verhulst met de titel “Er is geen beloofde land. Er is gestolen land”. Hierin gaat hij in op de minder dan fortuinlijke situatie van vele Palestijnen en wijst hij “uitverkorenen” aan als degenen die hiervoor schuld dragen. Een onderscheid tussen Joden – religieus of niet – en Israel als staat is in de tekst niet terug te vinden.

Met deze grove generalisatie – het verantwoordelijk houden van Joden als collectief voor de daden van de Israelische regering – reproduceert de tekst een antisemitisch stereotype. Bovendien bevatte het stuk aanvankelijk een foutief citaat van de Franse kunstenaar Serge Gainsbourg met een opmerking over Joden en “lelijke neuzen”. Dat hebben vele Joodse organisaties gesteld, waaronder de Vlaamse koepelorganisatie FJO. Diens aanklacht tegen Verhulst was voor De Morgen aanleiding om Knoop en Verhulst voor een gesprek samen te laten komen.

Problematisch is ook het idee dat Israel als enige partij schuldig zou zijn aan het leed van Palestijnen, en dat onderdrukking aan Joden inherent zou zijn dankzij “uitverkorenheid”. Dit theologische begrip houdt in dat Joden als volk zich bij uitstek aan de Tien Geboden moeten houden. Het heeft in die zin niets met voorrecht te maken, maar juist met het tegenovergestelde. Daar komt bij dat vele Joden het helemaal niet zo nauw nemen met religie. Wie Joods geboren is komt niet automatisch met “uitverkorenheid” op de proppen wanneer het eens over Israel gaat.  

Klacht ingetrokken
In het gesprek verklaart Verhulst dat de column bovenal als kritiek is bedoeld op het vermengen van politiek en religie. Dat velen dit anders hebben opgevat, wijt hij aan zijn stijl: “Ik denk dat cynisme en ironie dringend op de werelderfgoedlijst moeten komen te staan”. Volgens Knoop heeft Verhulst juist de plicht om duidelijk te maken wat hij bedoelt: “Er is een verschil tussen intentie en dat wat er staat. Met respect, ik ben niet geïnteresseerd in de intentie van Wagner. Hoe groot hij als kunstenaar ook was.”

Toch heeft het FJO besloten een ingediende strafklacht in te trekken. “Het FJO accepteert – op de vooravond van Grote Verzoendag – de excuses van schrijver en columnist Dimitri Verhulst”, zo laat het weten in een persbericht. “De zaak dient als afgedaan te worden beschouwd”.

Buiten deze specifieke kwestie ziet het FJO echter een structureel probleem met berichtgeving over Israel. “Helaas blijkt er van de zijde van de media vaak sprake van een excessieve en disproportionele geobsedeerdheid met het Israelisch- Palestijns conflict. Israel- de enige democratie in het gehele Midden-Oosten – wordt daarbij niet zelden gedemoniseerd en eenzijdig als schuldige aangemerkt”, zo laat het verder weten.

Het is opvallend dat Verhulst – een van de gezichten van de hedendaagse Nederlandstalige literatuur – de kwalijkheid van de grove generaliseringen en stereotypen niet herkent, en pas na lang getouwtrek zijn uiting bijstelt. Het bevestigt de indruk dat het debat over antisemitisme, Israel en herinnering aan de Holocaust weleens gepaard kunnen gaan met een flinke dosis koppigheid. In dit geval gelukkig met een positieve uitkomst: de heren zetten bij afscheid de deur op een kier voor een gezamenlijke reis naar Israel en Palestina.