Verschillende reacties op Cairo-rede Obama

Terwijl Nederland afgelopen donderdag zich voornamelijk richtte op de Europese verkiezingen, hield de Amerikaanse president Barack Obama in het Egyptische Cairo een toespraak die leidde tot uiteenlopende reacties. De gehele redevoering kunt u hier in het Nederlands lezen. De volgende dag bezocht de Amerikaanse president het voormalig concentratiekamp Buchenwald. Vooraf aan dat bezoek riep hij Ahmadinejad op om het kamp te bezoeken.

Verschillende reacties op Cairo-rede Obama

De rede van de Amerikaanse president Barack Obama die hij donderdag in Caïro uitsprak, is over het algemeen positief ontvangen. Hij had tijdens zijn verkiezingscampagne al een toespraak tot de islamitische wereld aangekondigd. Een Nederlandse vertaling van de toespraak is onder dit artikel te lezen.

De Israelische regering liet in een officiele reactie weten te hopen dat Obama”s belangrijke redevoering inderdaad zal leiden tot een nieuw tijdperk van verzoening tussen de Arabische en islamitische wereld en Israel. De regering zei de hoop van de president te delen dat de Amerikaanse inspanningen een nieuw tijdperk zal inluiden dat een einde zal betekenen voor het conflict en dat leidt tot Arabische erkenning van Israel als het thuisland van het Joodse volk, waar het in vrede en veiligheid in het Midden-Oosten woont. “Israel zet zich in voor vrede en zal er alles aan doen om de vredescirkel te verbreden, terwijl het zijn belangen, vooral zijn nationale veiligheid, zal beschermen,” zo is in de verklaring te lezen.

Nabil Abu Rdeneh, woordvoerder van de Palestijnse president Mahmoud Abbas, zei dat het deel uit Obama”s rede over de Palestijnse kwestie een belangrijke stap in het kader van een nieuw begin is. “Het laat zien dat er een nieuw en anders Amerikaans beleid is ten aanzien van de Palestijnse kwestie.”

In Libanon beschreef Hassan Fadlallah van Hezbollah Obama”s toespraak als ”morele of politieke preken” waar de islamitische wereld geen boodschap aan heeft. Hij kraakte de toespraak verder af door het lege woorden te noemen. Fadlallah zei dat wat de moslimwereld echt nodig heeft een “fundamentele verandering in het Amerikaanse beleid [is], te beginnen met een volledige stop van het verlenen van steun aan de Israelische agressie in de regio, vooral ten aanzien van de Libanezen en Palestijnen, tot aan een Amerikaanse terugtrekking uit Irak en Afghanistan.”

De Turkse president Abdullah Gül noemde Obama”s standpunt over vrede in het Midden-Oosten ”zeer passend” en hij verwelkomde de berichten en garanties die Obama gaf: “De Amerikaanse president bleek een goede leider te zijn met wie islamitische landen in samenwerkingsverband kunnen streven naar vrede en stabiliteit.”

Groot-Mufti van Bosnie en Herzegovina, Mustafa Efendi Ceric, vond dat de toespraak buiten zijn verwachtingen ging. Tegenover Radio Free Europe zei hij dat hij vond dat Obama bepaalde punten over islam aanhaalde die veel moslims niet graag willen horen, maar dat moslims Obama”s boodschap moeten zien als een historische kans om een “botsing van beschavingen” te vermijden. “Met name bevalt mij het feit dat Obama er deze keer in slaagde om het evenwicht te vinden tussen de [Amerikaanse] benadering tot Israel. Hij heeft het Joodse volk laten weten dat Amerika alles zal doen om een Holocaust te vermijden en dat het ontkennen van de Holocaust een misdaad is, gelijk een Holocaust – hij benadrukte dat, zodat dat voor alle moslims in de wereld duidelijk was. Op hetzelfde moment zond hij een scherpe boodschap aan Israel uit dat het zijn houding ten aanzien van de Palestijnen moet veranderen en moet stoppen met het bouwen van nieuwe nederzettingen in de bezette gebieden.”

Buitenlandcoördinator van de Europese Unie, Javier Solana, zei dat met de toespraak een nieuw hoofdstuk in de relaties tussen het Westen en de moslimwereld is begonnen.

Bezoek Obama aan Buchenwald

De volgende dag bezocht de Amerikaanse president het concentratiekamp Buchenwald, waar in de Tweede Wereldoorlog 56.000 mensen, vooral Joodse Europeanen, door de nazi”s zijn omgebracht. Obama werd begeleid door de Duitse bondskanselier Merkel en overlevenden van de nazi-kampen, onder wie de 80-jarige Nobelprijswinnaar Elie Wiesel. De president had voor Buchenwald gekozen, omdat de broer van zijn oma in april 1945 betrokken was bij de bevrijding van het kamp. “Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die volhouden dat de Holocaust nooit plaats heeft gevonden – een ontkenning van feiten en de waarheid dat nergens op gebaseerd is, bovendien onwetend en haatdragend. Deze plaats is de ultieme berisping van zulke gedachten; een herinnering aan onze plicht om zij die over onze geschiedenis leugens vertellen, te confronteren.” Voor zijn bezoek aan het kamp werd Obama door de Amerikaanse zender NBC geinterviewd. Hierin zei hij dat dat zijn Iraanse ambtgenoot Mahmoud Ahmadinejad zelf een bezoek moet brengen aan het kamp. “Ik heb geen geduld met mensen die de geschiedenis ontkennen,” zo legde hij uit. Ahmadinejad ontkent herhaaldelijk de omvang van de jodenvervolgingen in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, toen in Europa circa zes miljoen joden werden vermoord.

Cairo-rede

{tab=  1 Introductie   }

Ik voel me vereerd om in de tijdloze stad Caïro te zijn, en te worden bijgestaan door twee opmerkelijke instellingen. Al ruim duizend jaar is Al-Azhar het baken van Islamitisch leren, en voor ruim een eeuw is de Cairo Universiteit een bron van Egyptes vooruitgang. Samen vertegenwoordigen jullie de harmonie tussen traditie en vooruitgang. Ik ben dankbaar voor jullie gastvrijheid, en de gastvrijheid van de bevolking van Egypte. Ik ben er ook trots op om de welwillendheid van het Amerikaanse volk met mij mee te nemen, alsook een begroeting van vrede vanuit de islamitische gemeenschappen in mijn land: assalaamu alaykum [= vrede zij met jullie, red.].

We ontmoeten elkaar in een tijd van spanningen tussen de Verenigde Staten en moslims over de hele wereld – spanningen die ontstaan zijn vanuit historische krachten, die verder reiken dan het huidig politieke debat. De relatie tussen de Islam en het Westen omvat eeuwen van coëxistentie en samenwerking, maar ook van conflicten en religieuze oorlogen. Meer recentelijk werden de spanningen gevoed door kolonialisme waarin rechten en kansen voor veel moslims ontkend werden, en een Koude Oorlog, waarin landen met een islamitische meerderheid vaak als proxy-staat behandeld werden zonder dat er rekening werd gehouden met hun eigen ambities. Bovendien brachten moderniteit en globalisering ingrijpende veranderingen met zich mee, waardoor veel moslims het Westen als vijandig ten opzichte van de tradities van de Islam gingen zien.

Gewelddadige extremisten hebben deze spanningen bij een kleine maar krachtige minderheid binnen de moslimgemeenschap uitgebuit. De aanslagen van 11 september 2001 en de voortdurende pogingen van deze extremisten om geweld tegen burgers te gebruiken, heeft ertoe geleid dat in mijn land sommigen de islam als onvermijdelijk vijandig beschouwen, niet alleen tegen Amerika en de westerse landen, maar ook tegen mensenrechten. Dat heeft geleid tot meer angst en wantrouwen.

Zolang onze relatie bepaald wordt door onze verschillen, zullen we hen die haat in plaats van vrede zaaien, en hen die in plaats van samenwerking waardoor al onze mensen rechtvaardigheid en welvaart kunnen bereiken, conflicten bevorderen, in de kaart spelen. Deze cyclus van wantrouwen en onenigheid moet eindigen.

Ik kom hier om te streven naar een nieuw begin tussen de Verenigde Staten en moslims over de hele wereld, een die gebaseerd is op wederzijds belang en wederzijds respect, en een die gebaseerd is op het feit dat Amerika en de islam niet exclusief zijn, en er geen concurrentie hoeft te zijn. Integendeel, ze overlappen elkaar, en delen gemeenschappelijke beginselen – de beginselen van rechtvaardigheid en vooruitgang; tolerantie en de waardigheid van alle menselijke wezens.

Ik erken zeker het feit dat verandering niet van de ene op de andere nacht kan plaatsvinden. Geen enkele toespraak kan jaren van wantrouwen uitroeien, noch kan ik in de tijd die ik heb, alle complexe vragen beantwoorden die ons tot dit punt brachten. Maar ik ben ervan overtuigd dat om voorwaarts te gaan, we openlijk moeten zeggen wat ons op het hart ligt en dat er te vaak gesprekken achter gesloten deuren zijn. Er moet een aanhoudende inspanning aanwezig zijn om naar elkaar te luisteren, om van elkaar te leren, elkaar te respecteren en te streven naar een gemeenschappelijke basis. Zoals de Heilige Koran zegt: “Wees bewust van God en spreek altijd de waarheid.” Dat is wat ik zal proberen te doen – om zo goed als ik kan, de waarheid te spreken, nederig door de taak die voor ons ligt, en vastberaden in mijn geloof dat de belangen die wij als mensen met elkaar delen veel krachtiger zijn, dan de krachten die ons uiteen drijven.

Een deel van deze overtuiging is geworteld in mijn eigen ervaring. Ik ben een christen, maar mijn vader kwam uit een Keniaanse familie die generaties lang moslim is. Als een jongen heb ik enkele jaren in Indonesië gewoond en hoorde de oproep van de azaan [=oproep tot (islamitisch) gebed, red.] bij het begin van de dageraad en de val van de schemering. Als een jongeman werkte ik binnen gemeenschappen in Chicago, waar velen waardigheid en vrede in hun islamitisch geloof vonden.

Als geschiedenisstudent weet ik ook van de bijdrage van islam aan de beschaving. Het was islam – zoals op plaatsen als de Al-Azhar Universiteit – die door veel eeuwen het licht van het leren droegen, daarmee de weg voor Europa”s Renaissance en Verlichting plaveide. Het was vernieuwing binnen de islamitische gemeenschappen die de algebra ontwikkelde; onze magnetische kompas en hulpmiddelen voor navigatie, en onze beheersing van schrijven en afdrukken; ons begrip van de wijze waarop ziekte zich verspreidt en hoe deze kan worden genezen. Islamitische cultuur heeft ons majestueuze bogen en torens gegeven; tijdloze poëzie en beminnelijke muziek; elegante kalligrafie en plaatsen van vreedzame overpeinzing. En door de geschiedenis heen, heeft de islam door middel van woorden en daden de mogelijkheden van religieuze tolerantie en raciale gelijkheid aangetoond.

Ik weet ook dat de islam altijd een deel is van het Amerikaanse verhaal. Het eerste land dat mijn land erkende, was Marokko. Bij de ondertekening van het Verdrag van Tripoli in 1796, schreef onze tweede president John Adams: “De Verenigde Staten heeft zelf geen teken van vijandschap tegen de wetten, religie of de kalmte van de moslims.” En sinds onze stichting hebben Amerikaanse moslims de Verenigde Staten verrijkt. Zij hebben gevochten in onze oorlogen, gediend in de regering, vochten voor burgerrechten, zijn bedrijven begonnen, hebben gedoceerd aan onze universiteiten, muntten uit in onze sportcentra, wonnen Nobelprijzen, bouwden ons hoogste gebouw en ontstaken de Olympische vlam. En toen de eerste islamitische Amerikaan onlangs gekozen werd tot het Congres, legde hij de eed ter verdediging van onze Grondwet af, gebruikmakend van de Heilige Koran die een van onze Founding Fathers – Thomas Jefferson – in zijn persoonlijke bibliotheek bewaard had.

Dus ik heb de islam op drie continenten gekend voordat ik naar de regio kwam waar zij voor het eerst werd onthuld. Die ervaring leidt mijn overtuiging dat de samenwerking tussen Amerika en de islam dient te worden gebaseerd op wat de islam is en niet op wat het niet is. En ik vind het een deel van mijn verantwoordelijkheid als president van de Verenigde Staten om tegen negatieve stereotypen van de islam te strijden, waar ze dan ook verschijnen.

Maar datzelfde principe moet ook gelden voor de islamitische visie op Amerika. Net zoals moslims niet in een grove stereotypering passen, past Amerika niet in het grove stereotype beeld van een egoïstisch rijk. De Verenigde Staten zijn een van de grootste bronnen van vooruitgang die de wereld ooit heeft gekend. We zijn geboren uit een revolutie tegen het imperium. We waren gebaseerd op het ideaal dat iedereen gelijk is, en we hebben eeuwenlang bloed vergoten en gestreden om aan deze woorden betekenis te geven – binnen onze grenzen, en over de hele wereld. Wij zijn gevormd door elke cultuur, vanuit elke uithoek van de Aarde, en toegewijd aan een eenvoudig concept: E pluribus unum: “uit velen, een.”

Veel is er gemaakt van het feit dat een Afro-Amerikaan met de naam Barack Hoessein Obama als President gekozen zou kunnen worden. Maar mijn persoonlijke verhaal is niet zo uniek. De droom van kansen voor alle mensen is nog geen realiteit voor iedereen in Amerika, maar de belofte bestaat voor een ieder die op onze kusten arriveerde – dat houdt ondermeer de bijna 7 miljoen Amerikaanse moslims in ons land in, die vandaag de dag genieten van een bovengemiddeld inkomen en onderwijs.
Bovendien is de vrijheid in Amerika onlosmakelijk verbonden met de vrijheid om godsdienst te praktiseren. Dat is de reden waarom er in elke staat van onze Unie een moskee staat en er meer dan 1.200 moskeeën binnen onze grenzen zijn. Dat is de reden waarom de Amerikaanse regering zich naar de rechter heeft begeven om het recht van vrouwen en meisjes een hijab te dragen, te beschermen en diegenen te straffen die hen dit recht niet geven.

Dus laat er geen twijfel over bestaan: islam maakt deel uit van Amerika. En ik denk dat Amerika in bezit is van de waarheid dat, ongeacht ras, religie of levensfase, wij allen gemeenschappelijke aspiraties hebben – om te leven in vrede en veiligheid, om onderwijs te genieten, om gewaardeerd te werken, om onze families, gemeenschappen en onze God lief te hebben. Deze zaken delen wij. Dit is de hoop van de mensheid.

Natuurlijk, het herkennen van onze gemeenschappelijke menselijkheid is slechts het begin van onze taak. Woorden alleen kunnen niet voldoen aan de behoeften van ons. Deze behoeften zal alleen worden vervuld als we in de komende jaren moedig optreden, en als wij begrijpen dat de uitdagingen waarmee wij worden geconfronteerd, gedeeld worden en dat als we die niet confronteren, het ons allen pijn zal doen.

Want uit onze recente ervaringen hebben we geleerd dat wanneer een financieel systeem in een land verzwakt, welvaart overal wordt geschaadt. Wanneer een nieuwe griep een mens infecteert, lopen we allemaal gevaar. Wanneer een land streeft naar het verkrijgen van een nucleair wapen, rijst voor alle landen het risico van een nucleaire aanval. Wanneer gewelddadige extremisten in de bergen opereren, lopen mensen aan de overkant van de oceaan gevaar. En toen onschuldigen in Bosnië en Darfoer vermoord werden, is dat een vlek op ons collectieve bewustzijn. Dat is wat het betekent om deze wereld in de 21e eeuw te delen. Dat is de verantwoordelijkheid die wij, als mensen naar elkaar toe, hebben.

Dat is een lastige verantwoordlijkheid om aan te grijpen, aangezien de menselijke geschiedenis vaak een registratie was van landen en stammen die elkaar onderwierpen om hun eigen belangen na te streven. Maar in dit nieuwe tijdperk, zijn zulke houdingen contraproductief. Gezien onze onderlinge afhankelijkheid zal elke wereldorde die het ene volk of groep mensen boven de andere zal verheffen onvermijdelijk falen. Dus wat we ook denken over het verleden, we moeten er ons geen gevangenen door laten maken. Onze problemen moeten door middel van deelgenootschap worden aangepakt, vooruitgang moet gedeeld worden.

Dat betekent niet dat we de oorsprong van de spanningen moeten negeren. Integendeel, het suggereert het tegenovergestelde: we moeten deze spanningen onomwonden onder ogen zien. En dus in die geest, laat me zo helder en duidelijk mogelijk als ik kan, spreken over bepaalde zaken, waarvan ik denk dat we die uiteindelijk samen moeten aanpakken.

{tab=2 Gewelddadig extremisme}

Het eerste probleem dat we moeten aanpakken is gewelddadig extremisme in al haar vormen.

In Ankara heb ik duidelijk gemaakt dat Amerika niet in oorlog is – en nooit zal zijn – met islam. We zullen, echter, onverbiddelijk gewelddadige extremisten confronteren die voor onze veiligheid een serieuze dreiging vormen. Omdat we hetzelfde afkeuren dat de mensen van alle religies afkeuren: het doden van onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. En het is mijn eerste plicht als President om het Amerikaanse volk te beschermen.

De situatie in Afghanistan laat de doelen van Amerika zien, en onze noodzaak om samen te werken. Meer dan zeven jaar geleden joeg de Verenigde Staten al Qaida en de Taliban met brede internationale steun na. We gingen niet omdat we de keuze hadden, maar vanwege de noodzaak. Ik begrijp dat sommigen de gebeurtenissen op 11 september bevragen of rechtvaardigen. Maar laten we duidelijk zijn: al Qaida heeft op die dag bijna 3.000 mensen gedood. De slachtoffers waren mannen, vrouwen en kinderen uit Amerika en vele andere landen die anderen niet hadden geschaad. En toch koos al Qaida voor een meedogenloze moord op deze mensen, de aanslag voor haar rekening nemend, en zelfs nu hun vastberadenheid uiten om op grootschalige wijze te doden. Ze hebben in vele landen leden en proberen hun bereik te vergroten. Dit zijn geen meningen die bediscussieerd dienen te worden; dit zijn feiten die aangepakt moeten worden.

Vergis u niet: we willen onze troepen niet in Afghanistan houden. We zoeken daar geen militaire bases. Het is voor Amerika afgrijselijk om onze jonge mannen en vrouwen te verliezen. Het is kostbaar en politiek moeilijk om dit conflict door te zetten. Graag zouden we ieder van onze militairen naar huis willen halen als we ervan overtuigd zijn dat er geen gewelddadige extremisten in Afghanistan en Pakistan vastberaden zijn om zoveel mogelijk Amerikanen te doden. Maar dat is nog niet het geval.

Dat is de reden waarom we met een coalitie van zesenveertig landen samenwerken. En ondanks de kosten die het met zich meebrengt, zal de Amerikaanse betrokkenheid niet verzwakken. Integendeel, niemand van ons zou deze extremisten moeten tolereren. Ze hebben in vele landen gedood. Ze hebben veel mensen gedood die een ander geloof hadden – meer dan ieder ander, hebben zij moslims gedood. Hun acties zijn onverenigbaar met de mensenrechten, de vooruitgang van de naties, en met islam. De Heilige Koran leert dat een ieder die een onschuldige vermoordt, de hele mensheid vermoordt; en een ieder die een persoon redt, de hele mensheid redt. Het aanhoudende geloof van meer dan een miljard mensen is zoveel groter dan de bekrompen haat van enkelen. Islam maakt geen deel uit van het probleem in de bestrijding van gewelddadig extremisme – het is een belangrijk onderdeel van het bevorderen van vrede.

We weten ook dat militaire kracht alleen niet de problemen in Afghanistan en Pakistan zal oplossen. Daarom zijn we de komende vijf jaar van plan om $1.5 miljard per jaar Pakistan te ondersteunen om scholen en ziekenhuizen, wegen en bedrijven te bouwen en honderdmiljoenen ontheemden te helpen. En dat is waarom we meer dan $2.8 miljard zullen geven om Afghanen te helpen hun economie te ontwikkelen en diensten te verlenen waarvan mensen afhankelijk zijn.

Laat me ook de kwestie Irak aanhalen. In tegenstelling tot Afghanistan was de oorlog in Irak een keuze die sterke verschillen in mijn land en over de hele wereld uitlokte. Hoewel ik denk dat het Iraakse volk uiteindelijk beter af is zonder de tirannie van Saddam Hoessein, denk ik ook dat de gebeurtenissen in Irak Amerika eraan hebben herinnerd aan de noodzaak om gebruik te maken van diplomatie en het bouwen van internationale consensus voor het waar mogelijk oplossen van onze problemen. Inderdaad, we kunnen de woorden van Thomas Jefferson herhalen, die zei: “Ik hoop dat onze wijsheid met onze macht zal groeien en ons zal leren dat hoe minder wij onze macht gebruiken, hoe groter het zal zijn.”

Vandaag heeft Amerika een dubbele verantwoordelijkheid: om Irak een betere toekomst te helpen smeden – en om Irak over te laten aan de Irakezen. Ik heb aan het Iraakse volk duidelijk gemaakt dat we geen bases nastreven en geen aanspraak zullen maken op hun grondgebied of hulpbronnen. Iraakse soevereiniteit is haar eigen. Dat is de reden waarom ik opdracht heb gegeven voor de terugtrekking van onze vechtende brigades in augustus dit jaar. Dat is de reden waarom we onze overeenkomst met de Iraakse democratisch gekozen overheid zullen eerbiedigen door in juli gevechtstroepen weg te halen uit Iraakse steden, en door in 2012 al onze troepen uit Irak te laten vertrekken. We zullen Irak helpen zijn veiligheidstroepen te trainen en zijn economie te ontwikkelen. Daarentegen zullen we een veilig en verenigd Irak als een partner ondersteunen, en nooit als een beschermheer.

En tenslotte, net als Amerika nooit geweld door extremisten kan tolereren, moeten we nooit onze principes wijzigen. Elf september was een enorm trauma voor ons land. De angst en woede dat het had veroorzaakt was begrijpelijk, maar in sommige gevallen leidde het tot acties die haaks staan op onze idealen. We nemen concrete acties om deze koers te veranderen. Ik heb ondubbelzinnig het gebruik van martelen in de Verenigde Staten verboden, en ik heb opdracht gegeven om de gevangenis op Guantanamo Bay begin volgend jaar te sluiten.

Amerika zal zich dus verdedigen met respect voor de soevereiniteit van staten en de rechtsstaat. En wij zullen dit doen in samenwerking met islamitische gemeenschappen die ook worden bedreigd. Hoe sneller de extremisten worden geïsoleerd en ongewenst zijn binnen de islamitische gemeenschappen, hoe eerder we allemaal veiliger zullen zijn.

{tab=3 Israel en de Palestijnen}

De tweede grote bron van spanning die we moeten bespreken is de situatie tussen de Israeliërs, de Palestijnen en de Arabische wereld. De sterke banden van Amerika met Israel zijn welbekend. Deze band is onbreekbaar. Het is gebaseerd op culturele en historische banden, en de herkenning dat het streven naar een Joods thuisland zijn oorsprong kent in een tragische geschiedenis dat niet ontkend kan worden.

Over de gehele wereld, werden Joodse mensen voor eeuwen vervolgd, en antisemitisme in Europa leidde tot een ongekende Holocaust. Morgen zal ik Buchenwald bezoeken, dat deel uitmaakte van een netwerk van kampen waar Joden tot slaven werden gemaakt, werden gemarteld, geëxecuteerd en vergast werden door het Derde Rijk. Zes miljoen Joden werden vermoord – meer dan de gehele Joodse bevolking in Israel vandaag. Dat feit ontkennen is ongegrond, onwetend en haatdragend. Israel dreigen met vernietiging – of het herhalen van gemene stereotyperingen over Joden – is zeer verkeerd, en zal alleen leiden tot de meest pijnlijke herinneringen in de hoofden van de Israeliërs, terwijl het vrede, dat de mensen in deze regio verdienen, voorkomt.

Aan de andere kant is het ook onbetwistbaar dat de Palestijnse bevolking – moslims en christenen – geleden hebben in het streven naar een thuisland. Voor meer dan zestig jaar hebben zij de pijn van ontwrichting meegemaakt. Velen wachten in vluchtelingenkampen op de Westelijke Jordaanoever, Gaza en de aangrenzende landen op een leven van vrede en veiligheid, die ze nooit hebben kunnen leiden. Ze ondergaan dagelijks vernederingen – kleine en grote – die gepaard gaan met bezetting. Dus laat er geen twijfel over bestaan: de situatie voor het Palestijnse volk is onhoudbaar. Amerika zal het legitieme Palestijnse streven voor waardigheid, kansen, en een staat voor henzelf, de rug niet toekeren.

Decennialang is er sprake van een impasse: twee volkeren met een legitiem streven, elk met een pijnlijke geschiedenis dat een compromis ongrijpbaar maakt. Het is makkelijk om met je vingers te wijzen – door Palestijnen op de ontheemding als gevolg van de stichting van de staat Israel, en door Israeliërs op de constante vijandelijkheid en aanvallen door de geschiedenis heen van binnen zijn grenzen als ook daarbuiten. Maar als we het conflict alleen vanuit één oogpunt bekijken, dan zullen we blind voor de waarheid zijn: de enige oplossing voor het streven van beide zijden is  een twee-staten-oplossing, waar Israeliers en Palestijnen elk in vrede en veiligheid leven.

Dat is in het belang van Israel, in het belang van Palestina, in het belang van Amerika, en in het belang van de rest van de wereld. Daarom ben ik van plan om me persoonlijk met alle geduld dat deze taak met zich meebrengt, in te zetten voor dit resultaat. De verplichtingen die de partijen zijn overeengekomen in het kader van de Routekaart [naar Vrede, red.] zijn duidelijk. Om vrede te krijgen, is het tijd voor hen – en voor ons allen – om te voldoen aan onze verantwoordelijkheden.

Palestijnen moeten geweld afzweren. Verzet door middel van geweld en doden is verkeerd en zal geen succes zijn. Eeuwen lang hebben zwarte mensen in Amerika als slaven onder de zweep geleefd en de vernedering van segregatie ondergaan. Maar het was niet geweld waardoor volledige en gelijke rechten gewonnen werd. Het was vreedzame en vastberaden volharding, gebaseerd op de idealen die in de stichting van de Verenigde Staten centraal staan. Hetzelfde kan gezegd worden door mensen van Zuid-Afrika tot Zuid-Azie, van Oost-Europa tot Indonesie. Het is een verhaal met een simpele waarheid: dat geweld een doodlopende weg is. Het is noch een teken van moed, noch van macht, om raketten op slapende kinderen af te vuren, of om oudere vrouwen in bussen op te blazen. Dat is niet hoe morele autoriteit geclaimd kan worden, maar dat is hoe het capituleert. Nu is de tijd gekomen voor de Palestijnen om zich te richten op wat ze kunnen bouwen. De Palestijnse Autoriteit moet haar capaciteiten om te regeren ontwikkelen, met instellingen die in de behoeften van de mensen voorzien. Hamas geniet van sommige Palestijnen steun, maar ook zij hebben verantwoordelijkheden. Om een rol te spelen in het nakomen van het Palestijnse streven en om de eenheid van het Palestijnse volk te bewaren, moet Hamas geweld afzweren, eerdere afspraken respecteren en Israels recht van bestaan erkennen.

Op hetzelfde moment moeten de Israeliers erkennen dat net zoals Israels bestaansrecht niet ontkent kan worden, zo ook Palestinas bestaansrecht niet ontkent kan worden. De Verenigde Staten is het niet eens met de legitimiteit van de voortgezette Israelische nederzettingen. De constructie doet eerdere afspraken geweld aan en ondermijnt de pogingen om vrede te bewerkstelligen. Het is tijd om een halt toe te roepen aan deze nederzettingen.

Israel moet ook aan verplichtingen voldoen om ervoor te zorgen dat Palestijnen kunnen wonen, en werken, en hun maatschappij kunnen ontwikkelen. En zoals het ook Palestijnse families diep schokt, dient de aanhoudende humanitaire crisis in Gaza de Israelische veiligheid niet, zo ook niet het aanhoudende gebrek aan kansen in de Westelijke Jordaanoever. Vooruitgang in het dagelijkse leven van het Palestijnse volk moet deel uit maken van de weg naar vrede en Israel moet concrete stappen ondernemen om die vooruitgang mogelijk te maken.

Tenslotte moeten de Arabische staten het Arabisch Vredesplan erkennen als een belangrijk begin, maar niet het einde van hun verantwoordelijkheden. Het Arabisch-Israelisch conflict moet niet langer gebruikt worden om de bevolking in de Arabische landen af te leiden. In plaats daarvan moet het een reden voor actie zijn om de Palestijnse bevolking te helpen instellingen op te richten die hun staat zal ondersteunen; de legitimiteit van Israel te erkennen; en om te kiezen voor vooruitgang in plaats van zich contraproductief op het verleden de aandacht te vestigen.

Amerika zal zijn beleid aanpassen op hen die streven naar vrede, en in het openbaar zeggen wat we in prive tegen de Israeliers en Palestijnen en Arabieren zeggen. We kunnen geen vrede opleggen. Maar prive zullen vele moslims erkennen dat Israel niet zal verdwijnen. Ook veel Israeliers erkennen de noodzaak van een Palestijnse staat. De tijd is voor ons aangebroken om te handelen naar wat iedereen weet dat juist is.

Teveel tranen hebben er gevloeid. Er is teveel bloed vergoten. Een ieder van ons draagt de verantwoordelijkheid om te werken voor de dag waarop de moeders van Israeliers en Palestijnen hun kinderen zonder angst kunnen zien opgroeien, wanneer het Heilige Land van de drie grote religies de plaats van vrede is, zoals God het bedoeld had; wanneer Jeruzalem een veilig en duurzaam thuis is voor joden, christenen en moslims, en een stad is voor alle kinderen van Abraham om zich vredelievend met elkaar te mengen, zoals in het verhaal van Isra [= verhaal in de Koran over de nachtelijke reis die de islamitische profeet Mohammed op het hemelse dier Buraq maakte, red.], toen Mozes, Jezus en Mohammed (vrede zij met hen) samen in gebed gingen.

{tab= 4  Nucleaire wapens }

De derde bron van spanningen is ons gedeelde belang in de rechten en verantwoordelijkheden van landen op het gebied van nucleaire wapens.

Deze kwestie is een bron van spanning tussen de Verenigde Staten en de Islamitische Republiek Iran. Voor vele jaren heeft Iran zichzelf deels gedefinieerd door zijn oppositie ten aanzien van mijn land, en er is inderdaad sprake van een roerige geschiedenis tussen ons. In het midden van de Koude Oorlog speelde de Verenigde Staten een rol in het omverwerpen van een democratisch gekozen Iraanse overheid. Sinds de Islamitische revolutie heeft Iran een rol gehad in kapingen en geweld tegen Amerikaanse troepen en burgers. De geschiedenis is welbekend. Liever dan gevangen in het verleden, heb ik de Iraanse leiders en bevolking duidelijk gemaakt dat mijn land bereid is om vooruit te kijken. De vraag is nu, niet hetgeen waar Iran tegen is, maar liever wat voor een toekomst het wilt bouwen.

Het zal moeilijk zijn om decennia van wantrouwen boven te komen, maar we zullen met moed, oprechtheid en vastberadenheid doorgaan. Er zullen vele kwesties tussen onze twee landen te bespreken zijn, en we willen zonder voorwaarden op basis van wederzijds respect verder te gaan. Maar het is duidelijk voor alle betrokkenen dat wanneer het om nucleaire wapens gaat, we een belangrijk punt hebben bereikt. Het gaat simpelweg niet om de belangen van Amerika. Het gaat over het voorkomen van een nucleaire wapenwedloop in het Midden-Oosten dat deze regio en de wereld een zeer gevaarlijke weg kan laten inslaan.

Ik begrijp degenen die protesteren dat sommige landen wapens hebben terwijl de anderen dat niet hebben. Geen enkel land zou mogen uitkiezen welke landen nucleaire wapens bezitten. Dat is de reden waarom ik met klem de Amerikaanse overtuiging bevestig om te streven naar een wereld waar geen land in bezit is van nucleaire wapens. En elk land – inclusief Iran – zou het recht moeten hebben om vreedzame nucleaire energie op te wekken als het zich onderwerpt aan zijn verantwoordelijkheden, zoals beschreven in het nucleaire Non-Proliferatie Verdrag. Die verplichting is de kern van het Verdrag, en het moet door een ieder die zich er volledig aan houdt, behouden worden. En ik ben vol hoop dat alle landen in de regio deze doelstelling kunnen delen.

{tab=  5  Democratie  }

De vierde kwestie die ik aan zal halen is democratie.

Ik weet dat er de laatste jaren een controverse heerst aangaande de promotie van democratie, en veel van die controverse heeft verband met de oorlog in Irak. Dus laat ik duidelijk zijn: geen enkel systeem kan of zou door het ene land aan het andere opgelegd moeten worden. Dat maakt mijn overtuiging niet minder, echter, dat overheden de wens van de bevolking moet weerspiegelen. Elk land laat dit principe op eigen wijze bestaan, gebaseerd op tradities van zijn eigen bevolking. Amerika veronderstelt niet te weten wat voor iedereen het beste is, net zoals we niet de uitslag van een rustige verkiezing zouden veronderstellen op te pikken. Maar ik heb een onverzettelijk geloof dat alle mensen verlangen naar bepaalde zaken: de mogelijkheid om je mening te kunnen uiten en te zeggen hoe je geregeerd wilt worden; het vertrouwen in de rechtsstaat en de gelijke behandeling van de wet; een overheid die transparant is en niet van de mensen steelt; de vrijheid om een leven te leiden waar je voor kiest. Deze zijn niet alleen Amerikaanse ideeen, deze zijn de rechten van de mens, en dat is waarom we ze overal ondersteunen.

Er is geen rechte weg om deze belofte te realiseren. Maar veel wordt duidelijk: overheden die deze rechten beschermen, zijn uiteindelijk meer stabiel, succesvol en veilig. Het onderdrukken van ideeen zorgt er niet voor dat deze weggaan. Amerika respecteert het recht van alle vreedzame en de wet respecterende geluiden over de wereld om gehoord te worden, zelfs als we het met ze oneens zijn. En we zullen alle gekozen, vreedzame overheden welkom heten – op de conditie dat ze met respect over hun gehele bevolking regeren.

Dit laatste punt belangrijk, omdat er sommigen zijn die democratie alleen verdedigen als ze geen macht hebben; eenmaal aan de macht, zijn ze meedogenloos in het onderdrukken van de rechten van anderen. Het maakt niet uit waar dit plaatsvindt, een regering van de bevolking en door de bevolkingis de norm voor allen die aan de macht zijn: je moet je macht door middel van goedkeuring, niet dwang in stand houden; je moet de rechten van minderheden respecteren, en met een geestkracht van tolerantie en compromissen deelnemen; je moet de belangen van je volk en de wetmatige werking van het politieke proces boven je partij plaatsen. Zonder deze ingredienten, maken verkiezingen alleen geen ware democratie.

{tab= 6 Godsdienstvrijheid }

De vijfde kwestie die we samen moeten aanhalen is godsdienstvrijheid.

Islam heeft een trotse traditie van tolerantie. We zien het in de geschiedenis van Andalusia en Cordoba tijdens de Inquisitie. Ik heb het uit de eerste hand als een kind gezien waar vrome Christenen vrijelijk in een overwegend islamitisch land hun geloof beleden. Dat is de geestkracht die we vandaag de dag nodig hebben. Mensen zouden in elk land de keuze moeten hebben en hun geloof vrij moeten belijden, gebaseerd op overreding van de geest, hart en ziel. Deze tolerantie is voor religie essentieel om te bloeien, maar wordt op vele verschillende wijze uitgedaagd.

Onder sommige moslims is er een verontrustende tendens om hun eigen geloof als meetlat te nemen door het geloof van een ander af te wijzen. De rijkdom van religieuze diversiteit moet staande gehouden worden – of dat nu gaat om de Maronieten [Oosters-Katholieken, red.] in Libanon of de Kopten [Koptisch-Orthodoxe christenen, red.] in Egypte. En breuklijnen tussen moslims moeten ook gelijmd worden, aangezien de verdeeldheid tussen Soenni en Shi”a geleid hebben tot tragisch geweld, vooral in Irak.

Vrijheid van godsdienst is essentieel voor het vermogen van mensen om samen te leven. We moeten altijd de mogelijkheden onderzoeken hoe we het kunnen beschermen. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, hebben strengere eisen op het geven van geld aan goede doelen het voor moslims moeilijker gemaakt om hun religieuze verplichting na te komen. Daarom ben ik vastbesloten om samen met Amerikaanse moslims ervoor te zorgen dat ze zakat [= verplichte aalmoezen aan de armen, red.] kunnen betalen.

Ook is het voor westerse landen belangrijk om te vermijden het voor islamitische inwoners moeilijker te maken om hun religie te beoefenen zoals zij dat nodig achten – bijvoorbeeld door te dicteren wat voor een kleding een islamitische vrouw moet dragen. We kunnen geen vijandigheid tegen enige religie verhullen onder de vlag van liberalisme.

Inderdaad, het geloof moet ons samebrengen. Dat is waarom we in Amerika projecten smeden die christenen, moslims en joden samenbrengen. Daarom zijn we blij met inspanningen, zoals de Interreligieuze dialoog van de Saoedische koning Abdullah en het Turks leiderschap in de Alliantie van Beschavingen. Over de hele wereld kunnen we dialoog omzetten in interrelieuze diensten, zodat bruggen tussen mensen tot actie leiden, of het nu gaat om het bestrijden van malaria in Afrika of het leveren van hulp na een natuurramp.

{tab= 7  Vrouwenrechten }

De zesde kwestie die ik wil aanhalen is de rechten van vrouwen.

Ik weet dat er aangaande deze kwestie een debat lopende is. Ik wijs de visie van sommigen in het westen dat een vrouw die ervoor kiest om haar haar te bedekken op een bepaalde manier minder gelijkwaardig is af, maar ik geloof dat als een vrouw onderwijs onthouden wordt, haar gelijkwaardigheid ontkend wordt. En het is geen toeval dat waar vrouwen goed onderwezen zijn, ze veel meer kans van slagen hebben.

Laat me duidelijk zijn: de kwestie van de gelijkwaardigheid van vrouwen is niet slechts een kwestie binnen islam. In Turkije, Pakistan, Bangladesh en Indonesie hebben we gezien dat landen met een overwegend islamitische bevolking een vrouw gekozen hebben om te leiden. Tegelijkertijd gaat het gevecht voor de gelijkwaardigheid van vrouwen door in vele aspecten van het Amerikaanse leven, en in vele landen over de gehele wereld.

Onze dochters kunnen evenveel bijdragen aan de maatschappij als onze zonen, en ons gezamenlijke welvaart zal bevorderd worden door alle mensen – mannen en vrouwen – toe te laten staan hun volledig potentieel bereiken. Ik geloof niet dat vrouwen dezelfde keuzes als mannen moeten maken om gelijkwaardig te zijn, en ik respecteer die vrouwen die ervoor kiezen te leven volgens een traditioneel rollenpatroon. Maar het moet hun keuze zijn. Daarom zal de Verenigde Staten met iedere land met een overwegend islamitische bevolking samenwerken om alfabetisme onder meisjes uit te breiden en jonge vrouwen aan werk te helpen via micro-financiering dat helpt mensen hun dromen in vervulling te laten gaan.

{tab=8 Economie: groei en kansen }

Tenslote wil ik het over economische vooruitgang en kansen hebben.

Ik weet dat voor velen het gezicht van globalisering tegenstrijdig is. Het internet en televisie kan kennis en informatie brengen, maar ook beledigende seksualiteit en hersenloos geweld. Handel kan nieuwe rijkdom en kansen brengen, maar ook enorme verstorigen en veranderende gemeenschappen. In alle landen – waaronder mijn eigen – kan deze verandering angst teweeg brengen. Vrees dat als gevolg van de moderniteit we de controle zullen verliezen over onze economische keuzes, onze politiek, en vooral onze identiteit – die dingen die we het meest binnen onze gemeenschappen koesteren, onze families, onze tradities en ons geloof.

Maar ik weet ook dat menselijke vooruitgang niet ontkend kan worden. Er hoeft geen tegenstrijdigheid te zijn tussen ontwikkeling en traditie. Landen zoals Japan en Zuid-Korea lieten hun economie groeien, terwijl ze hun verschillende culturen behielden. Hetzelfde gaat op voor de verbazingwekkende vooruitgang binnen landen met een overwegend islamitische bevolking van Kuala Lumpur tot Dubai. In de oudheid en in onze tijd staan moslimgemeenschappen op een vooraanstaande plaats op het gebied van innovatie en onderwijs.

Dit is belangrijk want er kan geen ontwikkelingsstrategie gebaseerd zijn op alleen dat wat uit de grond komt, noch kan het worden voortgezet als jongen mensen werkloos zijn. Veel Golfstaten hebben genoten van grote rijkdom als gevolg van olie, en sommigen beginnen zich te richten op een bredere ontwikkeling. Maar wij allen moeten erkennen dat onderwijs en innovatie de valuta van de 21e eeuw zijn, en in veel te veel islamitische gemeenschappen is er op deze gebieden nog sprake van een onderinvestering. In mijn land leg ik de nadruk op dergelijke investeringen. En terwijl Amerika zich in het verleden heeft gericht op olie en gas in dit deel van de wereld, streven we naar een bredere betrokkenheid.

Op het gebied van onderwijs zullen wij onze uitwisselingsprogramma”s uitbreiden en onze studiebeurzen laten stijgen, zoals die die mijn vader naar Amerika bracht, terwijl we meer Amerikanen stimuleren om te gaan studeren in islamitische gemeenschappen. En we zullen in Amerika aan veelbelovende islamitische studenten stages geven, investeren in on-line leren voor leerkrachten en kinderen over de gehele wereld; en een nieuw online netwerk creeren, zodat een tiener uit Kansas direct kan communiceren met een tiener uit Cairo.

Op het gebied van economische ontwikkeling, zullen we een nieuw korps van zakelijke vrijwilligers creeren die willen samenwerken met hun collega”s in de landen met een moslimmeerderheid. En dit jaar zal ik een top over ondernemerschap organiseren om te bepalen hoe we de banden tussen ondernemers, stichtingen en maatschappelijke ondernemers in de Verenigde Staten en in de islamitische gemeenschappen van over de hele wereld kunnen verdiepen.
Op het gebied van wetenschap en technologie zullen we een nieuw fonds opstarten dat dient ter ondersteuning van technologische ontwikkeling in landen met een moslimmeerderheid, en om ideeen op de markt te brengen zodat banen gecreeerd kunnen worden. We zullen in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Oost Azie centra bouwen voor wetenschappelijke uitmuntendheid, en nieuwe Wetenschapsgezanten benoemen om mee te helpen met programma”s die nieuwe energiebronnen ontwikkelen, groene banen creeren, dossiers digitaliseren, water zuiveren, en nieuwe gewassen laten groeien. En vandaag kondig ik een nieuwe wereldwijde poging aan om met de Organisatie van de Islamitische Conferentie polio uit te roeien. En we zullen ook samenwerkingsverbanden met moslimgemeenschappen aangaan om de gezondheid van moeder en kind te bevorderen.

Al deze zaken moeten gedaan worden in een samenwerkingsverband. Amerikanen staan klaar om met burgers en overheden; maatschappelijke organisaties, religieuze leiders, en zakenmensen in moslimgemeenschappen in de wereld te helpen om te streven naar een beter leven voor mensen.

{tab=9 Slot}

De problemen die ik beschreven heb, zijn niet makkelijk aan te pakken. Maar we hebben de verantwoordelijkheid om onze krachten te bundelen voor de wereld waarnaar we op zoek zijn – een wereld waarin extremisten niet langer onze mensen bedreigen, en waarin Amerikaanse militairen naar huis zijn gegaan; een wereld waarin Israeliers en Palestijnen elk in hun eigen staat een veilig bestaan genieten, en nucleaire energie wordt gebruikt voor vreedzame doeleinden; een wereld waarin overheden hun burgers dienen, en de rechten van alle kinderen van God gerespecteerd worden. Dit zijn wederzijdse belangen. Dat is de wereld waarnaar we op zoek zijn. Maar die kunnen we alleen maar samen bereiken.

Ik weet dat er velen – moslim en niet-moslim – zich afvragen of we dit nieuwe begin kunnen smeden. Sommigen willen graag de vlammen van verdeeldheid opstoken, en in de weg staan van vooruitgang. Sommigen suggereren dat het de inspanning niet waard is – dat het voorbestemd is om oneens te zijn, en dat beschavingen gedoemd zijn om te botsen. Vele anderen zijn gewoon sceptisch dat echte verandering plaats kan vinden. Er is veel angst, zo veel wantrouwen. Maar als we ervoor kiezen om vast te houden aan het verleden, komen we nooit vooruit. En ik wil dit vooral overbrengen aan de jonge mensen van ieder geloof, in elk land – jij, meer dan een ieder ander, hebt de mogelijkheid om de wereld opnieuw te maken.
Ieder van ons delen deze wereld voor slechts een kort moment. De vraag is of we die tijd moeten besteden op wat ons uit elkaar drijft, of dat we onszelf betrekken bij een poging – een aanhoudende poging – om een gemeenschappelijke grond te vinden, om zich te concentreren op de toekomst die wij zoeken voor onze kinderen, en tot eerbiediging van de waardigheid van alle mensen.

Het is gemakkelijker om oorlogen te beginnen dan ze te stoppen. Het is makkelijker om anderen de schuld te geven, dan naar jezelf te kijken; om te zien wat er anders is aan de ander, dan te kijken wat ons deelt. Maar we moeten het juiste pad kiezen, niet slechts de makkelijkste weg. Er is ook een regel dat in de kern van elke religie bestaat – dat we handelen naar een ander zoals we willen dat ze naar ons handelen. Deze waarheid overstijgt naties en volkeren – een overtuiging die niet nieuw is, dat niet zwart of wit of bruin is, dat niet christelijk, islamitisch of joods is. Het is een overtuiging dat in de bakermat van de beschaving pulseert, en dat nog in de harten van miljarden slaat. Het is een geloof in andere mensen, en het is wat me hier vandaag bracht.

Wij hebben de macht om de wereld waarnaar we streven, maar alleen als we de moed hebben om een nieuw begin te maken, rekening houdend met wat er geschreven is.

De Heilige Koran vertelt ons: “O mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen.”

De Talmoed vertelt ons: “De gehele Torah heeft als doel de vrede te bevorderen.”

De Heilige Bijbel vertelt ons, “Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.”

De mensen op de wereld kunnen in vrede samenleven. We weten dat dat Gods visie is. Nu, dat moet ons werk hier op Aarde zijn. Dankuwel. En mag Gods vrede met jullie zijn.

{/tabs}