Vier op de vijf Nederlandse gemeenten niet op de hoogte van geroofd onroerend goed van Joden

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 28 mei 2020 PVV TWEEDE KAMER WO2

Vier op de vijf Nederlandse gemeenten weten niet of tijdens de Tweede Wereldoorlog Joods vastgoed is onteigend en doorverkocht, terwijl dat in hun gemeente wel is gebeurd. Dat blijkt uit onderzoek door Pointer. De PVV vraagt het Kabinet om samen met de Nederlandse gemeentes al het geroofde onroerend goed van Joden in kaart te brengen. 

Datajournalistiek platform Pointer (KRO-NCRV) meldt op basis van onderzoek dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in 225 gemeenten Joodse woningen, bedrijven en grond onteigend, waarbij in enkele gevallen dit vastgoed door gemeenten is aangekocht. Het journalistieke platform Follow The Money heeft ter illustratie een gedetailleerd artikel gepubliceerd over het geroofde pakhuis aan de Amsterdamse De Ruijterkade 127

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn naar schatting 10.000 woningen en bedrijfspanden geroofd van Joodse eigenaren in Nederland. Onder toeziend oog van de Duitse bezetter verkochten handelaren de eigendommen door. In de Verkaufsbücher werd alles door de Duitsers nauwkeurig bijgehouden, deze stukken liggen opgeslagen in het Nationaal Archief in Den Haag. De 7108 beschreven transacties is een waarde toegekend  van 99.331.400 gulden, wat omgerekend naar vandaag neerkomt op 581 miljoen euro.

De Gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kennen een compensatieregeling of doen momenteel onderzoek naar de mogelijkheden daarvoor. De overige 222 gemeenten zijn door Pointer benaderd, waarvan 106 hebben gereageerd. Ruim vier op de vijf Nederlandse gemeenten zegt naar aanleiding van de vragen van Pointer voor het eerst te vernemen van de onteigening van Joods vastgoed in hun gemeente. Meer dan zestig procent van de antwoordende gemeenten stelt open te staan voor een onderzoek naar mogelijkheden voor een compensatieregeling.

Naar aanleiding van het onderzoek door Pointer en FTM, hebben Gidi Markuszower en Geert Wilders Kamervragen ingediend bij het Kabinet. De PVV-Kamerleden vragen de ministers om samen met de Nederlandse gemeentes al het geroofde onroerend goed van Joden in kaart te brengen.

 

2020Z09650
(ingezonden 28 mei 2020)

Vragen van de leden Markuszower en Wilders (beiden PVV) aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Financiën, en van Justitie en Veiligheid over het bericht dat vier van de vijf gemeenten niet weten of ‘tijdens de Tweede Wereldoorlog Joods vastgoed is onteigend en doorverkocht terwijl dat in hun gemeente wel is gebeurd’

1) Bent u bekend met het bericht ‘Een besmet pakhuis: zo kocht Lucas Bols geroofd Joods bezit tijdens WO II’ en het onderliggende onderzoek?

2) Bent u bereid om samen met de Nederlandse gemeentes al het geroofde onroerend goed van Joden in kaart te brengen? Ook dat onroerend goed dat wel tijdens de oorlog onteigend is, maar niet werd doorverkocht? En ook bijvoorbeeld bedrijfsmatig onroerend goed dat geroofd werd door door de Nazis aangestelde ‘verwalters’?

3) Heeft de Nederlandse overheid, centraal en lokaal, onroerend goed waarvan de Joodse eigenaren of hun nabestaanden waren vermoord, zelf gehouden en/of in bezit genomen? Zo ja, bent u niet van mening dat deze panden aan de Joodse Gemeenschap gerestitueerd zouden moeten worden?

4) Welke moeite hebben Joden, die de Shoa hadden overleefd, na de oorlog moeten doen en welke kosten hebben zij moeten maken om hun geroofde eigendom weer terug te krijgen?

5) Bent u van mening dat de Staat der Nederlanden aansprakelijk is voor de handelwijze van foute notarissen, aangezien zij een cruciale schakel vormden bij de roof van het Joodse geroofde onroerend goed in en na de oorlog?

6) Bent u bekend met het feit dat de Belastingdienst bij elke verkoop van het geroofde Joodse vastgoed 5% ‘registratierecht’ inde? Zo ja, bent u bereid deze gelden alsnog te restitueren?

7) Behoorde de restitutie van het geroofde Joodse onroerend goed tot de regeling die de overheid in 2000 met de Joodse Gemeenschap sloot?

8) Welke gemeentes hebben aan de terugkerende Joden erfpacht, straatbelasting en andere heffingen opgelegd?

9) Deelt u de mening dat de tijd is aangebroken uit te zoeken welke onrechtmatigheden van de zijde van de overheid in WOII nog recht gezet kunnen worden? Zoals geïnde boetes en belastingen, leges voor Jodensterren, betaalde vervoerskosten door of namens weggevoerden?

10 ) Bent u ermee bekend dat veel informatie over het geroofd Joods bezit zich bevindt in het archief van het Nederlandse Beheersinstituut? Vindt u het niet tijd om al deze archieven digitaal te ontsluiten en vrij toegankelijk te maken?