VN publiceert zwarte lijst van 112 bedrijven die zaken doen in nederzettingen

De Verenigde Naties hebben woensdag de langverwachte zwarte lijst gepubliceerd van bedrijven die zaken doen met Joodse nederzettingen op de Westoever. Het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR) zegt een “redelijk vermoeden” te hebben dat deze bedrijven op enige manier betrokken zijn bij “activiteiten gerelateerd aan Israelische nederzettingen in de Bezette Palestijnse Gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, en in de bezette Syrische Golan”.

In totaal gaat het om een lijst van 112 bedrijven. De meeste daarvan (94) zijn gevestigd in Israel. De overige 18 zijn buitenlandse bedrijven. Op de lijst staan ook vier Nederlandse ondernemingen die actief zouden zijn in Israelische nederzettingen.

Omstreden Mensenrechtenraad
In 2016 nam de omstreden VN-Mensenrechtenraad, waarin beruchte dictaturen en notoire mensenrechtenschenders zitting hebben, een resolutie aan die de OHCHR verzocht een database op te stellen van bedrijven die betrokken zijn bij Israelische nederzettingenactiviteiten. Nederland en de rest van de Europese Unie onthielden zich destijds van stemming. De EU, en dus ook Nederland, was tegen het opstellen van een dergelijke database. 

De bedrijven, die simpelweg hun klanten willen bedienen zonder daarbij te discrimineren, dreigen door de publicatie van de lijst slachtoffer te worden van boycots en protestacties. Veel van de bedrijven op de zwarte lijst handelen bovendien in overeenstemming met de Oslo-akkoorden, door goederen en diensten te leveren aan Palestijnen op de Westoever.

Nederlandse bedrijven
Het rapport van de OHCHR maakt melding van vier Nederlandse bedrijven: Booking.com, projectontwikkelaar TAHAL Group, telecombedrijf Altice Europe en investeringsmaatschappij Kardan. In een eerdere versie van het rapport, waarin nog geen namen werden genoemd, was nog sprake van vijf tot zeven Nederlandse firma’s. Hier zijn uiteindelijk dus vier van overgebleven.

Overigens worden bedrijven door de Nederlandse regering niet verboden om activiteiten in Israelische nederzettingen te ontplooien. Er is sprake van een ontmoedigingsbeleid, niet van een boycotbeleid. Dit is ook het standpunt van het huidige kabinet, zoals herhaaldelijk duidelijk is gemaakt in antwoorden op vragen over de verkoop van Nederlandse producten in een Israelische supermarktketen.