Vragen om erkenning Palestijnse staat is gotspe

CIDI is altijd voorstander geweest van een levensvatbare, onafhankelijke Palestijnse staat. Een dergelijke staat in de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook, met grenscorrecties, doet recht aan de Palestijnse nationale aspiraties en verlost Israel van de last om een paar miljoen Palestijnen tegen hun wil te besturen. Maar wij zijn er ook altijd van uitgegaan dat een dergelijke staat het resultaat moet zijn van wederzijdse erkenning.

De Palestijnse president Abbas heeft duidelijk een ander scenario voor ogen. Hij heeft de onderhandelingstafel verlaten en voert een opmerkelijke campagne om internationale steun te krijgen voor het eenzijdig uitroepen van een Palestijnse staat. Zijn hoop is dat de Algemene Vergadering van de VN in september ‘Palestina’ als lid zal toelaten. De Verenigde Staten, Nederland en andere Westerse landen voelen hier niets voor, maar het is mogelijk dat Abbas toch voldoende steun voor zijn plannen weet te vergaren. Het op dit moment zomaar toelaten van ‘Palestina’ zou een grote historische fout zijn. Niet alleen, omdat Palestina nog geen grenzen en wel twee regeringen heeft, maar vooral ook omdat de Palestijnen voor zo’n acceptatie geen enkele tegenprestatie hoeven te leveren.

Vanaf de VN-delingsresolutie 181 uit november 1947, die de vestiging van een Arabische en Joodse staat verlangt, heeft het Palestijnse leiderschap geweigerd een staat voor het Joodse volk te accepteren. In 1993 erkende de PLO Israel wel, maar hield tevens vast aan de eis 4,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen in Israel te vestigen. Daarmee hoopte de PLO de Joodse meerderheid te kunnen reduceren tot een minderheid. Ook nu nog ontkent Abbas dat Israel de staat voor het Joodse volk is. Zo verklaarde hij recentelijk in Syrië, dat resolutie 181 voorziet in een ‘Arabische’ en een ‘Israelische’ staat en dat de totstandkoming van de Israelische staat conditioneel is aan de totstandkoming van een Palestijnse staat. (WAFA 23-7-11)

Die opvatting is een frappant stuk geschiedvervalsing. De naam Israel was nog niet bedacht toen resolutie 181 werd aangenomen. Het gaat in die resolutie uitdrukkleijk om het tot stand brengen van  een natiestaat voor het Joodse volk. Niets is daarbij conditioneel. Israelische regeringen hebben allang het principe van een onafhankelijke Palestijnse staat geaccepteerd. Ook in 1947. Wat mist is de Palestijnse erkenning van het fundamentele recht van het Joodse volk op een eigen staat. Zolang die erkenning uitblijft, is het eenzijdig uitroepen van een Palestijnse staat een gotspe die ernstig afbreuk doet aan de kans op echte vrede tussen beide volkeren.

RN