VVD eist opheldering over relatie EU-Hezbollah

Het VVD-kamerlid Hans van Baalen heeft minister Bot van Buitenlandse Zaken op 7 oktober de volgende vragen gesteld over de relaties tussen de EU en de Libanese terreurorganisatie Hezbollah:

  1. Bent u op de hoogte van de ontmoeting tussen de afgezant van de Europese Unie, Renaud, en Hezbollah-leider Hassan Nasrallah in Beiroet op 10 september 2004? Is het waar dat deze ontmoeting plaatsvond omwille van het aangaan van relaties tussen de EU en Hezbollah?
  2. Kunt u de oprichting van gezamenlijke comité’s van de EU en Hezbollah bevestigen?
  3. Is het waar dat Hezbollah in Zuid-Libanon nog steeds 1.200 tot 1.400 door Iran geleverde Katyusha-raketten heeft opgesteld? Zo ja, wat is uw mening hierover in verhouding tot de vragen 1 en 2?
  4. Wat zijn voor de Nederlandse regering de redenen de plaatsing van Hezbollah op de EU-terreurlijst niet te steunen, ondanks de motie Eurlings? Ziet de EU Hezbollah als een legitieme politieke partij waarmee een structurele samenwerking geoorloofd is? Bent u bekend met de uitspraken van Nasrallah dat er geen verschil bestaat tussen de politieke en de militaire tak van Hezbollah en zijn mening dat vrede alleen mogelijk is als Israel ophoudt te bestaan?
  5. Deelt u de mening dat officiële relaties tussen de Europese Unie en de politieke tak van Hezbollah, als laatstgenoemde geweld niet onomwonden afzweert, afkeurenswaardig zijn? Zo neen, waarom niet?

De motie waar Van Baalen in vraag in vraag 4 verwijst, werd op 17 december 2003 ingediend door het CDA-kamerlid Camiel Eurlings. In die motie werd vastgesteld dat de vernietiging van de staat Israel als een hoofddoelstellen van Hezbollah geldt en dat Nasrallah zelf talrijke malen heeft verklaard dat er geen onderscheid is te maken tussen militaire en politieke activiteiten van Hezbollah, en werd de regering opgeroepen “Hezbollah per heden als één terroristische organisatie te beschouwen, dit op bilaterale wijze tot uitdrukking te brengen en in Europees verband draagvlak voor deze zienswijze na te streven”. Een dag later werd de motie in de stemming onderschreven door een kamermeerderheid van D66, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA en LPF. Desondanks bleef de regering de EU-lijn volgen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de ‘politieke’ en de ‘militaire’ vleugels van Hezbollah.