Witte Huis ziet Joden niet meer enkel als religieuze groep: vier vragen

IN ANTISEMITISME / Door: HIDDE VAN KONINGSVELD / 11 dec 2019 BDS VS

De Amerikaanse president Donald Trump tekent woensdag, tijdens de Chanoekaborrel in het Witte Huis, een uitvoeringsbevel dat het mogelijk maakt om antisemitisme op universiteitscampussen effectiever aan te pakken. Door Joden niet langer alleen als een religieuze groep te beschouwen, maar tevens als ras of nationaliteit, wordt het mogelijk om overheidssubsidie in te houden als universiteiten te weinig doen tegen antisemitisme op de campus.

Dat meldt The New York Times op basis van bronnen binnen de regering. De zet van Trump kan op steun rekenen van veel Joodse organisaties, maar volgens critici perkt het besluit de vrijheid van meningsuiting in, of zal het ervoor zorgen dat Joden niet meer als Amerikanen worden gezien. Vier vragen over Trump’s uitvoeringsbevel:

1. Wat gaat Trump woensdag precies aankondigen?
President Trump wil met zijn uitvoeringsbevel de bescherming van titel VI van de Civil Rights Act van 1964 uitbreiden. Volgens voorstanders wil hij op deze manier Joodse studenten op universiteitscampussen beschermen. De Civil Rights Act verbiedt discriminatie op basis van ras, huidskleur, religie, geslacht of nationale afkomst. Volgens titel VI kan de federale overheid echter alleen de subsidie intrekken van programma’s en activiteiten — zoals bijvoorbeeld universiteiten — als deze discrimineren op basis van ras, huidskleur of nationale afkomst. Bij discriminatie van religieuze groepen is dit (vooralsnog) niet mogelijk.

Trump’s nieuwe interpretatie van de Civil Rights Act komt overigens niet helemaal uit zijn koker. Reeds in 2010, toen Barack Obama president was, publiceerde het Amerikaanse ministerie van Onderwijs een richtlijn waarin uiteen werd gezet dat antisemitische pesterijen wel degelijk onder titel VI kunnen vallen. “While Title VI does not cover discrimination based solely on religion, groups that face discrimination on the basis of actual or perceived shared ancestry or ethnic characteristics may not be denied protection under Title VI on the ground that they also share a common faith,” aldus het document.

Politici in Washington proberen dit uitgangspunt al enige tijd explicieter vast te leggen in de wet, door middel van de Anti-Semitism Awareness Act (ASAA). Deze wet werd in 2016 aangenomen door de Senaat, maar is vervolgens vastgelopen in het Huis van Afgevaardigden. Volgens de Republican Jewish Coalition (RJC) zorgt Trump’s bevel ervoor dat er alsnog uitvoering wordt gegeven aan de principes van de ASAA. Naast het uitbreiden van het beschermingsbereik van titel VI, zal Trump ook aankondigen dat de werkdefinitie antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) leidend wordt.

2. Waarom is dit nodig?
Acties van de anti-Israelische BDS-beweging (Boycot, Desinvesteren en Sancties) gaan wereldwijd, maar in het bijzonder op Amerikaanse universiteitscampussen, gepaard met een verontrustende stijging van het aantal antisemitische incidenten. Volgens een recent rapport van het onafhankelijke AMCHA Initiative steeg het aantal antisemitische incidenten op Amerikaanse universiteiten in 2018 wederom. Met name het antisemitisme gerelateerd aan “anti-Israel discours” nam significant toe.

Ook in 2019 registreerde AMCHA talloze incidenten op Amerikaanse universiteiten. Zo was op veel campussen bijvoorbeeld de slogan “From the river to the sea, Palestine will be free!” te horen, waarmee het recht op zelfbeschikking van het Joodse volk wordt ontkend. Op Duke University vond een pro-Palestijnse conferentie plaats waarbij een antisemitisch lied werd gezongen, en op Vassar College werd een lezing van de Joodse activist Hen Mazzig verstoord door Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina.

Bij incidenten als deze gaat het om antisemitisme vermomd als ‘antizionisme’ of Israelkritiek. De IHRA-werkdefinitie, die gebruikt zal worden als leidraad om te beoordelen of er sprake is van antisemitisme, zorgt ervoor dat dit ‘grijs gebied’ wordt teruggedrongen. Hoewel (harde) kritiek op Israel mogelijk blijft, maakt de werkdefinitie het mogelijk om echt antisemitisme te herkennen en aan te pakken. Als er sprake is van een antisemitische sfeer op een bepaalde universiteit, kan de regering er straks voor kiezen om federaal geld in te houden, waardoor universiteiten worden gestimuleerd om proactief stelling te nemen wanneer er zich incidenten voordoen.

3. Zijn Joden een ras of nationaliteit?
Joden zijn een volk met een eigen taal, cultuur, land, religie en gemeenschappelijke geschiedenis. Joden enkel als religieuze groep definiëren is daarom ook problematisch: je hoeft immers niet religieus te zijn om Joods te zijn. Sterker nog: volgens het Pew Research Center zegt slechts 37 procent van de Amerikaanse Joden zeker te weten dat er een God is. Ook atheïstische Joden hebben echter last van antisemitisme, en daarom kan het wenselijk zijn om Joden te definiëren als ras of nationaliteit, zodat antisemitisme onder het beschermingsbereik van titel VI valt. Dat is wat de Amerikaanse regering nu doet.

Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten erkende dit overigens al in 1987 in de uitspraak Shaare Tefila Congregation vs. Cobb. Volgens deze uitspraak kunnen Joden als raciale groep worden beschouwd, zoals bedoeld in antidiscriminatiewetgeving. Ook in de Nederlandse rechtspraak wordt “het Joodse ras/geloof” gebruikt om antisemitische uitspraken effectief te kunnen vervolgen op basis van artikel 137c en verder van het Wetboek van Strafrecht. Hoewel Joden dus het beste als een volk gedefinieerd kunnen worden, kan het om juridische redenen wenselijk zijn om te spreken van een ras of nationaliteit.

4. Wat zeggen critici?
Hoewel veel Joodse organisaties — zoals bijvoorbeeld de Anti-Defamation League (ADL) en het Simon Wiesenthal Center — het uitvoeringsbesluit toejuichen, is er ook kritiek te horen. Critici vrezen dat het bevel ervoor zal zorgen dat de vrijheid van meningsuiting op universiteitscampussen wordt ingeperkt. Zo laat de progressief-Joodse groep J Street in een statement weten dat zij het besluit zien als een poging om Israelcritici het zwijgen op te leggen. J Street is fel tegenstander van wetgeving tegen de omstreden BDS-beweging, en sommige uitingen van BDS kunnen volgens de IHRA-werkdefinitie als antisemitisch worden aangemerkt.

Sommige linkse opiniemakers stellen zelfs dat de Amerikaanse regering Joden niet langer als Amerikaan zou zien, en noemen het besluit zelf antisemitisch. Deze stelling is echter gebaseerd op een verkeerde aanname. Het definiëren van Joden als ras of nationaliteit is enkel een juridisch-technisch besluit, met als doel het effectiever aanpakken van antisemitisme waar dat voorheen niet mogelijk was. Zeggen dat het Witte Huis Joden nu niet langer als Amerikanen zou beschouwen, is als zeggen dat zwarte Amerikanen of latino’s niet als Amerikanen zouden worden gezien. Hun afkomst viel immers al wél onder de discriminatiegrond ras of nationaliteit zoals bedoeld in de Civil Rights Act.

Afbeelding: NASA