Zowel Israël als de Palestijnen hebben baat bij een oplossing van het conflict

Hopeloos, vruchteloos, onoprecht en gevaarlijk. Sceptici van alle kanten betitelen zo het afgelopen donderdag in Washington herboren vredesproces tussen Israël en de Palestijnen.
Inderdaad, eerdere mislukkingen geven veel reden tot scepsis, toch toont de huidige economische- en politieke situatie aan dat beide partijen er een oprecht belang in hebben dat er een overeenkomst op tafel komt.

door RICHARD D. PRIEM

De angst aan de Palestijnse zijde is dat de regering in Israël de onderhandelingen zal aangrijpen om onder de international druk uit te komen, terwijl nederzettingen op de Westbank zullen worden uitgebreid, na de binnenkort af te lopen bouwstop. Daarnaast kan de harde opstelling van deze Israëlische regering ten aanzien van Jeruzalem de onderhandelingen bemoeilijken.

Tenslotte zou de rechtse Israëlische regering ook nog uit elkaar kunnen vallen indien de minister-president Benjamin Netanyahu moeilijke concessies doet.

Aan Israëlische zijde maakt men zich zorgen over een uitbarsting van geweld in het geval dat de vredesbesprekingen wederom falen, zoals de Tweede Intifada het resultaat was van het mislukken van de Taba Conferentie in 2001. De pogingen van Hamas en andere terreurgroepen om met geweld ieder vredesproces onderuit te halen, baren eveneens ongerustheid in Israël. Bovendien wordt het publiekelijk prijzen van voormalige terroristen en de door de overheid gestimuleerde ophitsing in de Westbank door Israël als onheilspellende tekenen gezien voor de toekomst.

De realiteit laat echter zien dat er door beide partijen een stevige economische basis is gecreëerd, waarbij een permanente overeenkomst in het belang dient van zowel Israël als de Palestijnen. Daarnaast zijn er ook duidelijke aanwijzingen dat de politieke stabiliteit in de Westbank gebaat is bij het vasthouden aan de huidige kalmte.

In 2009 had de bilaterale handel tussen de Palestijnse Autoriteit en Israël een waarde van ongeveer vier miljard euro, bijna twee keer zoveel als in 2004. De oplevende economie binnen de Palestijnse Autoriteit heeft een dringende behoefte aan handel met andere landen en toegang tot nieuwe markten. Dit laatste zou de Palestijnse economie de mogelijkheid geven om verder te groeien, noodzakelijk voor Ramallah om zichzelf staande te houden tegenover Hamas.

Er bestaat de angst dat het mislukken van onderhandelingen zal leiden tot geweld, aangezien de economische situatie ten tijde van de twee eerdere Intifada’s ook relatief goed was en dus geen garantie tegen terreur biedt.

Deze redenering houdt echter te weinig rekening met de enorme veranderingen die hebben plaatsgevonden in de Palestijnse politiek sinds de machtsovername door Hamas in de Gazastrook. Het fundamentele verschil is dat de Palestijnse Autoriteit in haar beleid heeft gekozen een alternatief te willen bieden van welvaart en stabiliteit ten opzichte van het radicalisme van de Hamas.

In het verleden moest de PLO – de regerende partij binnen de Palestijnse Autoriteit – concurreren met de Hamas in haar anti-Israël-houding om niet voor collaborateurs te worden uitgemaakt. De machtsovername van de Hamas in de Gazastrook in 2007 zorgde echter dat deze strijd definitief is verloren. Momenteel zou een gewelddadig conflict met Israël zelfs het einde kunnen betekenen van de positie van de PLO, aangezien dit de achterban van de Hamas zou doen toenemen.

Abbas en zijn premier Salam Fayyad hebben zich de afgelopen twee jaar bezig gehouden met het opbouwen van de fundamenten van een staat, waarmee miljoenen broodnodige dollars gemoeid waren. Het is onwaarschijnlijk dat zij deze door de toilet zouden spoelen door over te gaan op geweld na falende vredesbesprekingen. Desalniettemin zal er anti-Israël retoriek blijven bestaan om geen geloofwaardigheid kwijt te raken.

Israël heeft echter ook een heleboel te verliezen. Het goede contact met de belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten, is pas recentelijk hersteld. Bovendien ziet Netanyahu – waarschijnlijk zelfs meer dan zijn voorgangers – het verslechterende Israëlische imago en haar verslechterende positie als legitiem lid binnen de familie der naties als een werkelijke bedreiging voor haar bestaan. Niets meer dan het nederzettingenbeleid dient als voeding voor de delegitimatie campagne tegen de Joodse staat.

Netanyahu, die bekend staat als ‘geobsedeerd’ door de Iraanse nucleaire dreiging, moet zich bewust zijn dat de mogelijkheden om te handelen op dit gebied onlosmakelijk verbonden zijn aan de banden met de Verenigde Staten. De goede verhouding met de regering in de Verenigde Staten is weer verbonden aan het niveau waarop Netanyahu vooruitgang kan boeken in het vredesproces met de Palestijnen.

Teleurstellingen in het verleden hebben het publiek onverschillig gemaakt, misschien zelfs cynisch ten aanzien van dit nieuwste initiatief om tot een oplossing te komen. Dat doet echter niet af aan het feit dat beide partijen er veel belang bij hebben deze gesprekken tot een succes te brengen.


Dit artikel verscheen 8 september 2010 in de Volkskrant. Richard Priem is medewerker van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Hij is van mening dat zowel de Palestijnse autoriteit als Israël erbij is gebaat dat het jongste vredesoverleg in Washington succesvol wordt afgerond.