“Ik zag de Palestijnse moefti in Auschwitz”

In de tweede helft van 1943 bracht de Palestijnse Moefti Amin al-Hoesseini een bezoek aan het naziwerkkamp Monowitz, een onderdeel van het Auschwitz-complex. Dat verklaarde de Gelderse econoom Ernst Verduin (79) vorige week tegenover CIDI.

Verduin reageerde op een artikel van Wim Kortenoeven in de vorige CIDI-nieuwsbrief, over door de Moefti geïnspireerde Duitse plannen om ook de joden in Noord-Afrika en Palestina te vergassen. Al-Hoesseini, een familielid van Jasser Arafat, woonde van 1941 tot 1945 in Berlijn en onderhield goede relaties met Hitler en de Holocaust-architekten Heinrich Himmler en Adolf Eichmann. Een Moefti heeft normaal gesproken een religieuze taak, maar in het voormalig Britse mandaatgebied Palestina was Al-Hoesseini tevens de belangrijkste politieke leider van de Palestijnse Arabieren. Zo was hij voorzitter van het Arabische Hoge Comité en van de Hoge Islamitische Raad.

In achtereenvolgens 1920, 1929 en 1936 hitste Al-Hoesseini de Arabische bevolking van het gebied op tegen de joden en de Britten. Het geweld kostte honderden mensen het leven. In 1936 riep hij ook op tot een anti-joodse boycot en bij het Britse bestuur eiste hij stopzetting van alle joodse immigratie en een verbod op de verkoop van grond aan joden. In april 1941 was de Moefti in Bagdad, waar hij de bevolking ophiste tot een pogrom die aan 120 joden het leven kostte en waar hij deelnam aan een mislukte opstand tegen het Britse gezag. Daarna vluchtte hij naar Berlijn.

Van Vught naar Monowitz
Ernst Verduin en zijn familieleden werden begin 1943 opgepakt en in concentratiekamp Vught gedetineerd. Later dat jaar werden zij naar de vernietigingskampen in Polen getransporteerd. Volgens Verduin was al in het voorjaar van 1943 in kamp Vught bekend dat joden in Auschwitz-Birkenau werden vergast. De bron was een SS-er die van Auschwitz naar Vught was overgeplaatst. In de wetenschap van het waarschijnlijke lot dat hem te wachten stond, heeft Verduin, toen hij kort daarna zelf in Auschwitz terechtkwam, zijn leven kunnen redden. Hij werd door een SS-selectieofficier bij de “gaskamergroep” ingedeeld, maar wist uit de rij te ontsnappen en zich bij een iets verderop geformeerd ‘werkcommando’ aan te sluiten. Verduin kreeg het nummer 150811 in zijn arm getatoeëerd en werd uiteindelijk in Monowitz (‘Auschwitz-3’) tewerkgesteld. Daar zag hij op een warme dag “een vijftal mannen in lange hagelwitte boernoezen, met gouden ceintuurs en met witte hoofddoeken met daar omheen dikke gouden banden en veel goud aan hun handen, onder begeleiding van een aantal hoge SS-ers uit het Stammlager Auschwitz langs de Lagerstrasze lopen. Ik wilde kijken wat dat voor toneelstuk was, niet bekend met de kledij van deze mensen, maar werd door een gewone SS-er van het eigen kamp tegengehouden. Toen ik hem vroeg wat dat voor mensen waren waren, zei hij dat het helemaal geen spel was, maar de Groot-Moefti van Jeruzalem met zijn gevolg, die kwam kijken hoe de Duitsers de joden zich lieten doodwerken, zodat hij dat ook in Palestina met al die joden kon doen die daar woonden.”

Het was bekend dat Al-Hoesseini ‘werkbezoeken’ aan de vernietigings-kampen Auschwitz-Birkenau en Majdanek heeft gebracht. Niet bekend was dat hij ook in het dwangarbeiderskamp Monowitz was.