CIDI: Geen onderzoek Amsterdams erfpachtschandaal zonder Joodse organisaties

Sarphatistraat Amsterdam

Sarphatistraat Amsterdam ca 1903

Amsterdam moet Joodse organisaties actief betrekken bij het onderzoek naar rekeningen en boetes voor achterstallige erfpacht die de stad na de oorlog aan Joden oplegde, zegt Ronny Naftaniel (CIDI). De boetes, vaak opgelegd aan totaal berooide overlevenden en soms voor huizen die er niet meer stonden, zijn ‘een smet op de wapenspreuk van Amsterdam: dit was allesbehalve barmhartig’, zegt Naftaniel.

Naftaniel reageert op de onthulling in Het Parool dat Amsterdam na de oorlog teruggekeerde Joden dwong om achterstallige erfpacht te betalen over de jaren waarin zij ondergedoken of gedeporteerd waren. Daar bovenop werden zij beboet vanwege te late betaling.

De hardvochtige manier waarop Amsterdam teruggekeerde Joden behandelde, kwam zaterdag in het nieuws doordat een studente correspondentie over de erfgoedkwestie ontdekte  in dossiers van Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA). Het Stadsarchief is de OGA-dossiers aan het digitaliseren, maar wilde de originele documenten binnenkort te vernietigen. Dat gaat nu zeker  niet gebeuren, heeft een woordvoerder van burgemeester Eberhard van der Laan gisteren al laten weten. De zaak zal in de gemeenteraad aan de orde worden gesteld.

“Charlotte van den Berg verdient veel hulde voor haar goede reactie”, aldus Naftaniel die contact heeft met de ontdekster. “De erfpachtkwestie was voor een deel al bekend, maar de details ontbraken. Het is goed dat die nu dankzij haar actie boven water komen.”

Wurgboetes voor berooide overlevenden

De gemeente Amsterdam ‘wil goed naar de zaak kijken’, berichtte het Parool dinsdag. Dit gaat Naftaniel echter niet ver genoeg, zeker niet omdat Amsterdam niet met de Joodse organisaties heeft overlegd.

“Deze zaak kan niet zonder actieve betrokkenheid van Joodse organisaties wordt afgehandeld”, zegt Naftaniel. “Een onderzoek zonder Joodse organisaties is géén onderzoek wat mij betreft.”
De erfpachtkwestie speelt  in Amsterdam, omdat de stad voor de oorlog een grote Joodse bevolking had. Alleen al uit deze stad zijn 80.000 Joden gedeporteerd, waarvan 62,000 zijn vermoord. Bovendien is juist in Amsterdam veel grond in erfpacht, legt Naftaniel uit.

Naftaniel was een van de eersten die de hardvochtige naoorlogse afhandeling van de roof op Nederlandse Joden aankaartte en weet hoezeer dit hun terugkeer heeft bemoeilijkt: “Dit soort wurgbelastingen troffen  mensen die volkomen berooid waren. Vaak moesten zij daardoor hun huis verkopen.” De gemeente stuurde niet alleen rekeningen over achterstallige erfpacht: er zijn ook gevallen bekend van rekeningen voor achterstallige electriciteitsrekeningen en zelfs hondenbelasting over de tijd die men doorbracht in onderduik of concentratiekampen.

‘Amsterdam moet dit snel tot een goed einde brengen’

Zover bekend heeft Amsterdam nog geen van deze kwesties rechtgezet. Het ontbreken van gegevens speelde daarbij vaak een rol. Naftaniel: “Dit optreden werpt opnieuw een smet op de wapenspreuk van Amsterdam. ‘Vastberaden en barmhartig’? Barmhartig was dit niet. De gemeente moet duidelijk maken wat er is gebeurd en verantwoording afleggen. Er moet worden geïnventariseerd hoeveel mensen hierdoor zijn getroffen.”

Net als bij vergelijkbare onderzoeken in het verleden moet Amsterdam Joodse organisaties bij dit onderzoek betrekken.  Met lagere overheden en vooral Amsterdam is nooit over dit soort kwesties gesproken. Er is overleg met gaande tussen CIDI, CJO en Platform Israel: Naftaniel wil op korte termijn een gesprek tussen Amsterdam en deze Joodse organisaties.
Daarbij gaat het in de eerste plaats om een verantwoording voor het harde optreden van Amsterdam, maar “het is van groot belang dat individuele gevallen worden gerestitueerd”, zegt Naftaniel.

Met het verstrijken van de tijd blijven er steeds minder mensen over die hierdoor zijn getroffen, zelf of via hun ouders. Toch heeft zich al iemand bij CIDI gemeld wier vader door deze maatregel is getroffen en bij wie onaangename herinneringen werden opgerakeld door de vondst van de erfpachtdocumenten. Het is belangrijk dat ook andere getroffenen en hun kinderen zich melden, zegt Naftaniel.