90 jaar geleden: het bloedbad van Hebron

IN ISRAEL / Door: PAUL VAN DER BAS / 23 aug 2019 HEBRON

Op 24 augustus 1929 werden 67 Joodse studenten in Hebron vermoord door een Arabische menigte. Het was één van de bloedigste pogroms in het Brits Mandaatgebied en maakte een einde aan de Joodse gemeenschap die al eeuwenlang in Hebron woonde. 

Op vrijdag 23 augustus begon de onheilspellende situatie die een dag later zou uitmonden in de massale slachting van de Joodse bewoners van Hebron. De Arabische bewoners van de stad waren opgezweept door (valse) geruchten uit Jeruzalem. Volgens de geruchten zouden Joden in Jeruzalem hebben geprobeerd om de Tempelberg in bezit te nemen, en daarbij de profeet Mohammed hebben vervloekt. Er waren inderdaad wat incidenten bij de Kotel (“Klaagmuur”) geweest, maar van een Joodse overname van de Tempelberg was geen sprake. Naar aanleiding van de berichten verzamelden zich 700 Arabische jongens en mannen bij het busstation van Hebron, om naar Jeruzalem te reizen en de Al Aqsa-moskee te beschermen tegen de vermeende Joodse dreiging.

De grootmoefti van Jeruzalem, Amin al Husseini, speelde een belangrijke rol in de antisemitische propaganda in aanloop naar de rellen in Hebron. De grootmoefti ontpopte zich later tot bondgenoot van Adolf Hitler, die hij in 1941 ontmoette.

Grootmoefti
De lokale Britse politiecommandant, Raymond Cafferata, probeerde de situatie te kalmeren en stond de menigte niet toe om naar Jeruzalem af te reizen. Dat maakte geen einde aan de spanningen: in plaats van af te reizen naar Jeruzalem, besloot de menigte hun woede te botvieren op de lokale Joodse bevolking in Hebron. Diezelfde middag vlogen er stenen door de ruiten van Joodse huizen. Ook de Hebron Yeshiva was een doelwit: een student die het gebouw probeerde te ontvluchten, werd doodgestoken door de Arabische menigte. De Britse politiecommandant nam contact op met de Arabische dorpshoofden om het geweld te stoppen. Die vertelden hem dat zij de opdracht hadden gekregen van Hajj Amin Al-Hoesseini – de beruchte grootmoefti van Jeruzalem – om door te gaan met de rellen. 

Een geplunderde synagoge na de rellen in Hebron

De volgende ochtend, zaterdag 24 augustus, escaleerde de situatie compleet. Arabische mannen vielen een huis binnen in de Joodse wijk en vermoorden direct twee jonge jongens. Het bloedbad duurde de hele dag. Kinderen en vrouwen werden niet gespaard. Synagoges werden geplunderd en vernield. De lokale politiemacht, onder gezag van het Britse bestuur, bestond uit slechts 40 agenten, die bovendien vaak oud en in slechte fysieke conditie waren. Slechts één agent was Joods. Volgens politiecommandant Cafferata namen sommige Arabische agenten deel aan het bloedbad. Cafferata verklaarde dat hij Joodse vrouw neergestoken zag worden door een Arabier. Toen hij dichterbij kwam, herkende hij de Arabische man als een politieagent, en schoot hij hem dood.

Tien jaar geleden publiceerde CIDI die uitgebreide artikel over de pogrom in Hebron, inclusief een ooggetuigenverslag van de Nederlands-Canadese journalist Pierre van Paassen. Lees het hier

Impact
Na het bloedbad werd het restant van de Joodse gemeenschap uit Hebron geëvacueerd. Het ging om de overlevende studenten van de Hebron Yeshiva, merendeels nieuwe immigranten uit Oost-Europa, maar ook om de eeuwenoude Sefardische Joodse gemeenschap van Hebron. De pogrom was een schok voor de Joodse gemeenschap in het Brits Mandaatgebied, en voor het Britse bestuur. Voor de Joodse gemeenschap was het bloedbad een bewijs dat het verzet van Arabieren tegen het zionisme een uitlaatklep vond in antisemitisch geweld. Joden wier families altijd in relatieve rust hadden samengewoond met hun Arabische buren, werden van de ene op de andere dag door diezelfde buren vermoord.