Duitse minister wil meer optreden tegen online haatspraak

Twee dagen na de dodelijke aanval in Halle zijn tekortkomingen in de bestrijding van antisemitisme aan het licht gekomen. De Duitse minister van binnenlandse zaken Seehofer wil meer middelen om online haatspraak in de kiem te smoren.

De Duitse minister Seehofer noemt het “een schande voor ons hele land” dat deze tragedie heeft kunnen plaatsvinden. Volgens hem is de antisemitische en rechts-extremistische dreiging, samen met de Islamistische dreiging, “de centrale uitdaging van ons land”. In een persconferentie heeft hij laten weten meer politieagenten te willen inzetten voor het bestrijden van online haatsrpaak. “Haat is altijd een voorloper van geweld”, aldus Seehofer.

Het voorstel komt te midden van ophef over tekortkomingen in de bescherming van de Joodse gemeenschap. De synagoge in Halle die doelwit was van de aanval, werd niet apart beveiligd door de politie. Een zware deur met camerasysteem – nota bene gefinancierd door de Joodse gemeenschap zelf – voorkwam dat in het gebouw een bloedbad werd aangericht. In de zuid-Duitse plaats Amberg zou een politieagent zich afgevraagd hebben waarom een synagoge beveiliging nodig heeft op Jom Kipoer, toen de lokale Joodse gemeente hierom vroeg.  

Duitse aanpak online haat

Dat de Duitse regering meer stappen wil nemen tegen online haatspraak, is opvallend te noemen. Van de EU-landen heeft Duitsland al veruit de meest verregaande maatregelen genomen op het gebied van online haat, onder andere door sociale mediaplatformen streng te controleren op hun gedrag en boetes op te leggen bij overtredingen. Dit is een van de mechanismen voorzien in een uitgebreide wet, het Netzwerkdurchsetsugnsgesetz (kortweg NetzDG).

De wet is controversieel, met name vanwege gevreesde negatieve effecten. Door de dreiging van hoge boetes bestaat de zorg dat sociale media teveel content verwijderen, inclusief uitingen die wel wettig zijn. Volgens experts heeft het beleid echter wel geleid tot een bewustere omgang met haatspraak op sociale media in Duitsland, met name wat Facebook betreft.

Europese richtlijnen

Kort na het invoeren van de wet hebben Tweede Kamerleden Segers (CU) en Van Dam (CDA) de Nederlandse regering verzocht de toepasselijkheid van dergelijke wetgeving in Nederland te onderzoeken. In een antwoord hierop heeft de regering laten weten dat aanvullende wetgeving “geen toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse werkwijze en wellicht eerder contraproductief kan werken”. 

Ook in een latere brief aan de Kamer wijst minister Grapperhaus op het risico van ‘oververwijdering’ door sociale mediaplatforms. Hoe reëel dit risico is, wordt echter weinig onderbouwd.

Volgens evaluatie van het effect van Europese richtlijnen voor sociale mediabedrijven lijken deze vooralsnog te wensen over te laten. Afgelopen september publiceerde het in Nederland gevestigde International Network Against Cyber Hate (INACH) een rapport over de werking van door de Europese Commissie (EC) ingestelde gedragscode op dit gebied. Hieruit bleek dat alleen Facebook “in toelaatbare mate” reageert op gebruikers die haatspraak rapporteren. Andere platforms, zoals YouTube, Twitter en Instagram, scoorden ondermaats.

De Nederlandse regering onderstreept steeds het belang van een gezamenlijk Europese aanpak van online haatspraak. De gedragscode van de EC is hier het meest relevante voorbeeld van, maar heeft in de praktijk schijnbaar niet het beoogde effect.

Helaas wijst de praktijk opnieuw uit dat het vergif van online haatspraak niet tot de digitale wereld beperkt blijft, maar ook zijn uitwerkingen vindt in de “echte wereld”. Het voorstel om breder onderzoek te doen naar de aanpak van online haatspraak verdient het dan ook heroverwogen te worden.