Durban II laat islamitische Jodenhaat onbesproken

Het opstellen van de agenda voor de op 21 april in Genève beginnende Durban Review Conferentie against Racism, Racial Discrimination, Xenophobia and Related Intolerance heeft vele maanden geduurd. Kenmerkend is het op de agenda ontbreken van het steeds ernstiger wordende vraagstuk van de islamitische predikers van Jodenhaat.
Door Wim Kortenoeven

Zoals de agenda van ‘Durban II’ er nu uitziet zal Israel in Genève als enige land met pek en veren getooid worden. Dictaturen als Libië, Iran, Syrië en Egypte zullen in Genève het voortouw nemen als het er op aankomt de democratische rechtsstaat Israel ervan te beschuldigden een racistische apartheidsstaat te zijn die geboycot en anderszins geschaad moet worden. Blijkens het concept van de slotverklaring van Durban II, de leidraad voor de gehele conferentie, willen de islamitische staten deze gelegenheid ook aangrijpen om wereldwijd de vrijheid van mening te beperken waar die mogelijk botst met islamitische gevoeligheden over de koran en islam¬stichter Mohammed. Onvermeld blijft echter het feit dat veel landen in de islamitische wereld een extreme vrijheid van meningsuiting kennen waar het gaat om prediken van haat tegen Joden en het Westen. De zelfbenoemde aanklagers van Durban II verspreiden zelf op grote schaal racistische en antisemitische propaganda, niet alleen binnen islamitische landen, maar via satellietzenders en internet ook onder gelovigen elders op de wereld. Met name Iran en Arabische landen als Egypte, Qatar en Syrië maken zich systematisch aan dergelijke ophitsing schuldig.

Hieronder twee recente en representa¬tieve voorbeelden uit de reusachtige verzameling van het Middle East Media Research Institute (MEMRI). Het eerste voorbeeld betreft een preek van de Egyptische geestelijke Ahmed Abd Al-Salam die op 28 januari werd uitgezonden door de Egyptische satellietzender Al-Nas TV.

De Joden spannen samen
“Ik wil dat jullie, islamitische tv-kijkers, jullie voorstellen dat de Joden rond een tafel zitten en samenspannen hoe de moslims te corrumperen en hoe hun wereldlijke en religieuze belangen te vernietigen. De Joden zullen niets nalaten om jullie te corrumperen, en dat is waarom wij hen haten. […] De Joden spannen dag en nacht samen teneinde de wereldlijke en religieuze belangen van de moslims te vernietigen. De Joden spannen samen om de economie van de moslims te vernietigen. De Joden spannen samen om het voedsel van de moslims met kanker te infecteren en het naar islamitische landen te exporteren. […] Wij haten de Joden omdat zij alle mogelijkheden zullen aangrijpen om islamitische meisjes hun kleren uit te trek¬ken. Het zijn de Joden die samenzweren om islamitische meisjes en zelfs gehuwde islamitische vrouwen, strak zittende, korte of doorzichtige kleding te laten dragen, of kleding die van voren of van achteren, links of rechts open is. De Joden zullen niets nalaten om jullie te corrumperen, en dat is waarom wij hen haten. De Joden spannen samen om de moslims te vernietigen. De Joden spannen samen om de islamitische jeugd in de diepe put van de seksuele verleiding te brengen. De seksuele verleidingen, die wereldwijd aan de orde zijn, werden door de Joden uitgedacht.”

Egypte heeft een associatieverdrag met de Europese Unie, net als Jordanië. Die relatie geeft ook verplichtingen met betrekking tot het voorkomen van discriminatie en racisme. Maar waar het gaat om antisemi¬tische ophitsing weigeren deze landen zich te voegen naar de Europese opvattingen over de bestrijding van dat fenomeen.

Zionisten en Joden
Een andere treffende illustratie van de anti-Joodse haatcampagne in de islamitische wereld is een interview op 19 januari met het voormalige Libanese parlementslid Hassan Matar op de Libanese satelliet¬zender NBT TV. Na zijn politieke carrière werd Matar een gevierd dichter. Hieronder enkele passages uit het vraaggesprek.

Hassan Matar: “Sommige mensen proberen een onderscheid te maken tussen zionisten en Joden, maar wat mij betreft is er geen onderscheid.”
Interviewer: “Ze zijn allemaal hetzelfde?”
Matar: “Het zionisme is de dochter van dat [Joodse] geloof. En natuurlijk, er zijn mensen die zeggen dat de Tora vervalst werd. […] Maar momenteel is dat hun boek en wij moeten lezen wat er in staat. Welke opdrachten werden door de geschiedenis heen aan dit volk gegeven? Die gaan allemaal over moorden. Hij die geen Jood is wordt als een van de heidenen beschouwd. Met andere woorden: hij is niet menselijk en het is toegestaan hem te doden. Deze cultuur wordt met ieder kind [opnieuw] geboren. Het krijgt deze met de moedermelk binnen. [En] als het opgroeit, [via] hun scholen, hun cultuur, hun boeken, hun opleiding, hun begeleiding, hun opvoeding…”
Interviewer: “Dit geloof is op moord gebaseerd…”
Matar: “Dit geloof is op moord gebaseerd. Natuurlijk proberen zij zichzelf tegenover de wereld altijd als slachtoffers af te schil¬deren. Ze zeggen dat zij degenen zijn die aangevallen worden, enzovoort. [cynisch:] En ik sta op het punt te gaan huilen omdat Hitler er een paar ombracht.”
Interviewer: “Joden…”
Matar: “Laten we aannemen dat Hitler die dingen inderdaad gedaan heeft – de hele wereld heeft Hitler voor zijn slachtingen veroordeeld. Moet de les die uit de slachtingen van Hitler kan worden geleerd gebruikt worden om vergelijkbare slachtingen onder een ander volk te plegen?” De moordcultuur in de zionistische context is onderdeel van hun genen. […] De twintig miljoen Joden keren zich tegen de wereld. Door middel van de media, geld, leugens en bedrog zijn zij erin geslaagd de Europese wereld [sic] te trainen om hen als de slachtoffers te zien. Na de Tweede Wereldoorlog hebben zij de wereld aan hun uitpersingsregime onderworpen. En wij Arabieren hebben daarvoor de hoogste prijs betaald. […] Zijn zij niet degenen die in Amerika het politieke en economische besluitvormingsproces beïnvloeden? Toch leven zij [daar] in hun eigen stadsdelen en dat is ook zo in Europa. [Maar] waar je op de wereld ook gaat, zie je de Arabieren vrijelijk omgaan met anderen en assimileren, want de Arabieren zijn een ruimdenkend volk met een open cultuur. De cultuur van de Joden daarentegen is een gesloten fossiele cultuur.”
Interviewer: “Waar zijn ze bang voor?”
Matar: “Het is niet dat ze ergens bang voor zijn. Zij beschouwen zichzelf als de uitverkorenen en de andere mensen als hun dienaren. Om die reden weigeren ze zichzelf met andere volken te vermengen, want zij zien de anderen als inferieur. Het heeft niets met angst te maken.”
Interviewer: “Het is arrogantie…”
Matar: “Het is een complex. Zij noemen zichzelf Gods uitverkoren volk. Als dat zo is, wat zijn andere mensen dan? Gods uitverkoren beesten? Hun gevoel dat zij apart staan van de rest van de wereld weerhoudt hen ervan in samenlevingen te assimileren. […] Wat bracht hen naar het land van Palestina? Was het hun ideologische nationale zaak? Of was het omdat zij het gevoel hadden dat zij een staat nodig hadden die de wereld zou gaan regeren? Laten wij de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’ [een in de Arabische wereld populair oorspron¬kelijk Europees antisemitisch schotschrift dat suggereert dat de Joden complotteren tegen de rest van de mensheid, red.] eens onderzoeken. Zij [de Joden] geloven dat zij geschapen werden om de wereld te zuiveren. Dat zijn hun concepten. De rest van de wereld, drie, vier, vijf miljard mensen, zijn op hun best als zij vermoord worden.”