Excuses minister Blok voor behandeling Zwartendijk

In antwoord op Kamervragen van Sjoerd Sjoerdsma (D66) geeft minister Stef Blok aan ruimhartig excuses te hebben aangeboden voor de manier waarop Buitenlandse Zaken zijn voormalig diplomaat in Litouwen behandelde. Hij sluit zich aan bij Sjoerdsma’s woorden dat Zwartendijk “eerder een standbeeld dan een reprimande” verdient. 

In het onlangs gepubliceerde boek De Rechtvaardigen: Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde van Jan Brokken wordt onthuld hoe het handelen van Zwartendijk duizenden Joden hielp ontsnappen aan vervolging door de nazi’s. Na de oorlog kreeg Zwartendijk echter geen beloning, maar een reprimande van Buitenlandse Zaken, omdat hij niet “conform consulaire richtlijnen” gehandeld zou hebben.

Reddingswerk op persoonlijk initiatief – en met gevaar voor eigen leven

Zwartendijk was met zijn gezin vanaf 1938 gevestigd in Litouwen als directeur van het Philips-hoofdkantoor in het land. Wanneer de Nederlandse honorair-consul in de toenmalige hoofdstad Kaunas wordt afgezet vanwege vermeende nazisympathieën (hij had een Duitse vrouw), krijgt hij van de ambassadeur in Riga het verzoek om deze taak over te nemen.

Op het moment dat Zwartendijk aanvaardt lijkt het nog te gaan om een lichte functie. Een dag na zijn aanstelling wordt het land binnengevallen door de Sovjet-Unie als deel van het Molotov-Ribbentroppact, terwijl Nazi-Duitsland grote delen van Polen bezet. Hiermee groeit de dreiging voor de grote plaatselijke Joodse bevolking, die verdere expansie en vervolging door de Nazi’s vreesden. 

Onder deze druk gaat Zwartendijk op zoek naar een vluchtroute voor twee Nederlanders die hij eerder heeft leren kennen en studeerden aan een jesjiva in Kaunas. In samenwerking met de ambassadeur in Riga wordt een mogelijke route gevonden: als consul heeft Zwartendijk de bevoegdheid om inreisvisa naar Curaçao uit te schrijven.

Het is deze stap die de Japanse consul in Kaunas, Chiune Sugihara, in staat stelt Joden aan een vluchtroute te helpen door ze een Japans doorreisvisum te geven: de Curaçaose inreisvisa worden door de Sovjetautoriteiten geaccepteerd in combinatie met de garantie dat een buurland (in dit geval Japan) de vluchtelingen zal toelaten.

Dat een omweg via Japan niet de meest logische was om naar Curaçao te komen (waar dan ook geen van de duizenden gevluchte visumhouders terecht kwamen), bleek gelukkig geen bezwaar. Achteraf laat Brokken in zijn boek zien dat de Sovjet-Unie de vluchtelingen toeliet vooral vanwege het geld dat ze nog konden betalen.

Zodra het nieuws over de visa naar buiten komt, werken Zwartendijk en Sugihara zo’n tien dagen continu aan het verstrekken hiervan, totdat hun consulaten gesloten worden door de Sovjetautoriteiten. Volledig op eigen initiatief opereren ze met alle gevaar van dien, voor hun carrière, maar ook hun leven.

Sugihara is na de oorlog niet teruggenomen in diplomatieke dienst door Japan en heeft verder van bijbaantjes moeten leven. Zwartendijk hoorde pas vlak voor zijn dood in 1976 van mensen wiens leven met zijn toedoen gered waren. Totaalschattingen van om hoeveel mensen het ging (ruim 2000 zeker en zo’n 95% van diegenen die hij hielp) kwamen vlak na zijn dood. Beide mannen hebben later de titel “Righteous Among the Nations” van Holocaustonderzoekcentrum Yad Vashem gekregen.

Vergangenheitsbewältigung nog niet voorbij

Volgens Sjoerdsma werkt Blok met zijn antwoord “een smet uit het verleden” weg.

Het bericht over Zwartendijk komt op een moment dat er ophef is ontstaan over de rol van het Nationaal Archief in onderzoek naar misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Arnold Kraskens van Stichting Oorlogsmisdaden wil hiervoor toegang krijgen tot het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, maar het Archief weigert dit en beroept zich daarbij op de Wet bescherming persoonsgegevens. Momenteel is een rechtszaak over de vraag gaande.