‘Exodus 1947’ eerste schip onder Israelische vlag

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInDigg thisShare on RedditEmail this to someonePrint this pageDeel dit

Exodus 1947 bron National Army Museum.co.ukOp 17 juli 1947 werd het schip de President Warfield omgedoopt tot ‘Exodus 1947’. Het werd letterlijk het eerste schip onder Israelische vlag, nog voor de oprichting van de staat. Het schip werd beroemd doordat de Britten het, volgeladen met vluchtelingen, niet naar ‘Palestina’ lieten varen.

Na de oorlog weigerde de Amerikaanse President Franklin Delano Roosevelt Joden toegang tot de VS omdat er volgens hem al teveel Joden in de Verenigde Staten woonden. Ook de Engelse premier Churchill weigerde Joden toe te laten, tot het Verenigd Koninkrijk én tot het gebied waar volgens het mandaatbesluit van de Volkenbond een ‘Joods Tehuis’ zou moeten worden gevestigd. (Het Mandaatgebied Palestina, dwz het huidige Jordanië, Israel en de Palestijnse Gebieden.) Illegale emigratie door Joden naar het gebied nam dan ook toe, het meest sprekende voorbeeld is dat van de ‘Exodus 1947’.

Het schip de President Warfield werd in 1946 uit de vaart genomen, waarna het voor 8000 dollar als schroot werd verkocht aan de West Trading Company (een dekmantel van de Haganah, het latere Israelische leger). De Warfield werd daarna in Baltimore omgebouwd. In februari 1947 voer het schip naar Frankrijk, waar het de duizenden joodse vluchtelingen oppikte.

Op 17 juli 1947 werd het schip de President Warfield omgedoopt tot ‘Exodus 1947’ in een ceremonie op open zee. De blauw-witte vlag met de Ster van David, de huidige Israelische vlag, werd gehesen en het “Hatikvah”, dat later het Israelische volkslied werd, werd door de ruim 4500 vluchtelingen en bemanningsleden luid gezongen.

De volgende nacht ramden twee torpedojagers van de Britse marine de ‘Exodus 1947’ aan beide kanten. Het schip liep schade op aan de romp, reling en de reddingsboten. Hierop werd het geënterd door Britse matrozen en mariniers, waarna er gevechten uitbraken. De joodse vluchtelingen wapenden zich met schroevendraaiers, aardappelen, flessen, blikjes, houten planken en metalen staven. Hierbij vielen drie Joodse doden en meer dan 150 gewonden.

De ‘Exodus 1947’ werd naar de haven van Haifa gebracht, waar de Britse soldaten de opvarenden bevolen over te stappen op drie gevangenisschepen, uitgerust met kooien. Onder de codenaam “Operatie Oasis” voeren de gevangenisschepen vanuit Haifa naar Frankrijk, terwijl de Joodse vluchtelingen die werden afgevoerd dachten dat zij naar vluchtelingenkampen op Cyprus werden overgebracht.

De schepen voeren eerst naar Toulon, Frankrijk, waar de Joodse vluchtelingen werd bevolen om van boord te gaan. De Franse autoriteiten weigerden om geweld te gebruiken tegen de vluchtelingen om hen van het schip te halen. De Britten besloten hierop, uit angst voor een negatieve publieke opinie, te wachten tot de vluchtelingen uit eigen beweging van boord zouden gaan. Toen dat niet gebeurde, dreigde de Britse minister van Buitenlandse Zaken ze terug te sturen naar Duitsland. Maar de opvarenden gaven geen krimp en bleven aan boord, waar zij een hongerstaking inzetten. De Britten stuurden hen naar de haven van Hamburg, Duitsland, waar zij onder druk van geweld het schip moesten verlaten en werden overgebracht naar opvangkampen.

Joodse ontheemden in opvangkampen door heel Europa protesteerden en er braken gefaseerde hongerstakingen uit toen het lot van de ‘Exodus 1947’-opvarenden bekend werd.

Over de hele wereld besteedden media aandacht aan hun lot, wat leidde tot gezichtsverlies van het VK. De internationale politieke en publieke druk op de Britse regering door hun handelen in deze affaire bracht de Engelse regering ertoe de voormalige ‘Exodus 1947’-vluchtelingen toch toe te staan om in kleine groepen te emigreren naar het mandaatgebied Palestina.

Later gaf het VK het mandaat terug aan de net opgerichte Verenigde Naties. Op 15 mei 1948 verklaarde Israel zich onafhankelijk.

Foto: De ‘Exodus 1947’ in Haifa, bron: National Army Museum