Antisemitismerapport 2005 en jan-mei 2006

incidenten-op-scholenMet een totaal aantal incidenten van 159 is het niveau terug naar het jaar 2001. Het zit daar zelfs nog onder. Het grote verschil met de voorgaande drie jaren, toen het aantal incidenten hoog was, is vooral te danken aan het geringe aantal e-mails en de afname van het aantal scheldpartijen. Opvallend is dat met 9 incidenten in de categorie Fysiek geweld deze categorie de op één na grootste is sinds 1999. En dat is zorgelijk.

Hier zij al vast opgemerkt dat kritiek op Israel niet beschouwd wordt als antisemitisme. Pure anti-Israel uitingen, hoe virulent ook, treft u in deze monitor dus niet aan. Wij beschouwen die als politieke en niet als antisemitische uitlatingen. De incidenten variëren van een forse vechtpartij bij een videotheek tot het gooien van een steen naar een auto terwijl er gescholden wordt: “Jodenhoer, ze waren vergeten je af te maken in de oorlog.” De categorie Dreiging met geweld scoort eveneens hoog: de derde plaats sinds 1999. Het is verheugend dat incidenten die in 2005 vanuit het onderwijs zijn gemeld een afname laten zien: van 18 in 2003 en 2004 naar 12 in 2005.

De registratie van de bij CIDI gemelde incidenten januari-mei 2006 laten een stijgende tendens zien ten opzichte van dezelfde periode in 2005. Vermoedelijk is de oorzaak de verkiezingszege van Hamas bij de Palestijnse verkiezingen in februari 2006 en de Israëlische eis aan Hamas Israel te erkennen. Het sterk toegenomen aantal incidenten (105) in juli-augustus 2006 tot slot bevestigt opnieuw het directe verband tussen antisemitisme en geweld in het Midden-Oosten. Bij het ter perse gaan van dit overzicht van antisemitische incidenten was de wapenstilstand tussen Hezbollah en Israel net van kracht. Dit recente conflict heeft geleid tot vele burgerslachtoffers en vluchtelingen, zowel in Libanon als in Israel. Het menselijke leed dat deze oorlog heeft aangericht is groot. Geweld tussen Israel en zijn Arabisch en Palestijnse buren leidt buiten Israel klaarblijkelijk altijd tot een toename van antisemitische incidenten. Voor sommige niet-Joodse toeschouwers van het conflict is het moeilijk onderscheid te maken tussen Joden en Israel. Zij zetten hun onlustgevoelens over de Israelische politiek om in antisemitische uitingen tegen de Joden en Joodse organisaties in hun omgeving. Die toename valt ook nu weer te constateren. Hier zij te moeten opgemerkt dat kritiek op Israel niet beschouwd wordt als antisemitisme. Pure anti-Israel uitingen, hoe virulent ook, treft u in deze monitor dus niet aan. CIDI beschouwt die als politieke en niet als antisemitische uitlatingen.

Noord-Afrikaanse afkomst

Het CIDI is enigszins optimistisch over het licht afgenomen aandeel van daders van Noord-Afrikaanse afkomst in antisemitische incidenten. Toen in 2002 bleek dat veel van deze uitingen uit die hoek kwamen, heeft CIDI getracht aan te geven hoe groot dat aandeel was. Niet, om een bepaald deel van de Nederlandse samenleving, te criminaliseren, maar juist om goed beleid te kunnen ontwikkelen. Immers, een aanhanger van extreem-rechtse ideologieën heeft meestal een andere inspiratiebron voor zijn antisemitisme, dan een dader van Noord-Afrikaanse afkomst. Voor beide groepen dient er ander beleid te zijn. Het antisemitisme van daders van Noord-Afrikaanse afkomst komt vaak voort uit loyaliteit met de Palestijnen en de volkeren in het Midden-Oosten en onbekendheid met Joden en de Joodse gemeenschap in Nederland. Hun afkeer van Israel wordt direct geprojecteerd op Joden en uit zich in een vaak antisemitische opstelling tegen de Joodse bevolkingsgroep

In 2002 bleek 41% van de gemelde daders van Noord-Afrikaanse afkomst te zijn, in 2003 en 2004 was dat respectievelijk 43,5% en 45%. Een stijging dus van enkele procenten per jaar. In 2005 is dat 38%. Wij zullen moeten afwachten of ook in 2006 dit aandeel blijft dalen.

Extreem-rechts

Nu het aandeel van bovenbedoelde groep enigszins is afgenomen, wordt duidelijker dat het antisemitisme vanuit extreem-rechts nog steeds een prominente plaats inneemt. Voor wat betreft internet spreekt het Meldpunt Discriminatie Internet over enkele honderden extreem-rechtse sites, zoals Stormfront, Polinico, Nationale Alliantie en Holland Hardcore. Op deze sites hebben overigens alle minderheidsgroeperingen het te verduren, zoals Joden, moslims, negers en homoseksuelen. In de uitzending van Twee Vandaag (30 maart 2006) zegt de voorman van de Nederlandse Volksunie, Constant Kusters, dat internet voor de NVU een belangrijk wapen is. De NVU nam in maart 2006 op zes plaatsen deel aan de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland. Het gevaar van de verspreiding van exteem-rechts gedachtengoed op internet wordt door Justitie in dezelfde uitzending van Twee Vandaag een ‘sluipend gif’ genoemd. Internetsocioloog Albert Benschop zegt, eveneens in deze uitzending, dat rechtsextremisme net zo gevaarlijk is als extreem-islamisme. De Anne Frank Stichting wijst al in 2004 in haar zesde Monitor racisme en Extreem-rechts op de groei van extreem-rechts. Er zijn in duizenden Nederlandse jongeren met extreem-rechtse sympathieën (Van Donselaar, Algemeen Dagblad, 3 mei 2006). Hoe zeer de ideeën die de afgelopen jaren vrijelijk op internet hebben gecirculeerd zijn doorgedrongen, blijkt uit een uitzending van NOVA van 17 mei 2006, waarin twee jongeren worden geïnterviewd. Eén van hen zegt, dat de ‘Zionisten’ alles over nemen en dat wij in een ‘Zion-dictatuur’ leven. Dezelfde jongen zegt te betwijfelen of er inderdaad zes miljoen Joden zijn vermoord. Want, zegt hij, er is nooit zoveel as en gebeenten gevonden. Hij is van mening dat de gaskamers pas na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd, omdat behalve de gevangenen niemand anders heeft beweerd dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd. Zijn uitspraken zijn de ideeën van mensen als Faurisson, Irving, Leuchter, Rudolf, Bootz en Verbeke, die hun hersenspinsels in op wetenschappelijk onderzoek lijkende boekwerken hebben verspreid: eerst via de gewone drukpers en later via het internet. Het aandeel van extreem-rechts in het antisemitisme wordt vooral gereflecteerd in het aantal bekladdingen en vernielingen van Joodse gebouwen en monumenten. Bij deze bekladdingen worden regelmatig hakenkruisen, white power tekens en 88 gebruikt. Ook is de leus ‘wir sind zurück’ en ‘strafkampf=mijnkampf’ aangetroffen. Het ligt voor de hand dat daders van Noord-Afrikaanse afkomst dit soort graffiti niet gebruiken.

Justitie

Al deze uitingen, maar vooral de achterliggende ideologieën, ondermijnen de samenleving. De strijd tegen antisemitisme en racisme blijkt nog niet gestreden. Niet alleen Joden, maar ook anderen, moslims, homoseksuelen, zwarten, zijn slachtoffer van racisme. In een recent onderzoek dat het onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van de GPD uitvoerde noemt 10% van de Nederlandse bevolking zich openlijk racistisch en 17% zegt af en toe racistisch te zijn (bron: Volkskrant, 6 juni 2006).

De bestrijding van antisemitisme en racisme ligt in de eerste plaats bij Justitie. In november 2005 en maart 2006 heeft het CIDI een presentatie gegeven aan Officieren van Justitie belast met discriminatiezaken over antisemitisme en de problemen bij de bestrijding ervan. In zijn presentatie heeft CIDI laten zien dat antisemitisme een fenomeen van alle tijden is, dat voortdurend van gedaante wisselt en dat alleen al om die reden antisemitische vooroordelen moeilijk te bevechten zijn. Vandaar het grote belang van adequaat justitieel optreden, educatie en dialoogprojecten. Na jarenlang problemen te hebben gehad met het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie, is er een aanmerkelijke verbetering opgetreden in het adequaat reageren op aangiftes. Een aantal zaken zijn afgerond en aangiften werden direct beantwoord. In de jarenlang slepende NAG-zaak heeft het hof in Amsterdam geoordeeld dat vervolging moet worden ingesteld tegen de daders. Dat gebeurde naar aanleiding van het klaagschrift ex art. 12 Sv dat CIDI drie jaar heeft ingediend. In de zaak ‘fysiek geweld in Utrecht’ wordt ook vervolging ingesteld. De zaak tegen Weerwolf en Eite Homan wijst het hof af. In de zaak tegen de makers van het op internet verspreide rapnummer Wie niet springt is een Jood heeft het hof geoordeeld dat Justitie met een rapport moet komen over de (on)mogelijkheid de gebruikers van racistische liedjes op het internet te vervolgen. De Officier van Justitie had de klacht van CIDI en het ADB Haarlem geseponeerd, waarop beide organisaties op 16 november 2005 een klaagschrift ex art. 12 Sv hadden ingediend. Het is een goede zaak dat het OM de maker van het filmpje Housewitz heeft veroordeeld. Hiertegen had het MDI aangifte gedaan.

Internet en satelliet-tv

Ondanks de toegenomen aandacht bij Justitie en politie voor discriminatiezaken dient een aantal opmerkingen gemaakt te worden. Zoals hierboven en in voorgaande jaren al gezegd, is één van de belangrijkste bronnen voor de verspreiding van antisemitische en racistische ideologieën de verspreiding via het internet. Het valt daarom te betreuren dat minister Donner nog steeds geen antwoord heeft gegeven op Kamervragen van juni 2005 inzake de extreemrechtse website Stormfront. De organisatie Stormfront, die in Florida zijn site host, geeft racisten over de gehele wereld in vele talen, waaronder Nederlands, volop de mogelijkheid hun haat te spuien. In augustus 2005 en februari 2006 schrijft de Minister, dat het Openbaar Ministerie de zaak in onderzoek heeft, maar dat gedurende het onderzoek geen nadere mededelingen worden gedaan. Al in 17 november 2004 schreef CIDI hierover een brandbrief aan de ministers van Justitie, Buitenlandse Zaken en Binnenlandse zaken.

In het vorige overzicht van antisemitische incidenten schreef CIDI dat het ‘dweilen met de kraan open blijft’ als uitingen op internet niet hard worden aangepakt. Dat vindt ook een Kamermeerderheid van PvdA en CDA, die van de ministers Donner van Justitie en Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie nu concrete maatregelen eist tegen haatuitingen op internet (maart 2006). Er wordt door Justitie en Binnenlandse Zaken gewerkt aan een Nationaal Meldpunt Cybercriminaliteit. Aan dit meldpunt zal tevens een Notice-and-Take-Down-procedure worden gekoppeld, waarmee verwijdering of blokkering van mogelijk illegale informatie via de internet service provider kan worden bewerkstelligd. Inmiddels is er al wel een website cybercrime online. In hoeverre daarvan al gebruik wordt gemaakt en of de Notice-and-Take-Down-procedure in werking is gesteld, is bij het ter perse gaan van deze monitor niet bekend.

In maart 2005 heeft het Commissariaat voor de Media het Nederlandse satellietbedrijf New Skies gesommeerd te stoppen met het doorgeven van de Arabische satellietzender Al-Manar. Al-Manar is onderdeel van de door Iran en Syrië gesteunde Hezbollah en zendt regelmatig anti-Westerse en antisemitische propaganda uit. In januari 2006 honoreerde Frankrijk het klemmende verzoek van minister Donner van Justitie om niet alleen Al-Manar op zwart te zetten, maar ook de Iraanse satellietzender Sahar-tv 1. Een dag later waren de stations overigens alweer te zien via internet.

Justitie is zich bewust van het kwaad dat dergelijke ophitsende satellietzenders kunnen aanrichten en beziet op welke wijze dat kan worden aangepakt. Dat gebeurt in samenwerking met de NCTb en het Commissariaat voor de Media. In zijn brief van 3 november 2005 schrijft minister Donner dat in kaart wordt gebracht welke mogelijk risicovolle zenders in Nederland zijn te ontvangen en ‘op welke wijze deze middels bestaande en te creëren instrumenten kunnen worden geweerd’. Haat zaaien via internet en satelliet-tv zal de komende jaren alleen maar eenvoudiger worden. Het is dan ook vijf voor twaalf om niet alleen adequate maatregelen te plannen en op te stellen, maar deze ook uit te voeren.

Download het gehele jaaroverzicht van 2005 en van de periode januari-mei 2006.