Kabinet wil Holocaustontkenning explicitet strafbaar stellen

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus wil het ontkennen van de Holocaust expliciet strafbaar stellen. Ondanks dat het in sommige gevallen al strafbaar is, wil de minister na maatschappelijke druk en een reprimande vanuit Brussel het nu toch apart benoemen. 

Discriminatie en groepsbelediging

Eerder viel Holocaustontkenning en -bagatelissering onder art. 137c & e van het Wetboek van Strafrecht, wat inhoudt dat het gezien wordt als discriminatie en groepsbelediging. Uit het Verbeke-arrest van de Hoge Raad in 1995 werd educatief materiaal dat de gaskamers ontkende expliciet strafbaar gesteld.

In tegenstelling tot Duitsland en België kende Nederland nog geen apart wetsartikel over Holocaustontkenning, wat in Brussel voor kopzorgen zorgde. Recentelijk kwam de Europese Commissie daarom met een scherpe reprimande, waarin zij eiste dat Nederland wetgeving zou schrijven die zich specifiek op Holocaustontkenning zou richten.

In een brief aan de Kamer liet minister Grapperhaus weten dat het kabinet expliciet wil gaan vastleggen dat het goedpraten van, bagatelliseren van en ontkennen van de Holocaust (en andere genocides en oorlogsmisdaden) strafbaar is. Hiermee wil de minister voldoen aan het verzoek van de Europese Commissie. Ondanks dat het eerder nog niet zo expliciet in de wetgeving was vastgelegd, was de facto Holocaustontkenning al decennia strafbaar in Nederland.

Nationaal Coördinator Antisemitisme te spreken over plannen kabinet

Eddo Verdoner, de Nationaal Coördinator, was positief gestemd over het voornemen van minister Grapperhaus. Door het groeiende aantal antisemitische incidenten ziet hij de noodzaak van het expliciet strafbaar stellen van de Holocaust. Aldus hem blijft de Holocaust het morele ijkpunt in onze samenleving.