Minister Van Ark negeert eenzijdigheid EU-richtlijn

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 23 sep 2020 ETIKETTERING EU

Minister voor Medische Zorg Tamara van Ark beroept zich op EU-wetgeving in antwoord op Kamervragen over een dreigende boete voor het Israël Producten Centrum. Zij gaat hier echter voorbij aan het feit dat alleen voor producten uit Israëlische nederzettingen, en geen enkel ander betwist gebied, door de EU een richtlijn is uitgegeven.

Minister voor Medische Zorg Tamara van Ark. Bron foto: Arenda Oomen / Rijksoverheid.

Christenen voor Israël berichtte in juli op haar website dat twee ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op bezoek waren geweest bij het Israël Producten Centrum in Nijkerk. De NVWA-ambtenaren kwamen op inspectie in verband met de ‘Interpretatieve mededeling inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door Israel bezette gebieden’ – een richtsnoer hoe EU-lidstaten om moeten gaan met de labeling van producten uit Israëlische nederzettingen. Deze EU-richtlijn stelt dat Israël geen soevereiniteit heeft over de in 1967 veroverde Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en de Golan, en dat producten uit Israëlische nederzettingen niet als “made in Israel” gelabeld mogen worden. 

Naar aanleiding van deze berichtgeving dienden CU, SGP en PVV Kamervragen in. Volgens Joël Voordewind (CU) is sprake van selectiviteit. Daarnaast stelt Kees van der Staaij (SGP) dat onder het mom van consumentenvoorlichting, anti-Israël politiek wordt bedreven. PVV’ers Raymond de Roon, Gidi Markuszower, Geert Wilders en Dion Graus spreken van een “heksenjacht” door de NVWA.

Minister Van Ark verdedigt de actie door de NVWA. De autoriteit ziet toe op de handhaving van EU-wetgeving met betrekking tot de vermelding van de herkomstaanduiding voor alle landen en gebieden, aldus Van Ark. Volgens de minister geldt deze wetgeving “voor alle landen en gebieden, dus ook voor andere bezette gebieden”. “Er is derhalve geen sprake van ongelijke behandeling van Israël en de door Israël bezette gebieden”, zo concludeert de minister voor Medische Zorg.

De minister gaat hier echter voorbij aan het feit dat alleen voor producten uit Israëlische nederzettingen, en geen enkel ander betwist gebied, de EU een richtlijn heeft uitgegeven ter aanvulling op de eerder aangehaalde wet. De wetgeving waar Van Ark naar verwijst definieert niet exact wanneer het gaat om bezette gebieden – daar is met betrekking tot Israël en Israël alleen een richtlijn voor uitgegeven. 

Aan proactieve handhaving wordt door de NVWA overigens niet gedaan. Ambtenaren van de Voedsel- en Warenautoriteit gingen voor het eerst langs het Israël Producten Centrum in april 2019 naar aanleiding van een klacht, zo bevestigt minister Van Ark. Christenen Voor Israël stelt doelwit te zijn geweest van een lastercampagne door onder andere DocP met e-mailacties en kleinschalige demonstraties voor het Israëlcentrum.

De NVWA beroept zich dus op een richtlijn, en wordt daarbij door minister Van Ark verdedigd onder het mom van EU-wetgeving. Voor andere bezette en betwiste gebieden bestaan echter geen EU-richtlijnen, en tast de NVWA in het duister. Op deze wijze wordt op producten uit door Israël bezette betwiste gebieden en niet op andere gebieden gehandhaafd.

Richting de PVV heeft minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok de beantwoording op zich genomen. Daarbij gebruikt hij dezelfde argumentatie als zijn collega op Medische Zorg.