Nalatigheid van politie leidt tot vrijspraak in antisemitismerechtszaak

IN ANTISEMITISME / Door: HANNA LUDEN / 31 aug 2020 POLITIE RECHTSZAAK

Een agressieve buurman die zijn buurvrouw jarenlang teisterde door haar te bedreigen, beledigen, intimideren en antisemitisch te bejegenen is vrijgesproken omdat de politie nalatig was bij het onderzoek, ondanks herhaalde klachten en voorgelegd bewijsmateriaal. De politie heeft de aanklachten niet serieus genomen, en ging de bewijslast niet (tijdig) na. Zo heeft de politie bijvoorbeeld geen screenshots gemaakt van (voorgelegde en inmiddels verwijderde) berichten op Facebook.

Het begon in 2010 toen het slachtoffer klaagde over geluidsoverlast van de honden van de buurman. Er volgden woordenwisselingen, en enkele aangiftes bij de politie die tot bitter weinig actie leidde. Naast grof taalgebruik, beledigingen en bedreigingen, gebruikte de buurman Facebook om het slachtoffer en haar vriend te intimideren, maar ook antisemitisch te bejegenen, met teksten zoals “vergassen dit ongedierte” en “ik heb zin om [ze] te villen en er lampenkappen van te maken”. De buurman publiceerde ook de adressen en telefoonnummers van zijn buurvrouw en haar vriend.

De aanklachten van de slachtoffers bleken – nadat de zaak, mede door de inzet van misdaadverslaggerver Peter R. de Vries de media haalde – bij het verkeerde bureau te zijn ingediend en in het systeem onjuist te zijn ingevoerd. Politieonderzoek werd niet verricht, en het slachtoffer moest verhuizen. Na veel juridisch aandringen werd de zaak eindelijk aan de rechter voorgelegd, en ook toen was veel energie en juridische druk nodig om ook antisemitisme in de klacht mee te nemen. 

Uiteindelijk verwoorde het OM de aanklacht als volgt:

Verdachte wordt er — kort gezegd — van beschuldigd dat hij zich:

  1. in de periode 1 maart 2015 tot en met 11 april 2015 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan belediging van A en/of B.
  2. in de periode 13 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan bedreiging c.q. doodsbedreiging van A en/of B.
  3. in de periode 1 augustus 2015 tot en met 18 augustus 2015 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan groepsbelediging van Joden.
  4. in de periode 1 augustus 2015 tot en met 18 augustus 2015 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan aanzetten tot haat tegen, discriminatie van en geweld tegen Joden.

De screenshots die door de slachtoffers aan de rechter werden voorgelegd konden vanwege juridische beperkingen niet als bewijsmateriaal worden gebruikt. De echtheid ervan kan (formeel) niet worden bewezen. 

Dergelijke nalatigheid ondermijnt het vertrouwen in de rechtstaat en de politie. De slachtoffers hebben bovendien een zeer sterkt vermoeden dat de politie hun klacht nooit serieus heeft genomen. Mede omdat het zo lang duurde voordat over is gegaan tot onderzoek, “en waarschijnlijk was dat helemaal niet gebeurd als het de aandacht van de media niet had gekregen”. Ook was er veel overtuigingskracht nodig – ook van CIDI – om het antisemitische karakter onderdeel te maken van de aanklacht tegen de agressieve buurman. Zelfs zijn agressieve gedrag en intimidatie zijn in eerste instantie niet in de aanklacht meegenomen. Eerst luidde de aanklacht slechts ‘belediging’.

Afgelopen week – 10 jaar nadat de problemen zijn begonnen – heeft  de rechter – bij gebrek aan juridisch houdbaar bewijs – hem vrij moeten spreken, ondanks de screenshots die een totaal ander beeld schetsen maar door de slachtoffers en niet door de politie zijn overhandigd.