Oekraïens-Joods erfgoed herleeft in bijzonder archiefstuk

De Nationale Bibliotheek van Israel presenteert op haar website een 100 jaar oud archiefstuk, deze geeft een inkijk in het toenmalige Joodse leven in Kharkiv. Oekraïne werd gedurende de Eerste Wereldoorlog in 1917 een onafhankelijke staat en kende toen een grote culturele bloei. In 1922 werd het land onderdeel van de Sovjet-Unie.

Het schrift: Het leven van de kinderen, Kharkiv, 1920.

Ook in Israël wordt de oorlog in Oekraïne op de voet gevolgd. Vlak voor de huidige Russische invasie woonden er in het land naar schatting 150.000-200.000 Joden, maar 100 jaar geleden was hun aantal aanzienlijk groter. Dit was ook de periode van pogroms en openlijke discriminatie tegen Joden, maar ook de periode dat het zionisme steeds meer voet aan de grond kreeg. Een onderdeel van het zionisme was het opnieuw leven inblazen in de Hebreeuwse taal. Tot het einde van de 19de eeuw was het Hebreeuws een dode taal, die uitsluitend gebruikt werd voor religieuze doeleinden. De Joodse verlichtingsbeweging – de Haskala – en later ook de zionistische beweging, zag de taal van de Tenach als een belangrijk onderdeel in het moderniseringsproces van het Joodse volk. Op steeds meer scholen werd het Hebreeuws onderwezen, als gevolg daarvan breidde de taal zich uit. De Nationale Bibliotheek van Israël (NLI) herbergt veel archiefmateriaal dat afkomstig is uit Oost-Europa, zij publiceren regelmatig over stukken uit de collectie.

Gisteren verscheen een blogpost over een zeldzaam archiefstuk uit de collectie: een schrift uit het Kharkiv van 1920. Hierin werden gedichtjes en verhaaltjes in het Hebreeuws geschreven door kinderen van het gymnasium. Dit is bijzonder als wij ons realiseren dat het Hebreeuws niet hun moedertaal was. Velen in Oost-Europa waren meertalig, zo werden het Jiddisch, Oekraïens, Pools, Russisch en Duits vaak naast elkaar gebruikt.

Het schriftje, “Het leven van de kinderen” – wat volledig gedigitaliseerd te vinden is in de nationale bibliotheek van Israël – bevat 46 bijlagen. Deze zijn allemaal door 14- en 15-jarige gymnasiumkinderen van de Tarboet school geschreven, net voor Pesach 1920. Het onderwerp van deze gedichtjes is de lente en de naderende feestdagen. Naast de teksten bevat het schrift ook meerdere tekeningen, bijvoorbeeld de onderstaande afbeelding met de titel: Aan de oevers van de Dnieper.

Tekening: Aan de oevers van de Dnieper, collectie NLI.

De Hebreeuwse vereniging Tarboet had een kort leven in Oekraïne – het opereerde vanaf 1918 totdat het onafhankelijke Oekraïne ingelijfd werd door de Sovjet-Unie in 1922. Tarboet is gesticht in Moskou in 1917, maar mocht van het communistische regime zijn werk aldaar niet meer voortzetten. Ook in de volgende decennia was het communistische regime druk bezig met het onderdrukken van zionistische organisaties, wat tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, bleef doorgaan.

Dit is een kort gedichtje, getiteld: De bomen bij de aanvang van de lente van Sara Appel

Zwaar is de winter en de barre kou

Mooi is de lente met zijn prettige wind

Zie hoe mooi de bomen in de lente zijn

Die slapen stonden in de Winter, in rouw

Zij ontwaakten, opsprongen zodra de lente kwam

Zij keken om zich heen

God dankend dat de winter voorbij was

Naar elkaar fluisterend –

We gaan weer groeien, het is lente weer!