Overeenkomst CJO en verzekeraars

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 6 mrt 2010 AMSTERDAM HOLOCAUST MONUMENT WO2

 

 

Overeenkomst inzake een definitieve en finale regeling van verzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn

De vereniging Centraal Joods Overleg Externe Belangen, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoor houdende aan de Van der Boechorststraat 26 te Amsterdam (hierna te noemen: CJO), ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door mr. E.J. Numann – voorzitter, drs. J. Sanders – secretaris en drs. R.M. Naftaniel – lid.

en

De vereniging Verbond van Verzekeraars, statutair gevestigd te ‘s-Gravenhage en kantoor houdende aan de Bordewijklaan 2 te ‘s-Gravenhage (hierna te noemen: het Verbond), ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door S.J. Jonker – voorzitter en prof. dr. E.J. Fischer – algemeen directeur.

nemen het volgende in overweging:

Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn in Nederland Joden door de Duitse bezetter systematisch beroofd van hun goederen en rechten, zo ook van aanspraken die voortvloeien uit hun verzekeringen.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft in Nederland een proces van rechtsherstel plaatsgevonden. Door een aanzienlijk deel van de oorlogslachtoffers werd dit als kil en traag ervaren. Desalniettemin heeft dit langdurige maar ook grondige proces van rechtsherstel tot gevolg gehad dat vervolgde Joden, voor wat betreft de aanspraken die ontleend konden worden aan verzekeringen, voor het overgrote deel in hun rechten zijn hersteld. Dit heeft er toe geleid dat in de meeste gevallen uitkering van het verzekerd bedrag heeft plaatsgevonden aan de rechthebbende(n).

Voor zover uitkering van het verzekerd kapitaal aan de rechthebbende(n) niet kon plaatsvinden, hebben verzekeraars in verreweg de meeste gevallen in of omstreeks 1955 afkoopwaarde van die verzekeringen aan de Staat der Nederlanden overgedragen.

Slechts een beperkt aantal verzekeringen is niet meegenomen in het rechtsherstel of wordt verondersteld geen onderdeel van het rechtsherstel te hebben uitgemaakt.

CJO en het Verbond hebben sinds het voorjaar van 1997 intensief overleg gevoerd over, en onderzoek gedaan naar, het vinden van rechthebbenden op verzekeringen waarvan de afkoopwaarde aan de Staat der Nederlanden is betaald of op verzekeringen waarvan geen herstel heeft plaatsgevonden of waarvan verondersteld is dat geen herstel heeft plaatsgevonden. Bij de behandeling van een verzoek om betaling hebben verzekeraars om redenen van billijkheid afgezien van een beroep op hun contractuele verjaringsclausules en hebben zij over toegekende aanspraken rente vergoed.

De gezamenlijke inspanningen van CJO en het Verbond werden vaak belemmerd door het in de archieven van verzekeraars veelal ontbreken van polissen van verzekeringen waarop verzekeraars geen verplichtingen meer hebben. Deze (gegevens over de betrokken) polissen zijn meestal vernietigd na afloop van de wettelijke bewaartermijn van 10 jaren nadat de verzekeraar aan zijn verplichtingen al dan niet in het kader van het rechtsherstel had voldaan, of in het geval van de betaling van de afkoopwaarden aan de Staat op grond waarvan de verzekeraar er redelijkerwijze van mocht uitgaan dat geen verplichtingen meer bestonden .

Het ontbreken van laatstgemelde verzekeringen in de archieven van verzekeraars maakt het niet mogelijk op individueel niveau de omvang van de niet gedane uitkeringen, van onder meer op de overeenkomst met de Staat der Nederlanden betrokken verzekeringen, vast te stellen.

CJO en het Verbond kiezen om voormelde reden bij het bepalen van de omvang van de niet gedane uitkeringen voor een benadering op macro-niveau van verschillende categorieën verzekeringen, met als uitgangspunt dat van de verschillende categorieën verzekeringen het verzekerd bedrag dient te worden beschouwd als het uit te keren tegoed. Hierbij is mede gebruik gemaakt van de verzekeringsarchieven van verzekeraars in Nederland, van archieven van het Verbond en van de archieven van de Staat der Nederlanden.

CJO en het Verbond zijn van mening dat een bedrag van NLG 45.000.000,– een integere en reële vaststelling is van mogelijk niet-uitgekeerde verzekeringstegoeden (waarin niet begrepen de aan de Staat overgedragen afkoopwaarden) inclusief rente1 over de periode 1943-2000. CJO is voorts op morele gronden van mening dat de bij de Staat berustende afkoopwaarden van niet-opgeëiste verzekeringen aangewend dienen te worden voor de afhandeling van individuele verzekeringsaanspraken dan wel ten goede dienen te komen aan door de Joodse gemeenschap te bepalen doelen. Het Verbond kan zich in deze zienswijze vinden.

Het Verbond stelt, namens zijn in de Tweede Wereldoorlog als verzekeraars betrokken leden, het in de vorige alinea genoemde bedrag ter beschikking. Een bedrag van NLG 20.000.000,– wordt bestemd voor toekenning van nog resterende individuele aanspraken via een door het Verbond en CJO op te richten Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa. Omdat inmiddels ruim vijftig jaar zijn verstreken, en door de omvang van de holocaust die zonder precedent in de recente geschiedenis is, valt te verwachten dat nog maar een klein deel van alle niet-opgeëiste tegoeden kan worden uitgekeerd aan individuele rechthebbenden. Op grond daarvan wordt een bedrag van NLG 25.000.000,– betaald aan de door CJO op te richten Stichting Joodse Oorlogstegoeden, die het bedrag zal bestemmen voor doelen te bepalen door de Joodse gemeenschap.

Het Verbond stelt, namens zijn in de Tweede Wereldoorlog als verzekeraars betrokken leden, daarnaast een bedrag van NLG 5.000.000,– beschikbaar voor het project ‘Monument Joodse Gemeenschap’, dat tot doel heeft het levend houden van de herinnering aan in Nederland gewoond hebbende Joden die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Met dit project betonen de Nederlandse verzekeraars eer aan alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die vervolgd zijn om hun Jood zijn.

Door het kwantificeren van mogelijk niet-uitgekeerde tegoeden en deze beschikbaar te stellen aan beide stichtingen beogen CJO en het Verbond recht te doen aan en helderheid te scheppen voor om hun Jood zijn vervolgde slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en hun nabestaanden.

CJO en het Verbond achten schatting van mogelijke aantallen en bedragen van nog uit te keren schadeverzekeringen niet mogelijk. In het algemeen was hierbij de molestclausule van toepassing. Eventuele aanspraken op schadeverzekeringen worden van geval tot geval bekeken en voorgelegd aan de betreffende verzekeraar.

De afspraken die partijen hierna vastleggen hebben hun volle instemming en zij zullen die instemming luid en duidelijk aan en ten behoeve van iedereen die daarbij een belang heeft, uitdragen, zodat bereikt wordt dat verzoeken om uitkering uitsluitend bij de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa worden ingediend.

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Doel van de overeenkomst

1. Deze overeenkomst betreft een definitieve en finale regeling van levens- en natura-uitvaartverzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn tussen de Joodse gemeenschap, vertegenwoordigd door CJO en verzekeringsmaatschappijen, (geassocieerd) lid van het Verbond.

2. Deze overeenkomst beoogt in de eerste plaats rechthebbenden op de uitkeringen uit verzekeringen van in de oorlog omgekomen Joodse verzekerden alsnog in staat te stellen hun aanspraak kenbaar te maken op de uitkering, voor zover deze nog niet heeft plaatsgevonden.

3. Deze overeenkomst beoogt In de tweede plaats een bestemming te geven aan de onder 2 genoemde uitkeringen, waarop geen individuele aanspraak wordt of kan worden gemaakt. Gelden waarop geen individuele aanspraak kan worden gemaakt of waarvan verondersteld wordt dat deze niet kan worden gemaakt, worden aan de Joodse gemeenschap ter beschikking gesteld, op een wijze als de door CJO op te richten Stichting Joodse Oorlogstegoeden te bepalen.

Categorieën waarop deze overeenkomst ziet

4.1. Deze overeenkomst heeft betrekking op de volgende categorieën levens- en natura-uitvaartverzekeringen:

  • Niet-opgeëiste verzekeringen waarvan de afkoopwaarden aan de Staat der Nederlanden zijn overgedragen wegens het ontbreken van rechthebbenden. Het niet-uitgekeerde tegoed betreft het verschil tussen het gereconstrueerde totale verzekerde bedrag en de aan de Staat der Nederlanden afgedragen afkoopwaarden.
  • Niet-opgeëiste volksverzekeringen (verzekerde bedragen lager dan f 500,- ) waarvan geen afkoopwaarde aan de Staat der Nederlanden is betaald wegens het ontbreken van een aanspraak op afkoopwaarde.
  • Niet-opgeëiste verzekeringen die aan de roof zijn onttrokken door verzekerde en/of verzekeraar of die buiten het herstel zijn gebleven en waarvan geen afkoopwaarde is betaald aan de Staat der Nederlanden.
  • Niet-uitgekeerde natura-uitvaartverzekeringen van verzekeraars die lid zijn, of waarvan de rechtsopvolgers lid zijn van het Verbond.

4.2. Deze overeenkomst heeft betrekking op alle verzoeken om informatie en gepretendeerde en toegekende aanspraken die bij verzekeraars vóór 9 november 1999 zijn ingediend en waarop nog geen beslissing tot uitkering is genomen en aanspraken, alsmede op zodanige verzoeken die nog zullen worden ingediend en die betrekking hebben op verzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn.

De omvang van de regeling

5. Namens de verzekeraars die bij de problematiek van de verzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn waren betrokken, stelt het Verbond van Verzekeraars een bedrag van f 45 miljoen beschikbaar. Dit bedrag is de som van een – naar beste weten van beide partijen – realistische vaststelling van mogelijk niet-uitgekeerde verzekeringstegoeden (waarin niet begrepen de aan de Staat overgedragen afkoopwaarden), inclusief rente over de periode 1943-2000 en wordt aangewend voor individuele uitkeringen en uitkeringen aan de Joodse gemeenschap, als onder 3) beschreven.

6. Van het onder 5 genoemde bedrag wordt NLG 20.000.000,– ter beschikking gesteld aan de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa.

7. Een bedrag van NLG 25.000.000,– wordt ter beschikking gesteld aan de Stichting Joodse Oorlogstegoeden, die tot taak heeft gelden ter beschikking te stellen aan door de Joodse gemeenschap te bepalen doelen.

8. Namens de verzekeraars die bij de problematiek van de verzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn waren betrokken, stelt het Verbond daarnaast een bedrag beschikbaar van NLG 5.000.000,– voor het in zijn totaal uit te voeren project ‘Monument Joodse Gemeenschap’.

De Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa

9.1. De Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa (hierna te noemen: de Stichting) heeft tot taak één aanspreekpunt te vormen voor de ontvangst, beoordeling en toekenning van individuele aanspraken op een uitkering (hieronder ook te verstaan afkoopwaarden) uit een verzekering van een door de Tweede Wereldoorlog getroffen Joodse verzekerde bij (een rechtsvoorganger van) een verzekeraar die (geassocieerd) lid is van het Verbond.

9.2. De Stichting neemt jegens de bij het Verbond aangesloten (geassocieerde) leden de taak en verantwoordelijkheden inzake de beoordeling en toekenning van individuele aanspraken op een uitkering (hieronder ook te verstaan afkoopwaarden) uit een verzekering van een door de Tweede Wereldoorlog getroffen Joodse verzekerde over van afzonderlijke verzekeraars vanaf het moment waarop de Stichting haar werkzaamheden start.

9.3. Verzekeraars zullen personen die een individuele aanspraak geldend willen maken doorverwijzen naar de Stichting.

9.4. Verzekeraars kunnen vanaf 9 november 1999 een beroep doen op verjaring of verval van de individuele aanspraak ten aanzien van de onder 4.1. genoemde verzekeringen. De Stichting zal zich tot 2010, of zoveel later als partijen overeenkomen, niet op verjaring beroepen tegenover pretendenten, zoals dit begrip is omschreven in artikel 1 van het reglement van de Stichting, die stellen aanspraak op een uitkering te hebben.

9.5. De Stichting neemt verzoeken tot toekenning van een uitkering als omschreven in artikel 3 van het Reglement van de Stichting in behandeling die vanaf 9 november 1999 worden ingediend.

9.6. De Stichting vergoedt de bedragen die verzekeraars na 9 november 1999 betalen aan pretendenten, zoals dit begrip is omschreven in artikel 1 van het reglement van de Stichting, ter zake van een verzoek om informatie of een gepretendeerde aanspraak die bij verzekeraars vóór 9 november 1999 reeds is ingediend en waarop nog geen beslissing tot uitkering is genomen, alsmede van zodanige verzoeken en aanspraken die nog zullen worden ingediend en die betrekking hebben op verzekeringen van door de Tweede Wereldoorlog getroffen verzekerden die vervolgd zijn op grond van hun Jood zijn. Op de toekenning door verzekeraars is artikel 4 onderdeel c van het reglement van de Stichting van toepassing.

10.1. De leden van het bestuur van de Stichting worden door CJO en Verbond aangewezen. In 2010, of zoveel later als partijen overeenkomen, wordt de taak van de Stichting beëindigd. Het resterende saldo zal voor twee derde worden uitgekeerd aan de Stichting Joodse Oorlogstegoeden en voor een derde aan het Verbond.

10.2. Tenzij partijen anders overeenkomen, neemt de Stichting vanaf 1 januari 2010 geen verzoeken van pretendenten tot toekenning van aanspraken als bedoeld in artikel 1 en 5 van het reglement van de Stichting in behandeling. De Stichting blijft vanaf 2010 uitsluitend ten behoeve van verzekeraars actief zolang wetgeving die op de onderhavige problematiek betrekking heeft gelding heeft .

11. Het Verbond vergoedt jaarlijks een redelijk bedrag aan uitvoeringskosten die door de Stichting worden gemaakt. CJO en het Verbond overleggen in ieder geval één keer per jaar of zo vaak als nodig is over de invulling van een redelijk bedrag aan uitvoeringskosten. De Stichting krijgt per 1 januari van ieder jaar de beschikking over het bedrag dat benodigd is ter dekking van de te verwachten kosten. Niet gebruikte gelden aan het eind van ieder jaar komen toe aan het Verbond.

12.1. Het Verbond en de aangesloten (geassocieerde) leden, zullen op verzoek van de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa informatie verstrekken die nodig is voor de behandeling van een individuele aanspraak.

12.2. Het Verbond en CJO verbinden zich zodanige inspanningen te verrichten dat verwacht mag worden dat potentiële rechthebbenden op de hoogte zijn van de mogelijkheid van het indienen van een individuele aanspraak bij de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa.

13. De Stichting is gehouden bedragen die verschuldigd zijn ingevolge deze overeenkomst verrichte betalingen, waarop derden krachtens de wet jegens het Verbond en CJO aanspraak kunnen maken, aan deze derden te voldoen.

14. CJO en het Verbond zullen het reglement van de Stichting doen aanpassen indien een correcte uitvoering van deze overeenkomst zulks noodzaakt.

Bekendmaking van deze overeenkomst aan derden

15. Het Verbond en CJO zullen zich inspannen informatie over deze overeenkomst te verstrekken aan relevante groeperingen en personen zoals overheden en (vertegenwoordigers van) organisaties die werkzaam zijn op het terrein van oorlogstegoeden.

16. Het Verbond en CJO zullen eigener beweging en op elkaars verzoek nadrukkelijk de overeenkomst actief ondersteunen en de volle instemming betuigen aan binnen- en buitenlandse instanties en personen. Zij zullen elke poging tegengaan om additionele individuele en collectieve aanspraken te doen gelden op de verzekeringen als bedoeld in 4.1. van in de oorlog getroffen Joodse verzekerden, voor zover die buiten de Stichtingen om geldend gemaakt worden.

Archieven van verzekeraars

17.1. Het Verbond en CJO komen overeen dat de archieven, betrekking hebbend op de oorlogspolissen, zullen worden bewaard.

17.2. Verzekeraars zijn bevoegd, in het kader van deze overeenkomst, de op verzekeringen, bedoeld in 4.1 betrekking hebbende archieven over te dragen aan het Verbond van Verzekeraars of aan de Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa. Na overdracht blijven de archieven ter beschikking van de Stichting. Artikel 12.1. blijft na overdracht onverminderd van toepassing.

17.3. Uiterlijk met beëindiging van de activiteiten van de Stichting zullen het Verbond, CJO en de Stichting overleggen over een duurzame bewaring van de bestaande archieven, bij voorkeur bij het Algemeen Rijksarchief te ‘s-Gravenhage.

17.4. Het bestuur van de Stichting kan belanghebbende derden inzage verlenen in stukken van de Stichting of die de Stichting in bruikleen heeft en die betrekking hebben op de beoordeling van een aanspraak van een pretendent als bedoeld in het reglement van de Stichting.

17.5. Het bestuur van de Stichting, of door het bestuur gemachtigde personen zal respectievelijk zullen toegang verleend worden tot de archieven van de verzekeraars waarop de aanspraak van een pretendent als bedoeld in het reglement van de Stichting betrekking heeft.

Uitvoeringsproblemen

18. CJO en het Verbond zullen problemen die zich voordoen bij de uitvoering van deze overeenkomst in goed overleg oplossen.

Ontbinding van de overeenkomst

19. Deze overeenkomst kan, noch in noch buiten rechte worden ontbonden.

Aldus overeengekomen en getekend te Den Haag, 8 november 1999

Verbond van Verzekeraars

S. J. Jonker

E.J. Fischer

Centraal Joods Overleg Externe Belangen

E.J. Numann

J. Sanders

R.M. Naftaniel

1: De rentevergoeding is gebaseerd op het rendement van:

1943 t/m 1954: driemaands kasgeldleningen
1955: eeuwigdurende staatsleningen
1956 t/m 1983: nieuwste 3 langlopende aflosbare staatsleningen
1984 t/m 1986: 5 aflosbare staatsleningen met langste gemiddelde resterende looptijd
1987 t/m heden: aflosbare leningen met gemiddelde resterende looptijd tussen 9 en 10 jaar

Rentevergoeding voor de periode 1943t/m 1999 bedraagt conform deze opstelling vermenigvuldigingsfactor 22 (afgerond).

 

Appendix:
1. Statuten Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa
2. Reglement Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa
3. Lijst van leden CJO en het Verbond