Tegen dit economische plan kunnen Palestijnen geen nee zeggen

Peace To Prosperity

Klik op de afbeelding om het volledige economische plan te lezen

Dit weekend was het dan eindelijk zover. Het economische deel van Trump’s vredesplan voor het Midden-Oosten werd onthuld. Dinsdag zal, op een internationale top in Bahrein, verder worden gesproken over dit eerste onderdeel van de ‘deal van de eeuw’. Het vredesplan zou het pronkstuk moeten worden van Trumps presidentschap, maar de kans van slagen lijkt klein. Israel gaat in september na een mislukte regeringsformatie opnieuw naar de stembus, en de Palestijnse president Abbas wees het plan bij voorbaat af.

De Palestijnse achterdocht jegens Trumps voorstel is niet geheel onbegrijpelijk: met de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem en zijn warme band met de Israelische premier Netanyahu, heeft Trump elke schijn van onpartijdigheid verloren. Maar door het vredesplan van de Amerikanen bij voorbaat af te wijzen, schiet Abbas zich lelijk in de eigen voet. Het economische plan, met de naam Peace to Prosperity (van Vrede naar Welvaart), behelst een investeringspakket van 44 miljard euro.

Meer dan de helft van het bedrag zou direct worden geïnvesteerd in de Palestijnse gebieden, bijvoorbeeld in een transportcorridor tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het doel is om het Palestijnse bruto binnenlands product (bbp) binnen tien jaar te verdubbelen, en een miljoen banen te creëren. De andere helft van de 44 miljard zou naar buurlanden Egypte, Libanon en Jordanië moeten gaan. Investeringen in bijvoorbeeld de Egyptische Sinaï komen ook de Palestijnen in Gaza ten goede.

Noodlijdende economie
De regering van Abbas kan een dergelijke kapitaalinjectie goed gebruiken om de dreigende ineenstorting van de Palestijnse economie af te wenden. Door het plan nu al af te wijzen – en de top in Bahrein te boycotten – verspeelt Abbas de kans om de noodlijdende economie te redden. Maar niet alleen vanuit economisch perspectief, ook politiek gezien is het een onverstandige zet. De Palestijnse president vervreemdt zich namelijk van zijn belangrijkste Arabische bondgenoten.

De Arabische landen – Egypte en Saoedi-Arabië voorop – betuigen openlijk nog steeds hun solidariteit met het Palestijnse broedervolk, maar achter de schermen begint hun geduld op te raken. Ze zijn niet bereid om hun goede betrekkingen met de VS op het spel te zetten voor de Palestijnse zaak, en willen geen geld blijven pompen in wat ze steeds meer zijn gaan beschouwen als een bodemloze put. Tegelijkertijd wordt Israel steeds belangrijker voor de Arabische landen, door de toenemende invloed van Iran in de regio.

Er is voorzichtige toenadering tussen Israel en de Arabische wereld, maar het Israelisch-Palestijns conflict blijft een obstakel voor verdere samenwerking. De Saoedi’s zien graag een oplossing voor het conflict zodat zij zonder gezichtsverlies kunnen samenwerken met Israel. De koppige houding van Abbas jegens Trumps vredesplan druist in tegen hun geopolitieke belang.

Internationale betrekkingen
Met zijn weigering om het Amerikaanse voorstel te overwegen zet Abbas dus niet alleen de noodlijdende Palestijnse economie op het spel, maar ook zijn internationale betrekkingen. En wat de verdere inhoud van Trumps volledige vredesplan ook zal zijn, vrede komt in ieder geval niet dichterbij door het plan bij voorbaat af te wijzen.

Israeli’s zien hierin de zoveelste bevestiging van hun idee dat de Palestijnen helemaal niet willen onderhandelen en dat zij geen serieuze vredespartner zijn. Als Abbas het tegendeel wil bewijzen, doet hij er goed aan om wel naar de top in Bahrein te gaan.