Het is inmiddels exact een halfjaar geleden dat de Verenigde Staten en Israel een luchtcampagne startten tegen de Islamitische Republiek Iran, teneinde het produceren van een kernwapen te voorkomen en het wrede mullahregime te laten vallen. Dat laatste lukte niet meteen en die doelstelling verdween ogenschijnlijk naar de achtergrond. Het beëindigen van het nucleaire programma van Teheran blijft echter van groot belang voor Trump, die ook nu het militaire offensief grotendeels gestaakt is vast blijft houden aan Iraanse concessies op dat punt voordat de oorlog definitief beëindigd kan worden. Om de impasse te doorbreken draait Washington de economische duimschroeven verder aan.

Trump probeert de Islamitische Republiek economisch onder druk te zetten om zo een einde te maken aan de impasse in Hormuz. Wie in Teheran aan de touwtjes trekt, is echter in nevelen gehuld.
Schaduwoorlog
De Amerikaans-Israelische verrassingsaanval in de vroege ochtend van 28 februari 2026 was bepaald niet het eerste treffen met de Islamitische Republiek. Zowel de Amerikanen als Israeli’s werden in de jaren tachtig en negentig slachtoffer van bloedige bomaanslagen waar de Iraanse Revolutionaire Garde achter zat. Ook in de jaren daarna was de Islamitische Republiek verantwoordelijk voor talloze doden onder Amerikaanse militairen in Irak en Israelische burgers, door het steunen van terreurgroepen. De directe confrontaties na 7 oktober 2023 zijn dan ook in essentie nieuwe escalaties in een al langere schaduwoorlog.
In 2024 mengde de Islamitische Republiek zich openlijk in de oorlog die Hamas en Hezbollah tegen Israel begonnen waren, door nu ook zelf de Joodse staat direct aan te vallen met honderden raketten en drones. In juni 2025 lanceerde Israel vervolgens een aanval op doelen in Iran, wat het startschot betekende voor een oorlog die twaalf dagen zou duren. De VS mengden zich aan het einde van die oorlog ook in het conflict en wierpen zware bommen af boven nucleaire faciliteiten, waarna Trump meteen aankondigde dat de oorlog nu beëindigd was. Het Witte Huis hoopte dat de beleidsmakers in Teheran nog via de diplomatieke weg op andere gedachten konden worden gebracht, quod non.
Militaire doorbraak blijft uit
De diplomatieke weg bleek dood te lopen, zo zag ook Trump. De oorlogsdoelen eind februari logen er niet om: het stoppen van het nucleaire programma, het vernietigen van de Iraanse marine en het omverwerpen van het regime. Dat laatste was mede ingegeven door het feit dat de ayatollahs tienduizenden van hun eigen burgers lieten afslachten in de weken daarvoor. Al snel bleek de realiteit op het slagveld de hoge Amerikaans-Israelische ambities in te halen. Met luchtaanvallen alleen bleek het regime niet om te vallen, voor een grondoffensief ontbrak de wil.
Bovendien bleken de Iraanse strijdkrachten een hardere noot om te kraken dan vooraf werd gedacht. Weliswaar werd in rap tempo de marine van de Islamitische Republiek vernietigd, maar dat betrof voornamelijk de grote schepen. Met kleine bootjes, mijnen, drones en raketten bleek het regime in staat het scheepvaartverkeer in de Straat van Hormuz en daarmee een aanzienlijk deel van de wereldwijde oliehandel stil te leggen. Pogingen de Iraanse maritieme blokkade met militaire middelen op te heffen bleken vervolgens vruchteloos.
Machtsstrijd in Iran
Trump is sindsdien overgegaan op een combinatie van economische druk en onderhandelingen. De gesprekken, die via bemiddelaars werden gehouden, liepen echter steeds op niets uit. Het is überhaupt volstrekt onduidelijk wie er aan de touwtjes trekt in Teheran. Iraanse onderhandelaars houden stug vol dat ze elk voorstel moeten voorleggen aan opperste leider Mojtaba Khamenei, maar het is maar zeer de vraag of hij bij kennis is of überhaupt nog leeft. Bij het Israelische openingssalvo op 28 februari werd zijn vader gedood en hijzelf op zijn minst zeer ernstig verwond. Sindsdien is er geen enkel teken van leven gekomen van Mojtaba. Hij is niet op camera verschenen, heeft geen audioboodschap of radiotoespraak gegeven en de enige vermeende decreten die hij zou hebben uitgevaardigd zijn schriftelijk. Die kan werkelijk iedereen hebben opgesteld. Bronnen binnen de regering van de Islamitische Republiek lieten deze week anoniem weten dat Mojtaba dood of hersendood is.
Het zou een powerplay zijn van de Revolutionaire Garde, de machtige parallelle krijgsmacht die al jaren zo veel invloed heeft dat het in Iran een staat binnen een staat heeft gecreëerd, en grote delen van de Iraanse economie in handen heeft. Door een dode te promoveren tot opperste leider, wordt iedereen misleid terwijl de Garde zijn gezag kan consolideren en verstevigen. Ministers en onderhandelaars worden tevens in het ongewisse gelaten, en lijken de gesprekken met de VS een serieuze kans te willen geven. De hardliners binnen de Garde zijn dat echter allerminst van plan, en zij zijn het die achter de schermen de macht in handen lijken te hebben. Veelzeggend is dat steeds wanneer er optimisme klinkt bij de onderhandelende delegaties, de Garde weer aanvallen lanceert op schepen en de Golfstaten. De Islamitische Republiek lijkt steeds meer te veranderen van een theocratie in een stratocratie.
Economische druk
Langzaam lijkt dat besef ook door te dringen in het Witte Huis. De machtspositie van de Garde is tegelijkertijd ook een achilleshiel. Juist omdat zij zo’n groot belang in de Iraanse economie hebben, kunnen economische maatregelen hen hard treffen. Dat is wat de VS nu van plan zijn. Met Trumpiaanse bombarie werd ‘economic D-Day’ afgekondigd, een grootscheepse operatie om de Islamitische Republiek economisch nog verder in het nauw te drijven. Daar leken Iraanse politici meer van onder de indruk dan eerdere spierballentaal over bommen en granaten. President Pezeshkian en toponderhandelaar Ghalibaf drongen intern aan op een einde aan de oorlog, omdat het land nog meer economische schade niet meer aan kan.
De zorgen bij een deel van het Iraanse leiderschap zijn niet onterecht. Het land staat er al tijden belabberd voor, en de economie van het land is in een duikvlucht terecht gekomen. De economische malaise was nota bene de reden dat de Iraanse bevolking in december en januari en masse de straat opging om ingrijpende hervormingen te eisen. In al zijn wijsheid besloot het mullahregime de demonstrerende burgers af te slachten, wat de casus belli was voor de oorlog met de VS die de deplorabele economische situatie nog verder deed verslechteren. De Iraanse munt, de rial, bereikte deze week weer een nieuw dieptepunt en is zo goed als waardeloos geworden.
Het Amerikaanse plan om de Islamitische Republiek economisch te verstikken, met de naam ‘Operation Economic Outcast’, raakte dan ook een gevoelige snaar. Het regime reageerde als door een adder gebeten en dreigde met vergelding tegen de VS. Ook de Iraanse bevolking is woest, maar richt zijn pijlen op de eigen regering in plaats van de Amerikaanse. Wederom kwamen stakingen voor en gingen betogers de straat op, onder andere uit onvrede over de dramatische economische situatie in het land. Wat ook meespeelt is dat de Iraanse autoriteiten de religieuze repressie weer opvoeren, bijvoorbeeld door massaal cafés te sluiten omdat er te westers gedrag in wordt vertoond. Daarnaast voert het regime de executies van betogers weer op, tot publiekelijk afgrijzen van Trump. Zo vervalt het Iraanse regime in oude patronen: als de Islamitische Republiek in het nauw komt, zijn Iraniërs zelf als eerst de dupe. Het is voor hen te hopen dat de Amerikaanse economische druk werkt en het regime echt aan het wankelen brengt.