Antwoorden College Amsterdam over demo met extremistische uitingen

extremistische uitingen demo

Demonstranten met een Taliban-vlag. Bron screenshot: Twitter, @PersburoUNN

De extremistische uitingen op de anti-Israelbetoging in Amsterdam van afgelopen zondag 16 mei gaven voor het OM op dat moment geen aanleiding tot ingrijpen. Dat schrijft burgemeester Halsema naar aanleiding van vragen over maatregelen die zijn genomen rondom de demonstratie, ingediend door raadsleden van VVD, CDA, JA21, Partij van de Ouderen en ChristenUnie. Na de bewuste demonstratie liet de gemeente aan omroep AT5 weten dat deze rustig is verlopen. Echter vielen meerdere extremistische uitingen van sommige demonstranten snel op. Zo werd gezwaaid met een Talibanvlag en droegen demonstranten leuzen als ‘Two State Solution [doorgestreept] One State: The Caliphate”.

Ook werd door een megafoon de Khaybar-leus geroepen, een strijdkreet waarmee Joden wordt gedreigd met een massamoord op hun volk: “Khaybar, khaybar yaa yahud, jaisj-e-mohammed saufa ya’ud” (Khaybar, Oh Joden. Het leger van Mohammed komt er weer aan).  Van die leus hebben CIDI en het Centraal Joods Overleg aangifte gedaan. Deze beoordeelt het OM in beginsel als strafbaar, zo staat te lezen in de beantwoording. Strafrechtelijk onderzoek naar de uiting loopt momenteel.

Tijdens de demonstratie zelf was de leus niet beoordeeld op strafbaarheid. Ook naar de mogelijke strafbaarheid van het dragen van de Taliban-vlag wordt achteraf gekeken door het OM. Gedurende de demonstratie keek een Officier van Justitie vanuit de commandokamer van de politie mee om uitingen op eventuele strafbaarheid te beoordelen. Hiervoor was een tolk Arabisch beschikbaar. Daarbij kon niet ieder incident ter plekke worden beoordeeld.

De burgemeester stelt tenslotte dat het blijvend inzet vergt van politici om spanningen naar aanleiding van het conflict te voorkomen. “Het is immers voor ons als Amsterdammers noodzakelijk om ervoor te blijven zorgen dat conflicten die ver buiten de stadsgrenzen hun oorsprong kennen en plaatsvinden, niet binnen de stadsgrenzen worden uitgevochten. Ik wil u als raad daarbij vragen het college hierin te helpen.”