De zoveelste aanval op HaCarmel: ruit ingeslagen en poging tot brandstichting

Vanmorgen is de ruit van restaurant HaCarmel in Amsterdam ingeslagen, en is geprobeerd een Israelische vlag die binnen stond in brand te steken. De politie heeft een verdachte kunnen aanhouden met behulp van pepperspray. CIDI vindt het misselijkmakend dat het koosjere restaurant voor de zoveelste keer doelwit is van een haatincident.

In Joods Amsterdam staat HaCarmel bekend als een van de weinige koosjere opties om uiteten te gaan – buiten tijden van corona, natuurlijk. Maar zelfs de gedwongen sluiting van het restaurant brengt kennelijk geen pauze in de reeks antisemitische incidenten waarvan het vanmorgen opnieuw doelwit is geworden.

Vanochtend is bij de Joodse eetgelegenheid de ruit ingegooid. Een Israëlische vlag is door het gat in het raam getrokken, waarmee een poging tot brandstichting is gedaan. De politie laat weten een verdachte aan te hebben gehouden en dat hierbij pepperspray is ingezet.

In een persbericht laat de politie weten dat de aangehouden verdachte dezelfde persoon is als de dader van de aanval in 2017. Toen sloeg de Syrische vluchteling Saleh A. de ruiten van het koosjere restaurant ook al in. Justitie achtte destijds opmerkelijk genoeg een antisemitisch motief niet bewezen. Het Openbaar Ministerie gaf achteraf echter toe dat antisemitisme wel degelijk een rol had gespeeld.

Sinds in december 2017 de ramen werden ingeslagen, is HaCarmel duidelijk een symbolisch doelwit geworden. De aanval van vanmorgen was welgeteld het zesde incident. Voorheen is onder meer een stoeptegel tegen de ruit gegooid, is het pand van buiten besmeurd en werd een nepbom geplaatst bij de ingang.

Een cynische berekening leert de eigenaren dat ze iedere 4 à 5 maanden met een dergelijk incident rekening moeten houden – de alledaagse spuug- en scheldincidenten nog daargelaten. De eigenaren zeggen inmiddels hieraan gewend te zijn.

Uitgerekend die gewenning is de grootste vijand indien ze naar de hele samenleving zou overslaan. ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers liggen de woorden van de Koning op 4 mei vers in het geheugen: “Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen”.

Reactie CIDI

CIDI dankt de politie voor het snelle optreden en roept op tot een snelle en stevige veroordeling van de dader(s). Autoriteiten moeten antisemitisme als zodanig benoemen wanneer het zich voordoet en beleid volledig inzetten op vervolging van antisemitische daders. Het is tijd dat Justitie nu een duidelijk signaal afgeeft middels snelle en adequate vervolging.