Het was weer eens zover: een cartoon over Israel die buitengewoon onsmakelijk en onbetamelijk is. Het ontbreekt aan humor of ironie in de cartoon, er zit alleen maar sterk anti-Israelisch venijn in. Daarna volgt het draaiboek: boze reacties enerzijds en een beroep op de vrijheid van meningsuiting anderzijds. Maar met die vrijheid kan de discussie al snel platgeslagen worden. Dat iets mag is, dat betekent niet dat het goed is. Ook De Volkskrant zelf stelt grenzen: dehumanisering is de grens. En die grens is wel bereikt hier.

Gewraakte cartoon
Over smaakt valt niet te twisten, maar het is lastig om humor of relativering te ontdekken in deze cartoon. Het is toch vooral een aanklacht tegen Israel, waarbij verschillende bevolkingsgroepen de revue passeren, zoals een kolonist, een militair en een religieuze Jood. Die zouden volgens de cartoonist allemaal blij zijn, omdat ze op één of andere manier het lijden van de Palestijnen kunnen vergroten. Ook uit eerdere cartoons was wel duidelijk hoe eendimensionaal Peter de Wit over Israel denkt. Dat mag natuurlijk, maar de vraag is wel: hoever mag je gaan in het demoniseren van een land?
In de ogen van De Wit lijkt Israel intussen de status van een paria te hebben. De Wits kritiek in deze cartoon richt zich echter niet op de politieke actoren van Israel, maar op de bevolking van het land. Hij creëert een beeld van landrovers, militairen die op alles schieten wat los en vast zit, burgers die genieten van het lijden van de Palestijnen en religieuze fanatici.
Vrijheid van meningsuiting
Het punt is dat hij zich vooral richt op Israeli’s en hen allemaal over één kam scheert. Daarmee demoniseert en generaliseert hij op een ongekende wijze. Op de grote verontwaardiging volgen daarna de toverwoorden: ‘de vrijheid van meningsuiting’. En juist voor een cartoonist geldt deze vrijheid nog meer. Volkskrant-baas Pieter Klok erkende dat de cartoon hard is, maar stelt dat het Israelische beleid ook hard is. In deze woorden proeven we iets van de enorme kloof tussen voorstanders en tegenstanders van Israel.
Het antwoord lijkt dan al snel te zijn: het valt onder de vrijheid van meningsuiting en daarmee uit. Maar dat is te gemakkelijk. De Volkskrant heeft zelf namelijk ook een missie, waarin eisen worden gesteld aan de krant. Die eisen zijn vastgelegd in tien beloften, die behoren bij de missie van de krant.
Missie Volkskrant
Daarin staat onder meer: “De Volkskrant ziet het als haar plicht het maatschappelijk debat naar een hoger niveau te tillen, omdat dat onontbeerlijk is voor een gezonde democratie”. En de Volkskrant ‘probeert alle vormen van dehumanisering tegen te gaan’. Maar deze cartoon dehumaniseert Israeli’s overduidelijk wel: het reduceert hen tot mensen die land stelen, bombarderen en genieten van het lijden van de Palestijnen. Het debat is hiermee overduidelijk ook niet naar een hoger niveau getild.
Het is tevens niet zo dat dit een nieuw verfrissend geluid is, waar nog eens behoefte aan was. Bij voortduring horen we generalisaties, overdrijving en hyperbolen als het om Israel gaat. Juist in progressieve kringen is men voorstander van het afwijzen van alle vormen van discriminatie, vooroordelen en racisme. Maar als het gaat om Israel, dan verdwijnt de nuance. Alsof iedereen in Israel hetzelfde zou denken.
Tegengeluiden
Dat geldt natuurlijk net zo goed voor de tegenreacties. Vergelijkingen aan het adres van de Volkskrant met Nazi-bladen verhelderen niet echt het punt en raken kant noch wal. Als de emotie regeert, dan verdwijnt al snel de mogelijkheid om nog met elkaar in gesprek te gaan. Het laat wel opnieuw de gapende kloof zien tussen de twee standpunten.
Om elkaar te bereiken moeten we toch die kloof in. Daar blijft als een paal boven water staan dat we het oneens zullen blijven over veel feiten aangaande Israel. En al helemaal over de kwalificaties die we hieraan hangen. Maar het moddergooien vanaf de randen van de kloof is in ieder geval niet behulpzaam voor het op gang brengen van het debat.