Bizarre ontwikkelingen in Turkije, waar president Recep Tayyip Erdogan meer dan honderd politieke tegenstanders heeft laten arresteren. Onder hen is Ekrem Imamoglu, burgemeester van Istanbul en een van de belangrijkste politieke rivalen van Erdogan. De arrestatiegolf leidde tot massale protesten in Turkije, maar echt verrassend is de stap niet. Sinds zijn aantreden is Erdogan nauwgezet bezig de Turkse democratie stapsgewijs uit te hollen.

Met het uitschakelen van zijn politieke tegenstanders heeft Recep Tayyip Erdogan weer een stap gezet richting alleenheerschappij.
Schokgolf
De commotie is groot na de gevangenneming van oppositieleden door het Turkse regime. Turken gaan en masse de straat op om te demonstreren tegen het besluit van Erdogan. Ook in Nederland wordt er schande en afschuw gesproken over de aanhoudingen. PVV-leider Geert Wilders noemde op X Erdogan een ‘Islamitische dictator die zijn eigen volk onderdrukt en opsluit. Turkije verdient zo veel beter dan deze gevaarlijke gek.’ VVD-buitenlandwoordvoerder Eric van der Burg noemde het ‘Zeer ernstig’ dat ‘Erdogan probeert zijn politieke tegenstanders uit te schakelen’ en diende Kamervragen in bij minister Veldkamp van Buitenlandse Zaken.
In navolging van de arrestaties heeft Erdogan het internet en sociale media afgesloten en is demonstreren verboden. Belangrijke stations en snelwegen zijn afgesloten om te voorkomen dat burgers toch naar Istanbul afreizen om zich bij de demonstraties aan te sluiten. Zij die al op de barricaden staan, worden hardhandig aangepakt door de politie. Er wordt onder meer traangas ingezet en met wapenstokken geslagen. Oppositiepartijen en andere critici noemen het besluit van de gewraakte president een couppoging, een staatsgreep.
Populaire rivaal
Daar valt wat voor te zeggen. Imamoglu is als burgemeester van Istanbul bijzonder populair en kan rekenen op een flinke supportersschare. Binnen de grootste oppositiepartij van het land, de Republikeinse Volkspartij (CHP), was hij de gedoodverfde kandidaat om bij de landelijke verkiezingen van 2028 Erdogan uit te dagen. Vanwege zijn populariteit werd Imamoglu een serieuze kans toegedicht op verkiezingswinst. Aankomend weekend zou de voorverkiezing zijn, maar daar kan Imamoglu door de arrestatie niet meer aan deelnemen.
Zijn gevangenneming komt niet uit de lucht vallen. Al jaren wordt er aan zijn stoelpoten gezaagd. Zo werden er corruptiezaken geopend en werd onlangs zijn universitaire diploma ongeldig verklaard. Het hebben van een academisch papiertje is in Turkije een vereiste om je te kandideren voor het presidentschap. Nu is Erodgan dus nog een stap verder gegaan, maar Imamoglu is niet het eerste noch het enige slachtoffer. Erdogan kent een patroon van het uit de weg ruimen van politieke tegenstanders. Zo blijft de president al 22 jaar in het zadel.
Dictatoriale trekken
Na zijn aantreden in 2002 richtte Erdogan zich in eerste aanleg op het vernietigen van de seculiere structuren van het Kemalistische Turkije van voorheen. Daarvoor maakte hij dankbaar gebruik van een samenwerking met de islamistische Fethullah Gülen. Toen die zijn nut gediend had, werd ook hij bij het grofvuil gezet. Zijn Gülenbeweging werd terzijde geschoven en prompt tot terreurorganisatie gebombardeerd. Honderden werden gearresteerd. Niet veel later werden ook politici van de Democratische Volkspartij (HDP) achter de tralies gezet, waaronder partijleider Selahattin Demirtas. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens noemde dat besluit al ‘evident politiek gemotiveerd.’
Onder de heerschappij van Erdogan staat de persvrijheid daarnaast zwaar onder druk. Onwelgevallige journalisten worden bij bosjes ontslagen of publiekelijk vernederd, TV-zenders zwaar gecensureerd en kritische kranten verboden. De Turkse president maakt er daarnaast een sport van om het internet af te sluiten of toegang tot sociale media te blokkeren. Zeker wanneer er protesten of demonstraties zijn (of dreigen), gaat de ether op zwart. Zo houdt Erdogan een ijzeren greep over de media. Kritische stemmen worden snel het zwijgen opgelegd.
Minderheden
Wie het waagt de president te beledigen, verdwijnt achter slot en grendel. Zelf neemt Erdogan echter geen blad voor de mond. Zo moeten homo’s het flink ontgelden onder het Erdoganisme, die als een bedreiging worden gezien voor ‘de nationale waarden van de staat’ en ‘het traditionele familieleven.’ In 2020 ging Erdogan zelfs zo ver om de uitbraak van de coronapandemie toe te schrijven aan seks tussen mannen. In de campagne voor de laatste landelijke verkiezingen in 2023 herhaalde Erdogan nog maar eens openlijk tegen homo’s te zijn.
Ook religieuze minderheden komen er bekaaid vanaf bij de Turkse president. Christenen hebben het zwaar te verduren onder zijn bewind. Onder druk van zijn sterk nationalistische koers en historische conflicten met – lees: genocide op – christelijke Grieken, Armeniërs en Arameeërs staat de relatie met de soennitische moslimmeerderheid binnen het land op gespannen voet. De vrije uitoefening van het christelijke geloof staat dan ook onder druk. In Turkije staat bovendien de religie vermeld in het paspoort, wat discriminatie in de hand werkt. Daarnaast worden christenen zonder Turks paspoort met regelmaat het land uitgezet en vormt het omtoveren van de Hagia Sofia, ooit gebouwd als kerk, tot moskee een absoluut dieptepunt.
Antisemitisme
Joden hebben het eveneens niet bepaald makkelijk in Turkije. Sinds het aantreden van Erdogan is Mein Kampf uitgegroeid tot een bestseller en zijn er Turkse winkels die bordjes met ‘verboden voor Joden’ ophangen. Antisemitisme is onder islamistische groeperingen in Turkije altijd aanwezig gebleven, maar bleef in de seculiere periode vaak onder de oppervlakte. Sinds de islamistische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) van Erdogan aan de macht is, werd Jodenhaat weer salonfähig. Klassieke antisemitische denkbeelden en retoriek zijn er gemeengoed, sentimenten die door de Gazaoorlog gekatalyseerd worden.
Daarin doet ook Erdogan zelf een duit in het zakje. Gedurende zijn presidentschap grossiert de autoritaire leider in het bagatelliseren van de Holocaust. Politiek leiders in het westen kregen er meermaals van langs. In 2017 verweet hij Duitsland tot tweemaal toe Nazipraktijken, terwijl ook ons land bestempeld werd als ‘fascistisch en nazistisch.’ Het is echter met name Israël dat herhaaldelijk de beschuldigingen van nazisme over zich heen gestort krijgt. In 2014 was het raak, in 2018 weer en een jaar later opnieuw. In het bijzonder moet premier Benjamin Netanyahu het ontgelden bij Netanyahu. Luttele maanden na de pogrom van 7 oktober zag Erdogan al ‘geen verschil tussen Netanyahu en Hitler’, zou Hitler ‘jaloers zijn op zijn genocidale daden’ en waren ‘Netanyahu en zijn bende moordenaars geen haar beter dan de Nazi’s.’
Tegen Israel
Klassieke antisemitische verwijzingen ontbreken evenmin in het repertoire van Erdogan. Zo noemde hij Netanyahu amper een jaar geleden een ‘bloedzuigende vampier’, een duidelijke verwijzing naar het bloedsprookje. Deze week deed de Turkse president dat nog eens dunnetjes over, maar dan in verwijzing naar de Joodse staat in zijn geheel: “Het zionistische regime heeft opnieuw laten zien dat het een terreurstaat is die zich voedt met het bloed, de levens en de tranen van onschuldigen.” Waar Erdogan in het verleden nog weleens op de vingers werd getikt na zulke uitspraken, doet de Turkse president er inmiddels weinig meer aan om zijn flagrante Jodenhaat te verhullen.
Hoewel Turkije de staat Israel officieel erkent, laat Erdogan geen mogelijkheid onbenut om het bestaansrecht van de Joodse staat in twijfel te trekken of zelfs te dreigen met de vernietiging ervan. In zijn woorden is Israel een ‘zionistische terroristische organisatie.’ Vorig jaar dreigde de president zelfs met militair ingrijpen tegen Israel. Hij riep tevens op tot het smeden van een ‘islamitische alliantie’ tegen de Joodse staat. In 2020 verklaarde Erdogan dat ‘Jeruzalem van ons is’, verwijzend naar de Ottomaanse tijd. In december vorig jaar deed de Turkse president, in navolging van zijn politiek bondgenoot Devlet Bahceli, dat nog eens dunnetjes over.
Dreiging
De oorlogsretoriek klinkt wellicht grotesk, maar moet wel degelijk serieus genomen worden. Niet alleen heeft Turkije de beschikking over een krijgsmacht van formaat, de expansiedrift van Erdogan blijft niet beperkt tot woorden. Met het smeden van allianties droomt de Turkse leider van een herstel van het Ottomaanse rijk van weleer. In Syrië zetelt inmiddels een salafistische marionettenregering, maar ook met andere soennitische groeperingen gaat Erdogan graag warme banden aan. De meest beruchte daarvan is uiteraard Hamas, volgens Erdogan een bevrijdingsorganisatie. Voormalig Hamaschef Ismail Haniyeh werd door de Turkse president met alle egards ontvangen in Istanbul. Een aantal leiders van de Palestijnse terreurbeweging woont inmiddels ook in Turkije.
Een directe confrontatie lijkt momenteel nog niet aan de orde, ook vanwege het NAVO-lidmaatschap van Turkije en de korte banden met Washington die beide landen onderhouden. Desondanks ligt een proxyoorlog wel in de lijn der verwachting, waarbij Turkije de rol van Iran over kan nemen. Met Syrië als vazalstaat en de innige banden met Qatar en terreurgroep Hamas bouwt Ankara gestaag voort aan het opbouwen van een soennitische as die Israel het vuur aan de schenen moet leggen. Daarmee wordt de in elkaar gestorte sjitische as onder leiding van Teheran min of meer organisch vervangen door een nieuwe, collectieve islamitische bedreiging voor de Joodse staat.

Ankara onderhoudt warme banden met Hamas.
Sultan Erdogan
In zijn neo-Ottomaanse visie ziet Erdogan een rol voor zichzelf als sultan weggelegd. De combinatie van zijn islamisme en extreem nationalisme vormen de basis voor de droom het Ottomaanse rijk uit de as te doen herrijzen. Daar hoort uiteraard Jeruzalem bij, maar ook vazalstaten in het Midden-Oosten zoals Syrië. Bovenal kan er maar één leider zijn. Het leiderschapsbeginsel vormt een centraal element binnen autocratieën. Met het uitschakelen van zijn politieke tegenstanders heeft Erdogan de volgende horde genomen richting totale alleenheerschappij.