Dossier: Bevolkingsgroepen en religies in Israel

Joden in Israel

Israel is het enige land ter wereld met een Joodse meerderheid. Zo’n driekwart van de bevolking is Joods, en iets meer dan 20 procent is Arabisch.  

Onder de Joden kunnen meerdere groepen worden onderscheiden. Er zijn zowel religieuze als etnische scheidslijnen: zo zijn er seculiere, orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. Maar er zijn binnen al die religieuze categorieën ook weer (cultuur)verschillen tussen Joden uit bijvoorbeeld Marokko (Sefardisch), Polen (Askjkenazisch) of Jemen (Mizrachi). 

Asjkenazim
Asjkenazische Joden komen uit Europa. Het woord ‘Asjkenaz’ betekent oorspronkelijk ‘Duitsland’, het land waar veel van deze Joden vanaf de vroege Middeleeuwen woonden – voornamelijk in Duitsland en Noordoost-Frankrijk langs de Rijn in plaatsen als Worms en Mainz. Hier ontwikkelde zich rond het jaar 900 het Jiddisch, een Joodse variant op de Duitse taal met Slavische en Hebreeuwse invloeden. Asjkenazische Joden trokken later richting het oosten (Polen, Oekraïne, Litouwen, Rusland). Rond 1400 woonden de meeste Asjkenazische Joden in het toenmalige Pools-Litouwse Rijk. Dit geografische gebied bleef tot de Holocaust het centrum van de Asjkenazische wereld. De Asjkenazische Joden werden sterk beïnvloed door de cultuur van de landen waar zij woonden. De opkomst van het nationalisme in Europa in de 19e eeuw leidde tot het ontstaan van de Joodse nationale beweging, zionisme. Vanaf 1880 zijn veel Asjkenazische Joden naar Israel vertrokken. Er wonen nu zo’n drie miljoen Asjkenazische Joden in Israel. 

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn honderdduizenden Joden uit de USSR, grotendeels Asjkenazim, naar Israel geëmigreerd. Omdat zij in zulke grote aantallen naar Israel zijn gekomen, hebben zij vaak hun cultuur in grotere mate dan andere immigrantengroepen behouden. Veel “Sovjet”-Joden spreken thuis nog Russisch, zijn uitermate seculier als gevolg van het leven onder het communisme, en maken gebruik van Russischtalige media. 

Sefardim
Vanaf het begin van de jaartelling vestigden veel Joden zich in Spanje en Portugal. Joden uit dit deel van Europa worden Sefardische Joden genoemd, naar het Hebreeuwse ‘Sefarad’, dat Spanje betekent. Door de eeuwen heen ontwikkelden zij ook hun eigen tradities en taal. Deze nieuwe taal, het Ladino, werd sterk beïnvloed door de Spaanse taal.

Aan het einde van de vijftiende eeuw werden deze Joden verbannen uit Spanje en Portugal. Veel van hen vestigden zich vervolgens in Antwerpen en later in Amsterdam, maar de meesten vertrokken naar Noord-Afrika en Turkije. In Noord-Afrika vermengden de Sefardim zich met de lokale Joodse gemeenschap, die al sinds rond het begin van de jaartelling in de Maghreb leefde. In Israel wonen er honderdduizenden Marokkaanse Joden. Ook zijn er veel Tunesiërs, Libiërs en Algerijnen.

Mizrachim
Mizrach is Hebreeuws voor “Oost”, en de term Mizrachim is dan ook de aanduiding voor Joden die afstammen van de duizenden jaren oude Joodse gemeenschap in Babylonië (Irak). Joden uit onder andere Iran, Afghanistan, Syrië, Koerdistan en de Kaukasus vallen onder deze groep. Religieus gezien volgen de Mizrachim grotendeels dezelfde tradities en gebeden als de Sefardim. In Israel worden de termen “Mizrachi” en “Sefardi” dan ook bijna altijd als synoniem gebruikt. Ook Joden uit Jemen worden beschouwd als Mizrachim, hoewel zij unieke tradities hebben en niet afkomstig zijn uit de Joodse gemeenschap van Babylonië. 

Sinds de stichting van de staat Israël in 1948 werden Joden in veel Arabische landen gedwongen om te vertrekken. In totaal zijn zo’n één miljoen Joden uit Arabische landen naar Israël gegaan vanaf 1948. Soms dwongen overheden hen om het land te verlaten (zoals in Irak), in andere gevallen vertrokken zij omdat geweld vanuit de bevolking vreesden en niet voldoende bescherming kregen van de overheid (zoals in Marokko). 

Ethiopische Joden
Nadat de Sefardische opperrabbijn Ovadia Josef in 1973 had besloten dat Ethiopische Joden ook Joods waren en premier Rabin dit besluit in 1975 bij wet had bekrachtigd, begon het proces van grootschalige Ethiopische immigratie naar Israel. In Ethiopië vond toentertijd een bloedige burgeroorlog plaats. Met behulp van de diplomatieke inzet van de Verenigde Staten wist Israël vluchtelingenkampen voor Ethiopische Joden in te richten in Soedan en hen vanaf daar naar Israël te vliegen. De grootste groepen Ethiopiërs kwamen naar Israel in de jaren 1980 en 1990, maar nog steeds vindt er immigratie van Ethiopiërs plaats. Er zijn ongeveer 150.000 Ethiopische Israëli’s.

Wie is een Jood? 
Het woord „Jood” (in het Hebreeuws, „Jehoedi”) is afgeleid van de naam Jehoeda, de naam van één van de twaalf zonen van Jacob. Jehoeda  was de stamvader van één van de stammen van Israel. 

Een Jood is ieder persoon wiens moeder Joods was, of iedereen die door het formele proces van bekering tot het Jodendom overgegaan is. Voor Jood-zijn is dus niet van belang welke overtuiging men aanhangt of hoe men zich gedraagt, maar of men via de vrouwelijke lijn tot het Joodse volk behoort (of is bekeerd – in het jodendom ook wel “uitgekomen” genoemd).  

Jood-zijn is een vorm van nationaliteit, niet noodzakelijkerwijs van geloofsovertuiging. Iemand die geboren is uit een Joodse moeder, maar die een atheïst is en nimmer de Joodse godsdienst gepraktiseerd heeft, is toch een Jood. 

Joden en religieus leven 
Ruim tweederde van de Joden in Israel is na 1948 in Israel geboren. Van de Joodse bevolking is circa éénderde religieus en tweederde seculier, waarvan een groot deel wel ‘traditioneel’ is, wat duidt op een sterke affiniteit met het jodendom zonder een volledig religieus leven te leiden. In totaal is de religieuze compositie van de Joods-Israelische samenleving als volgt: 10% is aanhanger van het charedisch jodendom en 12% van het modern-orthodox jodendom. 29% is traditioneel en 49% geheel seculier.

Charedisch jodendom 
In totaal is ongeveer 10% van de Israelische bevolking charedisch. Het charedisch jodendom is vaak bekend onder de minder neutrale, enigszins pejoratief klinkende naam ultra-orthodox”. Charedische joden zijn voorstanders van de meest traditionele navolging van de joodse wetten. Chared betekent letterlijk vrezend, in dit verband “vrezend voor het woord van God”. 

De meeste charedische mannen brengen een groot deel van hun tijd door in de yeshiva, het leerhuis waar zij dagelijks joodse teksten bestuderen. Regelmatig werken zij niet of slechts in deeltijd, waardoor veel charedische gezinnen afhankelijk zijn van uitkeringen. Charedische jonge mannen (en vrouwen) hebben een uitzonderingspositie: zij hoeven niet in het leger te dienen. Pogingen om aan deze bijzondere positie een einde te maken leiden steevast tot veel protest leidt vanuit de charedische gemeenschap en zijn tot nu toe vruchteloos gebleven. De leefstijl van charedim wordt door veel seculiere Israeli’s afgewezen en roept bij sommigen weerstand op. 

Charedische joden zijn over het algemeen neutraal of negatief over het zionisme, zowel de seculiere als religieuze vorm. Veel van hen beschouwen het geloof in de staat Israel als een moderne vorm van afgoderij. Een Joodse staat mag volgens hen pas worden gesticht wanneer de Messias is gekomen. Daarom wordt Israëlische onafhankelijkheidsdag in de charedische gemeenschap niet gevierd. Binnen veel charedische gemeenschappen vindt er hierin wel een geleidelijke kentering plaats: naarmate Israel langer bestaat, is het afwijzen van de staat een positie die steeds lastiger vol te houden is. 

Modern-orthodox jodendom 
Het modern-orthodox jodendom is een richting in het jodendom die aangehangen wordt door ongeveer 12% van de Joodse bevolking in Israel. Het modern-orthodox jodendom staat een aanpassing van het orthodox jodendom aan de moderne maatschappij voor. Hierbij wil men geen veranderingen brengen in de orthodoxe wetgeving, maar de leefstijl wel aanpassen aan de moderne norm. Modern-orthodoxe joden geloven bijvoorbeeld in het belang van seculier onderwijs, terwijl charedim hier fel tegen gekant zijn.  

In plaats van de nadruk op de zeer traditionele waarden in het jodendom, komt soms een nadruk op andere waarden, die eveneens bestaan in het jodendom, maar lange tijd niet zo centraal stonden. Deze waarden, zoals fysieke arbeid op het land in communes (in dit geval religieuze kibboetsen) of het centraal stellen van het land van Israel zaten aanvankelijk vaak dichtbij seculiere idealen van Joden (en met name zionisten). Het modern-orthodoxe jodendom geeft deze echter een aparte, religieuze invulling. De meeste modern-orthodoxe joden zijn dan ook religieuze zionisten en vice versa. 
 
In tegenstelling tot charedische joden kleden mannelijke modern-orthodoxe joden zich over het algemeen onopvallend, scheren mannen zich meestal en bestaat de hoofdbedekking meestal uit een gekleurd en gehaakt keppeltje. Bij vrouwen zijn de verschillen minder zichtbaar. 

Veel van de kolonisten in joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en tot 2005 in de Gazastrook die daar vanuit ideologische overtuiging wonen behoren tot deze stroming. Zij dienen met grote bereidwilligheid in het Israelische leger, liefst in speciale eenheden.  

Traditionele joden 
Veel joden in Israel beschouwen zichzelf als traditioneel. Zij passen de Joodse tradities toe die in hun levensstijl passen: zo houden zij zich aan bepaalde feestdagen en besteden zij vaak op een traditionele manier aandacht aan de shabbat. Ook leren zij hun kinderen over de Joodse tradities. Zij houden zich echter niet aan alle geboden. In Israel zijn met name Mizrachim traditioneel-Joods. Asjkenazim zijn vaker geheel seculier of geheel orthodox.

Seculiere joden 
De overige joden noemen zichzelf seculier. Maar zelfs de meesten van hen houden bepaalde tradities in eer: besnijdenis, mezoeza, bar mitswa, joods huwelijk, joodse begrafenis, een Pesachmaaltijd, enzovoorts. Sommigen vasten op Jom Kippoer. Wanneer we kijken naar het percentage Joden dat in God gelooft (87%) dan kan men constateren dat zelfs onder seculiere Joden er een klein percentage (7%) is dat in God gelooft. Seculiere Joden zijn voornamelijk te vinden onder de Asjkenazische Joden en veel minder onder Sefardische Joden. Seculieren zijn oververtegenwoordigd binnen de overheid, het bedrijfsleven, de vrije beroepen en academische instellingen.