Er zijn geen 3,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen

De regeling van het Palestijns-Israelisch conflict lijkt zich ruim zeven jaar na Oslo toe te spitsen op de Palestijnse claim op het recht op terugkeer. Dat was voor 1967, toen Israel de Westoever en de Gazastrook veroverde ook al het geval.

Oorzaak

De oorlog tussen Israel, de Palestijnen en de Arabische buurstaten ontstond doordat de Arabieren de Joodse staat weigerden te accepteren. Het met tweederde meerderheid in de VN aangenomen delingsvoostel in een Joodse en Palestijnse staat, werd door de Arabieren verworpen. Op 15 mei 1948 vielen zij de pas onafhankelijke staat Israel binnen. Tijdens deze eerste Israelisch-Arabische oorlog ontvluchtten tussen de 600 en 750 duizend Arabieren het grondgebied van de staat Israel, deels direct voor het oorlogsgeweld, deels door gerichte verdrijvingsacties van Israelische strijdkrachten (voornamelijk in de slotfase van de oorlog) en soms ook door dat het Palestijnse leiderschap als eerste de benen had genomen, het volk stuurloos en in paniek achterlatend. Een groot deel van de Palestijnse vluchtelingen kwam in kampen terecht.

Integratie

Alle andere vluchtelingenproblemen die in de periode 1940-1970 in de wereld ontstonden (zoals de Sudeten-Duitsers, India-Pakistan) en waarbij vele miljoenen mensen betrokken waren werden opgelost door integratie van de vluchtelingen in hun nieuwe woonland. De Arabische landen hielden het Palestijnse vluchtelingenprobleem echter kunstmatig in stand en gebruikten het als politiek wapen tegen Israel. Inmiddels zijn van de in 1948-1949 vertrokken bevolkingsgroep minder dan 200 duizend personen in leven, maar hun nakomelingen, die zelf geen vluchtelingen zijn, worden in aantal geschat op 3,5 miljoen. Naar schatting 70 procent van hen woont buiten voormalig Palestina, in Jordanië, Libanon en Syrië.

Resoluties

In de niet bindende resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de VN (11 december 1948) wordt (o.a.) gesteld "dat de vluchtelingen die naar hun huizen willen terugkeren en in vrede met hun buren willen leven, dat op de kortst mogelijke termijn moet worden toegestaan" en dat " compensatie moet worden betaald voor de bezittingen van hen die besluiten om niet terug te keren." Alle Arabische staten stemden tegen en de resolutie werd ook door Israel (toen nog geen VN-lid) verworpen. Als voorwaarde voor hun terugkeer dienen de nu nog in leven zijnde vluchtelingen uit 1948-1949 zich bereid te verklaren in vrede met Israel te leven. In wezen betreft dit dus slechts enkele tienduizenden die gerechtigd zouden zijn terug te keren. Eerder ligt het voor de hand dat de Palestijnen volgens de resolutie voor de door hen achtergelaten bezittingen gecompenseerd worden. Bij het uit te betalen bedrag moet echter rekening worden gehouden met de nederzettingen en infrastructuur die Israel in een vredesverdrag aan de Palestijnen zal overdragen.

In de bindende resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad (22 november 1967), de erkende basis van het huidige vredesproces, wordt uitsluitend en zonder nadere precisering vastgesteld "dat het noodzakelijk is een rechtvaardige regeling van het vluchtelingenvraagstuk te bewerkstelligen." Over terugkeer wordt niet gerept.

Eisen

Net als de PLO heeft de Arabische Liga tot nu toe echter compromisloos vastgehouden aan de eis dat de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen én hun nakomelingen het "recht op terugkeer naar hun vroegere woningen" moet worden verleend. De Liga bekrachtigde dit recent op 4 januari van dit jaar. Daadwerkelijke implementatie van die eis zou het einde betekenen van Israel als Joodse staat en heeft geen basis in het internationaal recht. Bovendien is het evident strijdig met de uitgangspunten van de Oslo-akkoorden, waarin de PLO instemde met de verdeling van het voormalig West-Palestina in een (door de PLO reeds erkende soevereine) Joodse staat en een Palestijnse entiteit, waarvan de status nader zou worden bepaald. Het is dus niet alleen logisch, maar ook contractueel juist, dat de miljoenen nakomelingen van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen, voorzover zij dat zelf wensen, zich straks kunnen vestigen in hun eigen staat en Israel verder met rust laten.