EU-commissaris roept op tot herziening financiering Palestijnse schoolboeken

IN ANDER NIEUWS / Door: LUUK SMIT / 22 jun 2021 EU PALESTIJNEN SCHOOLBOEKEN

Naar aanleiding van het EU-rapport over de Palestijnse schoolboeken heeft de Hongaarse EU-commissaris Olivér Várhelyi gesteld dat de EU haar financiering van deze schoolboeken grondig zou moeten herzien. Várhelyi is de EU-commissaris voor ‘uitbreiding en burenbeleid’. De Europese Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Joseph Borell zou tegenstribbelen, zo melden Brusselse bronnen.

Illustratief: jonge leerlingen op een UNRWA-school. (bron: UNRWA/Marwan Baghdadi)

Het rapport over de schoolboeken lekte recentelijk uit, waarna meerdere Europarlementariërs van verschillende Europese politieke families opriepen om het rapport openbaar te maken. Ook minister Kaag stelde tijdens de laatste raad Buitenlandse Zaken dat zij het graag openbaar zou zien. Het rapport, geschreven door het Duitse Georg Eckert Institute, gaat in op recente Palestijnse schoolboeken en hun diverse inhoud.

Uit het rapport blijkt dat de schoolboeken in grote lijnen wel ruimte hebben voor tolerantie, vrede en coöperatie. Maar die toon verdwijnt als het Joden of Israel betreft. Zoals al eerder uit de rapporten van IMPACT-SE bleek, wordt het conflict op een zeer eenzijdige wijze geportretteerd. Zo schrijft het rapport op pagina 68:

“Bij het bestuderen van de schoolboeken die op enige wijze betrekking hebben op het Israëlisch-Palestijnse conflict, de geschiedenis en de huidige situatie, valt op dat de staat Israël zelden bij naam wordt genoemd. Meestal verwijzen de teksten naar de ‘zionistische bezetting’ (الصهيوين االحتالل , al-iḥtilāl aṣ-ṣuhyūnī) of eenvoudigweg ‘de bezetting’ (االحتالل, al-iḥtilāl). De instellingen, de IDF en de staatsorganen van Israël worden over het algemeen beschreven met het bijvoeglijk naamwoord ‘zionistisch’ (صهيوين , ṣuhyūnī) en soms ‘Israëlisch’. Wanneer ‘Israël’ en ‘Israëlisch’ (إرسائيل ,isrāʾīl; إرسائييل ,isrāʾīlī) worden gebruikt komen ze het meest voor in de context van een conflict en worden meestal gecombineerd met conflict gerelateerde termen zoals ‘bezetting’, ‘strijdkrachten’ of ‘soldaten’.”

Het zelfstandig naamwoord ‘Israël’ als de naam van de staat komt vooral voor in leerboeken voor geschiedenis en aardrijkskunde en de Arabische taal. Soms wordt het tussen haakjes geplaatst of tussen aanhalingstekens geplaatst. Verwijzingen tussen haakjes naar Israël komen vooral voor in citaten uit officiële documenten en oefeningen die daarop betrekking hebben. Vooral in hoofdstukken die het vredesproces in het Midden-Oosten beschrijven (i.e. Camp David-akkoorden, Oslo-onderhandelingen) verwijzen sommige bronnen en opdrachten naar Israël zonder aanhalingstekens of haakjes.

Zoals ook bleek uit het recente rapport van IMPACT-SE worden er stelselmatig kaartjes zonder Israel gebruikt. Ook refereert men naar Israelische steden als Haifa en Nazareth als ‘Palestijnse steden’ en rept men in een verhaal over terroriste Dalal Murghabi over de ‘Palestijnse kust’ tussen Haifa en Jaffa.  Tevens ontkent men de historische banden tussen Jeruzalem en het Joodse volk. Israel wordt pas genoemd in geschiedenisboeken wanneer men spreekt over de Oslo-akkoorden. Zo is de briefwisseling tussen Arafat en Rabin – wel met enkele passages eruit gehaald – opgenomen in het curriculum.

Waar eerder de EU stelde dat de schoolboeken in lijn waren met de UNESCO-standaarden,  liet woordvoerder Pisonero weten dat “de EU geen tolerantie heeft voor het aanzetten tot haat of geweld als een middel om politieke doelen te bereiken, en voor antisemitisme in welke vorm dan ook. Deze principes zijn niet bespreekbaar voor de commissie.” De EU wilt nu zo snel mogelijk het gesprek aangaan met de PA om zo ervoor te zorgen dat de schoolboeken niet meer vol staan met hatelijk materiaal.