Hooggerechtshof wacht met uitspraak over Sheikh Jarrah

Straatbord bij ingang van Jeruzalemse wijk Sheikh Jarrah (Tamar/Wikimedia Commons)

Het Israelische Hooggerechtshof heeft haar uitspraak in de zaak Sheikh Jarrah uitgesteld op verzoek van procureur-generaal Avichai Mandelblit. Al jaren loopt een rechtszaak van Israelische stichting Nahalat Shimon om vier Palestijnse families uit hun huizen te zetten, die voor 1948 in het bezit van Joden in Oost-Jeruzalem waren. Nahalat Shimon voert aan dat de families wonen in huizen die voor 1948 in het bezit waren van Joodse families, die na de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 onteigend werden door Jordanië, en dat de enige geldige eigendomsrechten zijn overgedragen aan Nahalat Shimon door nabestaanden van de eigenaren voor 1948. Procureur Mandelblit heeft verklaard zich eerst grondig in de zaak te willen verdiepen voordat hij zich erin mengt.

Aanleiding voor grote rellen

Naar aanleiding van deze rechtszaak, een vandaag geplande vlaggenmars voor Jeruzalemdag, en verhoogde spanningen rond het einde van ramadan, aanstaande woensdag, zijn er de afgelopen dagen de heftigste rellen in Jeruzalem van de afgelopen decennia losgebarsten. Palestijnse bezoekers aan de Tempelberg gooiden stenen naar beneden, waarna de Israelische politie het Tempelbergplein betrad, en op verschillende andere plekken in de stad waren ook uitbarstingen van geweld. Meer dan 300 Palestijnen en minstens 16 politieagenten zijn tot nu tot nu toe verwond. Hamas dreigde afgelopen vrijdag dat Israel een ‘zware prijs’ zou betalen, als de ‘agressie tegen Palestijnen’ niet zou stoppen.

40 jaar aan procedures

Al sinds 1982 wordt geprocedeerd over de bewuste huizen. Volgens Israelische wetgeving kunnen Israeli’s met geldige eigendomsaktes op vastgoed in gebieden die in 1948 door Jordanië werden overgenomen, hun eigendom via de rechter opeisen. In Sheikh Jarrah gaat het over enkele woningen die in de late 19e eeuw gebouwd werden door Joden rondom het graf van ‘Simon de rechtvaardige’, een opperpriester uit de derde eeuw voor de gewone jaartelling en een Joods heiligdom. De buurt kwam Nahalat Shimon te heten, en daar is de  stichting ook naar vernoemd.

De Rechtbank Jeruzalem oordeelde eerder in de jaren ’80 dat de huidige Palestijnse bewoners van de huizen weliswaar niet de rechtmatige eigenaars waren, maar als bewoners rechtsbescherming genoten en niet zomaar hun woningen uitgezet mochten worden. Er werd een vaststellingsovereenkomst getekend met de stichting Nahalat Shimon waarin erkend werd dat de stichting eigenaar was van de gebouwen, maar dat de bewoners huur moesten betalen, en geen onrechtmatige aanpassingen aan de gebouwen mochten aanbrengen. 

Sinds 1993 wordt geprocedeerd door de stichting Nahalat Shimon over het feit dat er nooit huur betaald is, en verschillende illegale aanpassingen aan de gebouwen door de bewoners zijn gedaan. In 1997 voerde een van de bewoners aan dat hij in 1961 een eigenaarstitel uit de Ottomaanse tijd had gekocht, maar deze titel had hij nooit eerder ingebracht in de verschillende procedures, en volgens een forensisch laboratorium zou het om een vervalsing gaan.

Na nog eens jaren van procederen, oordeelde de Rechtbank van Jeruzalem dat families in de buurt die geen huur hadden betaald en/of schade aan de eeuwenoude gebouwen hadden toegebracht, uitgezet mochten worden. Dit gebeurde voor het eerst in 2009, en recenter in deze zaak van Nahalat Shimon tegen vier Palestijnse families. Zij gingen in beroep bij het Israelische Hooggerechtshof, dat nu de inbreng van de procureur afwacht voordat zij uitspraak doen. Procureur Mandelblit verwacht een paar weken tot een maand nodig te hebben om zich in te lezen, voordat hij besluit om zich in de zaak te mengen of niet, en om een eventueel advies op te stellen.

In eerdere rechtszaken over de wet in kwestie werd eveneens een advies van de procureur verzocht door de families die uitgezet zouden worden. Vaak was het dan zo dat er voor een oplossing gekozen werd waarbij deze families in hun woning mochten blijven, zoals de oorspronkelijke vaststellingsovereenkomst na de zaak uit 1982, en meer recentelijk na een advies van de procureur in 2015.