ICC: organisatie is bevoegd om een klacht van de Palestijnen tegen Israel te behandelen

IN ISRAEL / Door: HANNA LUDEN / 7 feb 2021 ICC INTERNATIONAAL RECHT

Het ICC maakte vrijdag bekend dat het zich bevoegd vindt in de zaak van de Palestijnse Autoriteit tegen Israel. De rechters gaven de aanklager groen licht om de zaak in behandeling te nemen en met een onderzoek te beginnen. Israel bestrijdt de bevoegdheid van het ICC (International Criminal Court, oftewel Internationaal Strafhof) om een dergelijke zaak te behandelen. De VS en Australië hebben inmiddels ook verklaard niet eens te zijn met het besluit.

In december 2019 legde aanklaagster Fatou Bensouda de vraag over bevoegdheid aan het hof voor. Twee rechters vinden het hoofd bevoegd, de derde – de voorzitter –  is het er niet mee eens. Het besluit werd gepubliceerd afgelopen vrijdagmiddag.

 

 

 

 

De Palestijnse Autoriteit diende eind 2013 enkele klachten in tegen Israel over “misdaden van Israel tegen de Palestijnen”. Na vooronderzoek legde Bensouda de vraag of het hof hier überhaupt over gaat aan het hof voor. Zij vond dat er voldoende basis hiervoor was, maar zag ook de unieke omstreden juridische problemen, in het bijzonder het feit dat de PA niet een soevereine staat is. Vrijdag is het besluit gepubliceerd, vlak voordat de rechters worden vervangen. Ook wordt er momenteel naar een opvolger gezocht voor Bensouda die aanstaande juni vertrekt.

Concreet houdt het besluit in dat een onderzoek mag worden opgestart. De woordvoerder van het ICC benadrukte dat het nu aan de aanklaagster is om te beslissen of zij de klacht ook in behandeling neemt, dat wil zeggen, of zij hier een houdbare zaak in ziet.

Israel is geen lid van het ICC, net als de VS en enkele andere landen die de organisatie zien als een instrument van de internationale politiek en vrezen dat het te vaak wordt misbruikt. Het feit dat de nog-niet-bestaande-staat Palestina lid is van het ICC wordt op zichzelf als een politiek statement gezien. In de VN is Palestina een ‘toeschouwer’. Amerikaans-Joodse organisaties stelden in een gezamenlijke verklaring dat “deze politiek en ideologisch gemotiveerde poging van het ICC om zich te bemoeien met zaken die buiten zijn mandaat liggen tast het doel van de organisatie aan, verstoort internationaal recht en ondergraaft de legitimiteit van de organisatie als een onafhankelijk juridisch forum”. Als recente voorbeelden voor de vooringenomenheid van het ICC worden het wegblijven van onderzoek naar de problemen in Syrië of Libië genoemd. Premier Netanyahu reageerde furieus op het nieuws en noemde het besluit een ‘puur antisemitische daad’ van het hof. 

De kritiek van Israel is procedureel, en is gericht op de status van de PA, van de bezette dan wel betwiste gebieden en van het ontbreken van internationaal erkende grenzen. Ook verwijst Israel naar de tegenstrijd met de Oslo-afspraken. De Israelische procureur-generaal Mandelblit stuurde het ICC zijn standpunten aangaande Bensouda’s vraag al in december 2019. Dat deden ook meerdere  ‘vrienden van het hof’, zoals Duitsland, Canada en andere partijen. Zij betogen dat het ICC niet bevoegd is om de aanklacht in behandeling te nemen. Toch zijn er steeds meer mensen in Israel die deze zaak juist als een gelegenheid zien met het hof samen te werken en zo Israel inhoudelijk te kunnen verdedigen.

Het ICC is opgericht om de rol van individuen te onderzoeken en hen te vervolgen wanneer zij persoonlijk beschuldigd zouden kunnen worden van genocide, misdaad tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Bensouda gaf overigens aan niet alleen Israel maar ook Hamas in het onderzoek te willen betrekken. Het onderzoek zou ook over ‘de andere Palestijnse gebieden’ (lees: Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem) gaan. Wat dit betekent voor (onderzoek naar) het Palestijnse gebied, is echter onbekend.