Instrumentalisering Holocaust blijft hardnekkig probleem

IN NEDERLAND / Door: HANNA LUDEN / 23 jun 2022 HOLOCAUST PROTEST

Mark van den Oever in 2019. Bron foto: screenshot video Omroep Brabant

Farmers Defence Force-voorman Mark van den Oever blijft staan achter zijn vergelijking tussen boeren in de huidige maatschappij en de behandeling van Joden tijdens de Holocaust, zoals hij eerder deed tijdens spraakmakende protesten in 2019.

Destijds zei hij in een toespraak in het Noord-Brabantse provinciehuis: “75 jaar geleden hebben we ook gezien waar het decimeren van een kleine bevolkingsgroep toe leidt. Heden ten dage een schandvlek in de geschiedenis. Ik wil jullie deze spiegel voorhouden zodat jullie niet zeggen naderhand ‘Wir haben es nicht gewusst”.

In een interview met De Volkskrant, afgelopen weekeinde, zei hij dat hij deze uitspraken nu nog steeds zou doen. “Want waar ik toen voor waarschuwde, komt nu allemaal uit. Is dit dan geen aanval op een bevolkingsgroep? Vind ik wel.”

Tijdens de coronapandemie nam dergelijke retoriek, waarbij het lot van ongevaccineerden werd vergeleken met dat van Joden in de Sjoa, een vogelvlucht. Toen deze retoriek zelfs in de Tweede Kamer overgenomen werd, deed CIDI samen met vier andere Joodse organisaties – een zo brede coalitie van Nederlands-Joodse organisaties is vrijwel ongeëvenaard – een heldere oproep aan onze volksvertegenwoordigers: Stop de vergelijking tussen de Holocaust en Covid-19!

Instrumentalisering van leed

In het kort geding dat CIDI samen met CJO aanspande over misplaatste en maatschappelijk schadelijke vergelijkingen tussen de Holocaust en coronabeleid, sprak de rechter van “instrumentalisering” van leed van Joden tijdens de Holocaust en de herinnering daaraan. Bovendien zouden dergelijke, ongenuanceerde uitingen kunnen bijdragen aan een “klimaat waarin uitingen van antisemitisme worden aangewakkerd”.

Toen de pandemie in de publieke beleving op de achtergrond raakte, leken de botte vergelijkingen met de Holocaust in aantal snel af te nemen. Uiteraard bleek niks uit te komen van waarschuwingen tegen een ‘glijdende schaal’. Maar elke onzinnige vergelijking met de Holocaust is er een te veel, en normaliseert het instrumentaliseren van het ultieme kwaad bij relatief lichte ongemakken.

De nieuwe uitspraak van Van den Oever brengt dan ook schrik en woede teweeg bij nog levende slachtoffers van de Sjoa en hun nabestaanden. Heeft hij dan de ‘memo’ niet gekregen dat Holocaustvergelijkingen om een politiek punt te maken een teken is dat hij zijn stelling niet met argumenten kan ondersteunen?

Voor de kritische lezer van Van den Oevers woorden gaat het om een historisch incorrecte, opzettelijk kwetsende en clichématige vergelijking. Er is absoluut geen sprake van dat boeren door regeringsbeleid met de dood worden bedreigd – iets wat Van den Oever nog wel erkent. Het is ook al erg krom om de genocide op Joden, niet om wat zij deden maar om wie zij waren, te vergelijken met de economische en ecologische uitdagingen van een beroepsgroep.

Aanval op fundament samenleving

Maar belangrijker nog is het inlevingsvermogen om te begrijpen waar deze uitspraken werkelijk over gaan: de herinnering en beleving van een bevolkingsgroep, die op industriële schaal vermoord werd na een eeuwenlange geschiedenis van antisemitisme. Sommige slachtoffers van de Sjoa zijn nog steeds in leven. Van den Oever kan hen niet vertellen dat zij zich maar niets van zijn retoriek aan moeten trekken.

De Tweede Wereldoorlog is vooral door de ongekende verschrikking van de Holocaust een moreel ijkpunt geworden in onze samenleving. Van den Oevers vergelijking is een retorisch paardenmiddel om de plaats van zijn achterban in de samenleving aan te stippen, maar hiermee zaagt hij juist aan de fundamenten van precies deze samenleving.

Helaas moet CIDI nu opnieuw benadrukken dat Holocaustvergelijkingen niet ‘slechts’ beledigend zijn, maar bovendien de normen aanvallen die nodig zijn om iedereen een plek te gunnen in onze samenleving – wat je afkomst of beroep ook is.