Is Israel aan het winnen in Afrika?

Het besluit van de Commissie van de Afrikaanse Unie, op 22 juli 2021, om Israel de status van ‘waarnemer’ in de Afrikaanse Unie te verlenen, was het hoogtepunt van jaren van Israëlische inspanningen om de grootste politieke instelling van Afrika te coöpteren. Waarom wil Israël graag zakendoen in Afrika? En waarom zijn Afrikaanse landen uiteindelijk bezweken voor het Israelische charmeoffensief?

Foto: Jos Hummelen (CIDI) was in Dakar, Senegal.

Om bovenstaande vragen te beantwoorden, moet men het nieuwe spel waarderen dat in veel delen van de wereld aan de gang is, vooral in Afrika, dat altijd belangrijk is geweest voor de geopolitieke strategie van Israël. Vanaf het begin van de jaren vijftig tot het midden van de jaren zeventig breidde Israëls Afrika-netwerk voortdurend uit. De oorlog van 1973 maakte echter een abrupt einde aan die affiniteit met de landen van het Afrikaanse continent.

Hoe de Oktoberoorlog alles veranderde

Ghana in West-Afrika erkende Israël al snel na de stichting van het land in 1948. Op dat moment leek dat een vreemde beslissing. Veel Afrikaanse landen keken naar het Israelisch project als zijnde een nieuw soort kolonialisme. Toch luidde deze beslissing een nieuw denken in en tegen het begin van de jaren zeventig dachten meerdere Afrikaanse landen positiever over Israel. Op die manier kon Israel haar banden verstevigen en echt een geopolitieke positie innemen. Aan de vooravond van de Israëlisch-Arabische oorlog van 1973 had Israël volledige diplomatieke banden met 33 Afrikaanse landen.

De Oktoberoorlog stelde echter veel Afrikaanse landen voor een grimmige keuze: partij kiezen voor Israël of de Arabieren, die via historische, politieke, economische, culturele en religieuze banden met Afrika verbonden zijn. De meeste Afrikaanse landen kozen het laatste. Het ene na de andere Afrikaanse land begon banden met Israël te verbreken. Al snel had geen enkele Afrikaanse staat, behalve Malawi, Lesotho en Swaziland, officiële diplomatieke betrekkingen met Israël.

De solidariteit van Afrikanen met de Palestijnen ging nog verder. De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid – de voorloper van de Afrikaanse Unie – werd tijdens haar 12e gewone zitting in Kampala in 1975 de eerste internationale instantie die op grote schaal het vermeende racisme in de zionistische ideologie van Israël erkende door resolutie 77 aan te nemen.

Aangezien Israël zich bleef inzetten voor het zionistische, is de enige rationele conclusie dat het Afrika was, en niet Israël, dat veranderde. Maar waarom?

Verklarende factoren

De ineenstorting van de Sovjet-Unie is een eerste verklarende factor. Deze seismische gebeurtenis resulteerde in het daaropvolgende isolement van pro-Sovjet-Afrikaanse landen, die jarenlang de voorhoede vormden tegen het Amerikaanse, Westerse expansionisme en de belangen op het continent. Israel had altijd partij gekozen voor Amerika tijdens de Koude Oorlog.

Het tweede wat ineen stortte was het verenigde Arabische front voor Palestina. Dat front is historisch gezien het morele en politieke referentiekader geweest voor de pro-Palestijnse, maar ook voor anti-Israëlische sentimenten in Afrika.

De Afrikaanse Unie omvat alle landen op het continent.

Normalisering tussen Arabische landen en Israel

De geheime, maar ook de openbare normalisering tussen Arabische landen en Israël ging de afgelopen drie decennia onverminderd door, wat resulteerde in de uitbreiding van de diplomatieke banden tussen Israël en verschillende Arabische landen, waaronder Afrikaans-Arabische landen, zoals Soedan en Marokko. Andere Afrikaanse landen met een moslimmeerderheid sloten zich ook aan bij bij het kamp dat normalisatie juist toejuicht. Landen die je misschien niet zou verwachten, zoals Tsjaad en Mali.

“Andere Afrikaanse landen met een moslimmeerderheid sloten zich ook aan bij bij het kamp dat normalisatie juist toejuicht. Landen die je misschien niet zou verwachten, zoals Tsjaad en Mali.”

De Verenigde Staten heeft ook haar invloed in de Verenigde Naties om paden te plaveien voor Israel. Zo stemde de Amerikaanse regering er vorig jaar mee in om Sudan van de door de staat gesponsorde terreurlijst te verwijderen in ruil voor de normalisering van Khartoem met Israel. In werkelijkheid is Soedan niet het enige land dat dit soort ‘pragmatische’ politieke ruilhandel begrijpt en bereid is hieraan deel te nemen. Anderen hebben het spel ook goed leren spelen. Door te stemmen om Israel toe te laten tot de AU, verwachten sommige Afrikaanse regeringen een rendement op hun politieke investering, een rendement dat zal worden opgeëist van Washington en in mindere mate ook in Tel Aviv.

De historische stap van Netanyahu

Er was nog een andere drijvende kracht achter het besluit van Israël om naar Afrika terug te keren dan alleen politiek opportunisme en economisch gewin. Opeenvolgende gebeurtenissen hebben duidelijk gemaakt dat Washington zich terugtrekt uit het Midden-Oosten en dat de regio niet langer een topprioriteit was voor het slinkende Amerikaanse rijk. Voor de Verenigde Staten zijn de beslissende stappen van China om zijn macht en invloed in Azië te doen gelden grotendeels verantwoordelijk voor de Amerikaanse heroverweging. De terugtrekking van de VS uit Irak in 2012, de opstelling in Libië, het laten overschrijden van de ‘rode lijn’ door het regime van Assad in Syrië en de chaotische terugtrekking uit Kabul waren allemaal indicatoren die erop wezen dat Israël niet langer alleen op blinde en onvoorwaardelijke Amerikaanse steun kan rekenen. Zo begon de naarstige zoektocht naar nieuwe bondgenoten om de eigen positie in de regio te versterken.

Op 5 juli 2016 gaf de toenmalige Israëlische premier, Benjamin Netanyahu, het startsein voor Israëls nieuwe betrekkingen met Afrika. De voormalig premier begon met een bezoek aan Kenia, dat door de Israëlische media als ‘historisch’ werd betiteld. Toegegeven: het was inderdaad het eerste bezoek van een Israëlische premier in de afgelopen 50 jaar. Na enige tijd in Nairobi te hebben doorgebracht, waar hij samen met honderden Israëlische en Keniaanse bedrijfsleiders het Israël-Kenia Economic Forum bijwoonde, ging hij verder naar Oeganda, waar hij leiders uit andere Afrikaanse landen ontmoette, waaronder Zuid-Soedan, Rwanda, Ethiopië en Tanzania. Met veel landen sprak hij over het bestrijden van terrorisme in de regio. In dezelfde maand kondigde Israël de hernieuwing van de diplomatieke betrekkingen tussen Israël en Guinee aan.

De nieuwe Israëlische strategie vloeide daaruit voort. Meer bezoeken op hoog niveau aan Afrika en juichende aankondigingen over nieuwe economische joint ventures en investeringen volgden. In juni 2017 nam Netanyahu deel aan de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, die werd gehouden in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia.

Israelisch optimisme voor de toekomstplannen met Afrika

De toelating van Israël tot het 55 leden tellende Afrikaanse blok in juli wordt door Israëlische functionarissen en media-experts beschouwd als een grote politieke overwinning, vooral omdat Tel Aviv al sinds 2002 aan het werk is om deze status te bereiken. Destijds stonden er veel obstakels in de weg, zoals het sterke bezwaar van Libië onder leiding van Muammar Ghaddafi en het aandringen van Algerije dat Afrika zich moet blijven inzetten voor zijn ‘antizionistische idealen’, enzovoort. Stuk voor stuk werden deze bedenkingen weggenomen of als onbelangrijk aangemerkt.

“Ondanks Israëls optimisme voor in de toekomst, lijkt het erop dat de strijd om Afrika nog steeds woedt. Een strijd tussen politiek, ideologie en economische belangen die waarschijnlijk nog jaren onverminderd zal doorgaan.”

In een recente verklaring vierde Israëls nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Yair Lapid, het lidmaatschap van Israël in Afrika als een “belangrijk onderdeel van het versterken van de structuur van Israëls buitenlandse betrekkingen.” Volgens Lapid was de uitsluiting van Israël van de AU een “misinterpretatie die bijna twee decennia te lang bestond.” Natuurlijk zijn niet alle Afrikaanse landen het eens met de handige logica van Lapid.

Ondanks Israëls optimisme voor in de toekomst, lijkt het erop dat de strijd om Afrika nog steeds woedt. Een strijd tussen politiek, ideologie en economische belangen die waarschijnlijk nog jaren onverminderd zal doorgaan. Om de Palestijnen en hun aanhangers echter een kans te geven deze strijd te winnen, moeten ze de aard begrijpen van de Israëlische strategie waarmee Israël zichzelf aan verschillende Afrikaanse landen voorstelt als de partner, gunsten verleent en nieuwe technologieën introduceert om echte, tastbare problemen te bestrijden. Omdat Israel technologisch geavanceerder is in vergelijking met veel Afrikaanse landen, is de exportpositie van Israël sterk. In ruil voor kennis en kunde op het gebied van beveiliging, IT en irrigatietechnologieën vraagt Israel om diplomatieke banden en wederzijdse investeringen.

En de Palestijnen dan?

De dichotomie van Palestina in Afrika berust dan ook deels op het feit dat de Afrikaanse solidariteit met Palestina historisch gezien binnen het grotere politieke kader van wederzijdse Afrikaans-Arabische solidariteit is geplaatst. Maar nu de officiële Arabische solidariteit met Palestina verzwakt, worden de Palestijnen gedwongen buiten dit traditionele kader te denken, zodat ze als Palestijnen directe solidariteit met Afrikaanse naties kunnen opbouwen, zonder noodzakelijkerwijs hun nationale ambities te laten samensmelten met het grotere, nu gefragmenteerde, Arabische politieke lichaam. Ook het idee dat Israel een heerser met koloniale aspiraties zou zijn, verliest aan invloed.

Hoewel zo’n taak ontmoedigend is, is het ook veelbelovend, aangezien de Palestijnen nu de mogelijkheid hebben om bruggen van steun en wederzijdse solidariteit in Afrika te bouwen door middel van directe contacten, waar ze als hun eigen ambassadeurs dienen. Palestina heeft natuurlijk veel te winnen, maar Afrika ook veel te bieden. Palestijnse artsen, ingenieurs, civiele bescherming en eerstelijnswerkers, pedagogen, intellectuelen en kunstenaars behoren tot de meest hooggekwalificeerde en ervaren mensen in het Midden-Oosten. Ze hebben weliswaar veel te leren van hun Afrikaanse leeftijdsgenoten, maar hebben ook veel te geven.

In tegenstelling tot hardnekkige stereotypen, dienen veel Afrikaanse universiteiten, organisaties en culturele centra als levendige intellectuele hubs. Afrikaanse denkers, filosofen, schrijvers, journalisten, kunstenaars en atleten behoren tot de meest succesvolle en welbespraakte ter wereld.

Einde aan eindeloze boycot

Sinds haar oprichting heeft Israel altijd te maken gehad met een internationale boycot, met name door Arabische landen, die zich uitstreken tot ver in West-Afrika. Alhoewel sinds de vrede met het Egypte van Sadat meer landen overstag zijn gegaan, kijken veel landen nog altijd met argusogen naar de Joodse staat. De recente status van Israel bij de Afrikaanse Unie laat het huidige schisma zien, waarbij bijvoorbeeld buurlanden Marokko en Algerije een compleet andere mening over Israel zijn toegedaan.

Israel probeert via de AU tevens haar zwakke positie binnen de VN, dat de ene na de andere resolutie tegen Israel aanneemt, te versterken. Alhoewel sommige Afrikaanse landen, zoals Zuid-Afrika, fel tegen waren, zagen de meeste landen meer heil in economische banden dan een eindeloze en vruchteloze boycot. De positie van waarnemer in de AU is dan ook een grote overwinning voor Israel als het gaat om normalisatie en internationale relaties.