JA21 suggereert veto tegen ‘schandalig’ stemgedrag tegen Israël in EU-verband

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 20 apr 2021 EU JA21

Tijdens een overleg met minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft JA21-Kamerlid Derk Jan Eppink het recht op veto bij de EU verdedigd. Hierbij noemde hij als voorbeeld het stemgedrag tegenover Israël, dat volgens hem “schandalig” is.

JA21-Kamerlid Derk Jan Eppink tijdens het Algemeen Overleg Raad Algemene Zaken

Op 15 april vond in de Tweede Kamer een Algemeen overleg voor de Raad Algemene Zaken plaats. Tijdens het overleg werd onder andere gesproken over het mogelijk opheffen van het vetorecht bij de Europese Unie. Met een veto kunnen individuele lidstaten besluiten tegenhouden bij de Europese Raad. Vorige maand schreven de Nederlandse premier Mark Rutte en zijn Spaanse collega Pedro Sanchez een voorstel aan de andere regeringsleiders binnen de EU om het vetorecht op te heffen. Volgens Rutte en Sanchez houden veto’s door individuele lidstaten besluitvorming op belangrijke thema’s tegen.

Tijdens het overleg met minister Blok keerde vers Tweede Kamerlid Eppink tegen het voorstel om het vetorecht op te heffen. “Nederland heeft aan het veto iets om een groot belang dat essentieel is, te kunnen verdedigen door een veto uit te spreken en niet achter de muziek aan te lopen, zoals nu vaak gebeurt in EU-verband, zeker als het gaat om de staat Israël”, aldus de JA21-parlementariër. “Ik vind het stemgedrag van Nederland en de Europese landen tegenover Israël schandalig. Het is de enige democratie in het Midden-Oosten.

VN-Resoluties tegen Israel in EU-verband

Bij verschillende VN-organen trachten Nederland en andere EU-lidstaten meer in Europees verband op te trekken. Onlangs nog schreef minister Blok aan de Tweede Kamer dat Nederland met andere Europese landen samenwerkt om te onderhandelen over aanpassing van resoluties die betrekking tot Israël hebben. In het kader van de behaalde aanpassingen, stemmen Nederland en een groot deel van de andere Europese landen vervolgens voor deze resoluties, die ondanks de alteraties nog steeds grotendeels eenzijdig tegen Israël gekeerd zijn.

Eppink suggereert dat Nederland het vetorecht niet zou moeten uitsluiten wat betreft besluitvorming om in Europees verband op te trekken waar het gaat om Israël bij de VN. Op een groot aantal beleidsterreinen waar de Europese Raad over vergadert, is al geen sprake van een vetorecht maar van een gekwalificeerde meerderheid. Op buitenlandbeleid kan echter alleen op basis van unanimiteit beslissingen genomen, en kunnen individuele lidstaten met een veto besluiten tegenhouden.

Wie het stemgedrag bij de verschillende VN-organen bestudeert komt tot de conclusie dat de EU-lidstaten vaak niet als één blok over aan Israël gerelateerde resoluties stemmen. Nederland zou dus, net als sommige andere landen, zijn eigen plan kunnen trekken en tegen eenzijdige anti-Israël resoluties kunnen stemmen en daarmee invulling geven aan de aangenomen motie Van der Staaij die de regering oproept stelling te nemen tegen de disproportionele agendering van Israël bij de VN.

‘Van Israël nog heel wat te leren’

Eppink sloot zijn betoog af dat Nederland “van Israël qua vaccinatie nog heel wat te leren” heeft. In Israël is al 56% volledig gevaccineerd tegen corona, en het land is inmiddels voor een groot deel weer open. In Nederland is 17% van de bevolking volledig ingeënt.