Jemenitisch gezin herenigd in Israel

Blije kidsJemenTwee van de laatste Joodse gezinnen uit Jemen, samen 17 personen, zijn woensdag in Israel herenigd.
Tien van de kinderen waren in augustus 2011 naar Argentinië gebracht door Satmarer chassiden, leden van een anti-Israelische religieuze splintergroepering. Hun ouders bleven achter in Jemen.
Een geheime actie van het Joods Agentschap bracht ouders en kinderen weer bij elkaar. De ouders werden Jemen uit gesmokkeld en de kinderen uit Argentinië, zonder medeweten van de Satmarer die hen erheen hadden gebracht.
Woensdag landden alle gezinsleden op Ben Gurion, in twee groepen.

Geheime operatie

De operatie van het Joods Agentschap herinnert Israeli’s aan de geheime Operatie Vliegend Tapijt. Onder die noemer werd tussen juni 1949 en september 1950 het leeuwendeel van de Jemenitische Joden naar Israel gesmokkeld in 380 vluchten. Zo’n 49.000 mensen ontvluchtten zo het anti-Joods geweld dat zich in 1947, na het VN-besluit tot de verdeling van het mandaatgebied Palestina, tegen hen richtte en dat uitmondde in een pogrom waarin 82 Joden vermoord werden. (Klik hier voor een documentaire over Joodse vluchtelingen uit Arabische landen.)
In Jemen bleven toen nog maar een paar honderd Joden achter, de meesten te bejaard, te traditioneel en te honkvast om te willen emigreren. De laatste jaren kwamen er nu en dan achterblijvers naar Israel, omdat zij zich niet veilig meer voelden.

Satmar

Dat geldt ook voor de nieuwe immigranten, twee ouderparen met hun kinderen en nog twee familieleden die al in Argentinië woonden. De zes kinderen van Yachya Karni en vier kinderen van Haim Karni maakten deel uit van een groep van ongeveer dertig personen die in augustus 2011 klandestien Jemen verlieten met bestemming Londen. Dit was geregeld door Satmarer chassiden, die zeiden dat zij in Groot Brittanië de vluchtelingenstatus zouden krijgen. Maar nadat de kinderen al uit Jemen waren vertrokken, bleek dat zij Engeland niet in mochten en werd de hele groep naar Argentinië gebracht.

Bedreigingen

De situatie van Jemenitische Joden die in 1950 achterbleven is de laatste jaren steeds onveiliger geworden.
Dit begon in 2008 – er woonden toen naar schatting nog zo’n 260 Joden in Jemen – met de moord op de onderwijzer Moshe Nahari, een broer van de rabbijn. Nahari’s weduwe en negen kinderen gingen naar Israel.

Datzelfde gebeurde in 2010. Aaron Zindani, een van de leiders van de Joodse gemeenschap, werd op de markt doodgestoken. Ook zijn weduwe kwam naar Israel met haar vijf kinderen en het lichaam van haar vermoorde man, die in Israel begraven is. Anderen volgden het voorbeeld van de twee weduwen, omdat zij vreesden voor hun veiligheid. Naar schatting 150 mensen kwamen in die periode naar Israel.

Ghetto

Na de moord op Moshe Nahari sloegen mensenrechtenorganisaties alarm omdat zij vreesden voor de veiligheid van de Joden in Jemen. De toenmalige president Ali Abdullah Saleh creëerde een beveiligd ghetto in de buitenwijken van de hoofdstad Sana, met ruimte voor alle Joden die nog in de provincie Umran woonden, waar de moord had plaatsgevonden.
De nieuwe buurt in Sana zou dag en nacht door veiligheidstroepen worden bewaakt, maar de meeste Joden uit Umran wilden helemaal niet verhuizen naar een ghetto in de hoofdstad. Dit was de honkvaste traditionele gemeenschap die in 1949 al niet naar Israel wilde. Hun voorouders woonden al eeuwen in Umran, zo lang al dat niemand weet hoe precies deze Joodse gemeenschap in Jemen terecht is gekomen. Ook de beloofde verhuispremie van de regering, $10.000, kon een deel van hen niet overhalen naar Sana te vertrekken. Degenen die wel wegvluchtten, gingen vaak naar Israel.

Al Qaida

Sinds de eerste antisemitische moord in 2008 ontvingen de laatste Joden in Umram steeds vaker anonieme dreigbrieven, waarin zij de keus kregen: vertrekken of gedood worden. De bedreigingen zouden afkomstig zijn van Islamisten, van wie sommigen banden hebben met Al Qaida.
Ook de situatie in Sala verergerde in 2012 na de afzetting van president Ali Abdullah Saleh, die de Joodse gemeenschap in de hoofdstal wel enige bescherming bood.

Het Joods Agentschap schat dat er nog maar ongeveer 90 Joden in Jemen wonen, deels in het ghetto in de hoofdstad Sanaa en de rest in de provincie Umran. Alleen al de laatste maanden zijn er vijftig mensen naar Israel gekomen.

Foto’s: Moshik Brin /The Jewish Agency for Israel