Kaag: Mensenrechtenraad geschikt platform om recente escalatie te bespreken

Het Kabinet is van mening dat de VN-Mensenrechtenraad “een geschikt platform is om de recente gevechten tussen Israël en Hamas en de situatie in de Oost-Jeruzalem te bespreken”. Dat schrijft minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag aan de Tweede Kamer.

Stef Blok droeg deze week het ministerschap over aan Sigrid Kaag.

Naar aanleiding van de recente escalatie in Gaza en Israël, die inmiddels in een staakt-het-vuren is geëindigd, heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt “te pleiten voor een onafhankelijk internationaal (VN-) onderzoek naar schendingen van het humanitair oorlogsrecht in de strijd tussen Hamas en Israël”.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Kaag “dat mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht onafhankelijk onderzocht dienen te worden”. De minister van Buitenlandse Zaken stelt dat de VN-Mensenrechtenraad “een geschikt platform is om de recente gevechten tussen Israël en Hamas en de situatie in de Oost-Jeruzalem te bespreken”. Ze wijst erop dat partijen bij de Mensenrechtenraad kunnen verzoeken tot een nader onderzoek. 

De Palestijnse delegatie heeft bij de VN-Mensenrechtenraad een voorstel ingediend voor het instellen van een onafhankelijke onderzoekscommissie, zo informeert Kaag de Kamer. De minister stelt dat de Nederlandse inzet erop is gericht “dat de commissie een specifiek, gebalanceerd en complementair mandaat krijgt waarmee het mogelijke schendingen van humanitair oorlogsrecht en mensenrechten door alle betrokken partijen kan onderzoeken”.

“De onderhandelingen over de resolutietekst zijn nog gaande, net als de EU-afstemming daarover”, aldus de minister van Buitenlandse Zaken. Er is dus nog geen besluit genomen over hoe Nederland over het Palestijnse voorstel zal stemmen.

Opmerkelijk genoeg wordt in de brief van minister Kaag het door Nederland tegengaan van de disproportionele agendering van Israël bij de VN-Mensenrechtenraad niet genoemd. Toen Nederland lid werd van de raad voor de periode 2020-2022, werd dit als een van de aandachtspunten genoemd voor hervorming van het VN-orgaan. De ChristenUnie, die aanvankelijk tegen Nederlands lidmaatschap was vanwege de anti-Israëlobsessie bij de raad, liet hierop haar tegenstand varen.

Ook in de raad zelf sprak de Nederlandse VN-vertegenwoordiging zich uit tegen de obsessieve agendering van Israël, in het bijzonder onder agendapunt 7 – het vaste agendapunt waaronder de Joodse staat wordt behandeld. Geen enkel ander land in de wereld is een vast agendapunt bij de raad. Uit het stemgedrag van de Nederlandse vertegenwoordiging van de VN blijkt echter dat Nederland meedoet aan het anti-Israëlcircus bij de Mensenrechtenraad. In woord zegt de Nederlandse regering zich in te zetten voor het schrappen van het beruchte agenda-item 7 en het tegengaan van disproportionele agendering van Israël, in daad houdt de anti-Israël hetze bij de VN in stand.