Kamervragen over dreigingsniveau van de Joodse gemeenschap

Naar aanleiding van een eerder dit jaar verschenen rapport over het dreigingsniveau van de Joodse gemeenschap in Nederland, heeft Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) Kamervragen ingediend bij minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus.

In haar vragen haalt Buitenweg het eerder dit jaar verschenen Dreigingsrapport 2020 aan van de stichting Bij Leven en Welzijn (BLEW), het Adviesorgaan ter bescherming van de Joodse gemeenschap in Nederland. Volgens dit rapport, waarin de CIDI-monitor antisemitische incidenten wordt meegenomen, is de huidige dreiging van antisemitisme en bedreigingen van de Joodse gemeenschap in vergelijking met voorgaande jaren gelijk gebleven.

Buitenweg wil weten hoe de constatering van BLEW zich verhoudt tot de beslissing van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om het dreigingsniveau in Nederland te verlagen van 4 naar 3. Dit gebeurde in 2019 en sindsdien is het dreigingsniveau op 3 van een schaal van 5 gebleven. Het GroenLinks-Kamerlid vraagt dan ook hoeverre dit algemene dreigingsniveau van Nederland iets zegt over dreiging voor specifieke groepen, zoals de Joodse gemeenschap in Nederland. 

 

2020Z20366

(ingezonden 3 november 2020)

Vragen van het lid Buitenweg (GroenLinks) aan de minister van Justitie en Veiligheid over algemene NCTV-dreigingsniveaus en de concrete bedreigingen van Joodse instellingen

1. Kent u het onderzoekDreigingsrapport 2020. Het dreigingsniveau van de Joodse gemeenschap in Nederland van de stichting Bij Leven en Welzijn, het Adviesorgaan ter bescherming van de Joodse gemeenschap in Nederland?

2. Wat vindt u van de constatering dat de huidige dreiging van antisemitisme en bedreigingen van de Joodse gemeenschap in vergelijking met voorgaande jaren gelijk is gebleven? Hoe verhoudt dit zich tot de beslissing van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om het dreigingsniveau in Nederland te verlagen van 4 naar 3? In hoeverre zegt het algemene Nederlandse dreigingsniveau iets over de mate van dreiging voor specifieke groepen, zoals de Joods Nederlandse gemeenschap? Wat is naar het oordeel van de NCTV het concrete dreigingsniveau voor de Joods Nederlandse gemeenschap?

3. Is het voorgekomen dat op basis van de algemene NCTV-analyses beveiligingsmaatregelen zijn afgebouwd, zonder de concrete dreiging bij deze beslissingen te hebben betrokken?

4. Deelt u de mening dat in de algemene dreigingsanalyses van de NCTV de concrete dreigingsniveaus voor specifieke groepen beter tot uitdrukking moeten worden gebracht? Zo nee, waarom niet? Deelt u voorts de mening dat, omgekeerd, specifieke beveiligingsbeslissingen niet in hoofdzaak op algemene NCTV-dreigingsanalyses kunnen worden genomen, maar op hun eigen merites moeten worden beoordeeld?