Kamervragen over Nederlandse voorstem anti-Israëlresolutie ECOSOC

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 25 jul 2019 TWEEDE KAMER VN

Deze week stemde Nederland voor een anti-Israëlresolutie bij het VN-orgaan ECOSOC. Naar aanleiding hiervan hebben Kamerleden Pieter Omtzigt (CDA), Chris Stoffer (SGP), Joël Voordewind (CU), Sven Koopmans (VVD), Raymond de Roon (PVV) en Thierry Baudet (FVD) Kamervragen ingediend.

De Kamerleden willen opheldering van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok. Opvallend is dat drie van de vier coalitiepartijen hun handtekening onder de Kamervragen hebben gezet. Hierdoor rijst de vraag op welke wijze het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft besloten voor de eenzijdige anti-Israëlmotie omtrent Palestijnse vrouwenrechten te stemmen, daar een meerderheid van de coalitie niet achter dit besluit lijkt te staan. Met oppositiepartijen SGP, PVV en FVD erbij is bovendien sprake van een meerderheid in de Tweede Kamer (82 zetels) die serieuze vraagtekens heeft bij het opmerkelijke stemgedrag van Nederland bij de Economische en Sociale Raad (ECOSOC) van de Verenigde Naties.

Het inmiddels bijna een standaard ritueel. Nederland stemt voor een eenzijdige anti-Israëlresolutie bij een orgaan van de VN, Kamervragen worden gesteld en de vragen stellende Kamerleden worden vervolgens door middel van consequentieloze antwoorden met een kluitje in het riet gestuurd. Ditmaal is echter sprake van serieuze coalitiedruk én een meerderheid in de Tweede Kamer, wat een duidelijk signaal is aan het Kabinet. Het is benieuwend wat de antwoorden zullen zijn op de vragen die leven bij het parlement en niet te negeren zijn.

 

Vragen van de leden Omtzigt, Stoffer, Voordewind, Koopmans, De Roon en Baudet aan de minister van buitenlandse zaken over uitvoering van de motie-Van der Staaij over eenzijdige resoluties bij de VN

1 . Kunt u bevestigen dat Nederland voor de resolutie “Situation of and assistance to Palestinian women ‘ gestemd heeft in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties ?

2. Is er behalve deze veroordeling van Israel, nog enig ander land veroordeeld tijdens deze sessie voor het schenden van vrouwenrechten?

3. Kunt u aangeven hoeveel resoluties in de VN Mensenrechtenraad en in de Economische en Sociale Raad Israël veroordelen (in de afgelopen vijftien jaar) en hoeveel resoluties de vijf meest bekritiseerde landen veroordelen?

4. Hoe vaak is bijvoorbeeld de situatie van vrouwen in Saoedi-Arabie, waar vrouwen zonder hun ‘male guardian’ helemaal niets mogen, op de agenda geplaatst en hoe vaak is dat land veroordeeld?

5. Acht u dit proportioneel?

6. Hoe heeft de regering elk van de twee punten van de aangenomen motie-Van der Staaij cs (34775, nr. 44) uitgevoerd in de VN organen waarin Nederland vertegenwoordigd is die de regering in 2017 opriep om (1) in VN-verband actief stelling te nemen  tegen lidstaten in VN-organisaties die disproportioneel agenderen tegen lsraël, en, (2) zoals de Nederlandse regering eerder gedaan heeft, onrechtvaardige resoluties af te wijzen, Kunt u bij beide agendapunten voorbeelden geven?