Man achter haataccount ‘Lodewijk Dijkstra’ veroordeeld

IN ANTISEMITISME / Door: ARON VRIELER / 11 jan 2022 FACEBOOK ONLINE

De persoon achter het nep-account ‘Lodewijk Dijkstra’ op Facebook, die tientallen mensen antisemitische dreigberichten stuurde, is vorige maand door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot 200 uur taakstraf. De beklaagde Ouassim T. (28) had het met zijn haatberichten vooral op Joden gericht, in het bijzonder op Joodse vrouwen. Zijn overduidelijk antisemitische motieven zijn door de rechter als ‘strafverzwarende omstandigheid’ aangemerkt.

Gezien de lange periode waarin T. zijn dreigberichten stuurde, het grote aantal slachtoffers, de ernst van zijn berichten en de weldoordachte rade van zijn handelen “vindt de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats”, aldus het vonnis. Daartegenover staat echter ook dat T. in de rechtszaal afgelopen 8 december spijt heeft betuigd. Hij noemde zijn daden “stupide” en “laf”. Ook werkt hij mee aan reclassering en heeft hij een baan die hij graag wil kunnen behouden, zei hij tegen de rechter. De rechtbank wil hem daarom alsnog een kans geven. Wel krijgt hij een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het verkorte vonnis is terug te lezen in de database van de Rechtspraak

Onder de slachtoffers van Ouassim T. waren Telegraaf-journalist Wierd Druk en NIW-hoofdredacteur Esther Voet. Hij stuurde ze berichten met ernstige dreigementen tegen hun leven. Het feit dat hij journalisten bedreigde, rekent de rechtbank hem extra kwalijk.

Naast publieke figuren heeft T. het vooral gemunt op sociale-mediagebruikers die een Joodse identiteit uitdragen, mensen van wie hij een Joodse afkomst vermoedde of gebruikers die hij zelf zag als ‘zionist’. Vaak ging het daarbij om vrouwen, die naast antisemitisch ook ronduit seksistisch werden bejegend en bedreigd.

Tijdens de zitting vroeg de rechtbank herhaaldelijk naar de motieven van T., maar hij gaf niet meer prijs dan dat hij uit frustratie handelde. Op de vraag of hij de Palestijnse zaak een warm hart toedraagt – het thema van veel van zijn haatberichten – antwoordde hij dat hij geen standpunt heeft in het conflict. De rechtbank vindt de antwoorden niet verhelderend en stelt: “niet anders kan zijn dan dat verdachte met het uiten van zijn bedreigingen en beledigingen een antisemitisch motief heeft gehad”.

Deel aanklachten niet-ontvankelijk vanwege ondeugdelijke procedure

Een aanzienlijk deel van de rechtszaak heeft zich toegespitst op beledigingen als klachtendelicten. Als online discriminatoire uitingen als privébericht worden verzonden, en niet als openbaar bericht, worden ze in juridische zin niet beschouwd als groepsbelediging (art. 137c in het Wetboek van Strafrecht) maar als ‘eenvoudige belediging’ (art. 266 in het Wetboek van Strafrecht). De meeste van de antisemitische berichten waarvoor T. terechtstond betreffen eenvoudige beledigingen, waarvan een groot deel via het CIDI-meldpunt is verzameld voor het strafdossier.  

Bij klachtendelicten geldt dat wanneer een slachtoffer strafvervolging wenst, hij of zij dat expliciet moet aangeven binnen drie maanden na kennis te hebben genomen van de belediging. Zelfs het doen van aangifte bij de politie is op zichzelf eigenlijk niet genoeg: volgens de wet moet zwart op wit een verklaring te vinden zijn dat iemand ook vervolging van de verdachte wenst, voordat die überhaupt kan worden ingezet. 

CIDI vindt dit een nodeloze juridische horde. Het OM mocht van de rechter daardoor berichten die aan sommige mensen zijn verstuurd niet gebruiken. In vakjargon heet dit niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot berichten tegen vijf melders. Alle berichten waren in de trant van “er is een nieuwe gasdouche voor je beschikbaar, kankerneus”, “Adolf Hitler had gelijk, hij was alleen jou vergeten” en “Hey Cohen, moet jij de gaskamer niet in?”. Omdat bij de aangifte niet expliciet strafvervolging is gevraagd, kon de rechter niet anders oordelen dan dat de meldingen op zichzelf geen wens tot vervolging bewezen. Toen de formalistische tekortkoming maanden later aan het licht kwam, bleken de melders meer dan bereid te verklaren zich achter de aangifte van CIDI te scharen, maar het mocht niet baten, de drie maanden waren reeds verstreken.

Een vrouw die aangifte wilde doen van de bedreigingen werd bij de politie weggewimpeld, onder het mom van ‘we kunnen hier toch niets mee’.

Overigens werden sommige melders al met hordes geconfronteerd voordat ze zich tot CIDI wendden. Een vrouw die aangifte wilde doen van de bedreigingen werd bij de politie weggewimpeld, onder het mom van ‘we kunnen hier toch niets mee’. Ook de aangifte van CIDI vond moeilijk de weg naar het OM, omdat een behandelend rechercheteam in Den Haag de zaak al besloot op te bergen toen bleek dat het account ‘Lodewijk Dijkstra’ anoniem was. Zelfs na adviesvragen van CIDI aan de politie en OM in deze grote zaak, werd er niet gewezen op het klachtenvereiste.

Een van de uitdagingen in de aanpak van antisemitisme in Nederland is de lage bereidheid om aangifte te doen van strafbare discriminatie. Veel slachtoffers en getuigen hebben weinig vertrouwen dat een aangifte iets oplevert en vinden het proces omslachtig. Dit terwijl meldingsbereidheid, ook bij de politie, de kern is van een effectieve aanpak van discriminatie in de maatschappij. Enerzijds stelt het autoriteiten in staat om een goed beeld te krijgen van de aard en omvang van het probleem, terwijl mensen anderzijds met hun melding het signaal geven discriminatie niet te tolereren.

Online haat: wel degelijk strafbaar

Niets toont de verruwing van de samenleving zo duidelijk als het gemak waarmee sommigen de meest haatdragende beledigingen en dreigementen de wereld in slingeren. Niet alleen publieke figuren worden door dreigementen beperkt in hun functie, ook ‘gewone’ sociale mediagebruikers krijgen dikwijls te maken met virulent antisemitisme, seksisme, homohaat, racisme of moslimhaat.  

Niets toont de verruwing van de samenleving zo duidelijk als het gemak waarmee sommigen de meest haatdragende beledigingen en dreigementen de wereld in slingeren.

Soms bestaat de indruk dat er weinig tot niets tegen gedaan kan worden wanneer daders zich achter een anoniem account verbergen. Dat is echter een misvatting, blijkt ook uit de zaak tegen ‘Lodewijk Dijkstra’. Terwijl de Haagse politie niet tot vervolging wilde overgaan en het account uit de lucht haalde, kon een gespecialiseerd team voor digitale opsporing van de Amsterdamse politie bij Facebook voldoende gegevens van de dader vorderen om hem aan te houden, wat uiteindelijk tot de veroordeling van T. heeft geleid. Deze zaak heeft procedurele en organisatorische problemen blootgelegd bij politie en justitie, maar ook het vermogen om veel meer te doen om haatmisdrijven op de sociale media aan te pakken.