Minister Grapperhaus blijft helder na vragen Kuzu over IHRA-definitie

In juli stelde het Kamerlid Tunahan Kuzu (DENK) enkele Kamervragen aangaande de IHRA-werkdefinitie over antisemitisme en het gebruik daarvan door het Openbaar Ministerie en de Politie. In de beantwoording van de vragen is minister Ferd Grapperhaus (CDA) helder, hij is het met Kuzu oneens dat de definitie op enige wijze gebruikt zou worden om kritiek op Israël de mond te snoeren.

Minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus. Bron foto: @ferdgrapperhaus / Twitter.

De minister is duidelijk over het feit dat de werkdefinitie een niet-juridisch bindend hulpmiddel is. Het is dus puur bedoeld om enkele voorbeelden te geven waarmee het makkelijker is om antisemitisme te herkennen en te registreren. De definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance is dan ook nooit als juridisch bindend bedoeld geweest en de opstellers zijn hierover vanaf het begin duidelijk geweest.

Het gebruik van de werkdefinitie door Justitie en de Politie leidt niet tot een inperking van de vrijheid van meningsuiting, aldus Grapperhaus. De notie van Kuzu, die stelt dat met deze werkdefinitie de mogelijkheid om Israël te bekritiseren beperkt wordt, wordt stellig door de minister ontkend. Ook is Grapperhaus het met Kuzu oneens dat de IHRA-werkdefinitie op enige wijze wordt gebruikt om kritiek op Israël de mond te snoeren.

In november 2018 sprak de Tweede Kamer haar steun uit voor de IHRA-definitie. Met een motie verzocht een meerderheid van het Nederlandse parlement de regering “steun te verlenen aan het hanteren van de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.” Ten uitvoer van deze motie heeft de Minister van Justitie en Veiligheid “de indicatoren uit deze definitie gedeeld met politie en OM, zodat deze bij het opnemen van een aangifte meegewogen kunnen worden in het oordeel of sprake is van groepsbelediging, haatzaaien, of een discriminatoir aspect bij een commuun delict (codis).”

Het inzetten van de werkdefinitie door Justitie en Politie – op niet-bindende wijze – moet puur een indicatie geven om eventueel verder onderzoek te doen naar discriminerende uitingen of delicten. De minister is daarentegen (nog) niet van plan om deze definitie in wetgeving op te nemen. Grapperhaus concludeert in zijn beantwoording dat in een volwassen democratie er ruimte moet zijn om over antisemitisme te debatteren, zolang dit gebeurt binnen de grenzen van de wet.