Minister Grapperhaus: verkoop nazipropaganda via internet “ongewenst”

Minister van van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus heeft geantwoord op Kamervragen over de verkoop van nazipropaganda in Nederland. “In voorkomende gevallen zal het Openbaar Ministerie bij de verspreiding van dergelijk materiaal conform de aanwijzing discriminatie optreden.

Dat schrijft de minister in zijn antwoord op de vraag of de verkoop haatzaaien bevorderen. De Kamervragen werden gesteld door PvdA-Kamerlid Attje Kuiken naar aanleiding van een bericht in EenVandaag, waarin getoond werd dat de webwinkel AliExpress voorwerpen met nazipropaganda te koop aanbiedt, zonder enige waarschuwing in de context.

“Juist in een tijd dat antisemitisme toeneemt moet je tegen dit soort smakeloze uitingen optreden”, lichtte Kuiken haar Kamervragen toe. 

Op de Chinese webwinkel zijn producten te koop die het naziverleden verheerlijken, waaronder zelfs afbeeldingen die door de Nazi’s als propaganda werden gebruikt. Zo bevatte de site een advertentie van de propagandaleus “Die Juden sind unser Unglück” (“de Joden zijn ons ongeluk”), zonder enige beschrijving om het in historische context te plaatsen.

Niet toekomstbestendig

Het Nederlandse strafrecht kent een verbod het verspreiden van discriminerende uitingen anders dan voor zakelijke berichtgeving. Hieronder vallen dus ook voorwerpen vallen die het naziverleden verheerlijken, tenzij ze bijvoorbeeld een educatief doel dienen, zoals bijvoorbeeld het leren herkennen van antisemitische stereotypen.

Met zijn antwoord onderkent de minister dat de verkoop van AliExpress een probleem is. “Ik acht de verkoop van antisemitisch getinte posters om redenen anders dan educatie of cultureel-historische motieven ongewenst en discriminatoir”, zo laat hij weten. Verder: “In voorkomende gevallen zal het Openbaar Ministerie bij de verspreiding van dergelijk materiaal conform de aanwijzing discriminatie optreden”.

Het achterwege laten van een gerichte aanpak is echter waarschijnlijk inefficiënt en niet toekomstbestendig. De verkoop van discriminerende literatuur of voorwerpen met een haatdragende boodschap zonder verantwoordelijke context beperkt zich zeker niet tot de winkel AliExpress.

Hoewel deze na het bericht van EenVandaag een reeks mogelijk strafbare productpagina’s offline haalde, bestaan vergelijkbare problemen ook op vele andere veilings-, verkoops- en tweedehandswebsites die in Nederland actief gebruikt worden. Zo biedt Bol.com nazistische literatuur van white supremacist-uitgevers, en weigert het begeleidende context op de betreffende pagina’s te plaatsen, ondanks vele handreikingen daartoe van CIDI. Het doen van aangifte (nodig om de huidige aanpak in werking te zetten) haalt in de meeste van deze gevallen weinig uit, omdat opsporing vaak langzaam en inefficiënt is.

Het is te verwachten dat de problematiek van ongeoorloofde online verkoop alleen maar toe zal nemen, omdat het een direct resultaat is van zich ontwikkelende technologieën. Het is daarom tijd voor een gerichte aanpak, waarbij partijen die verdienen aan handel in haat daar niet mee weg kunnen komen.