Minister Zijlstra geeft duidelijkheid over Hollandse maand bij Shufersal

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInDigg thisShare on RedditEmail this to someonePrint this pageDeel dit

Naar aanleiding van vragen over Nederlandse steun aan een promotiemaand van een Israelische supermarktketen die ook zaken doet in nederzettingen, heeft minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.

Tijdens de Hollandse maand worden bij de Israelische supermarktketen Shufersal Nederlandse producten belicht. Naar aanleiding van deze promotiemaand en de vermeende steun van de Nederlandse ambassade daaraan, vroeg SP-Kamerlid Sadet Karabulut om duidelijkheid tijdens het plenaire debat over de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Voor Karabulut was het probleem met name dat de supermarktketen ook actief is in Israelische nederzettingen. Dit is volgens haar in strijd met het Nederlandse ontmoedigingsbeleid. Tijdens het debat antwoordde minister Zijlstra dat naar zijn weten de “Hollandse” producten alleen te koop waren in supermarkten op soeverein Israelisch grondgebied, en niet in nederzettingen.

Al snel doken echter foto’s op van de desbetreffende producten en gerelateerd promotiemateriaal in Shufersal-zaken in nederzettingen. Hierdoor werden de vraagtekens bij de “Hollandse maand” alleen maar groter. Uit de brief die minister Zijlstra vandaag naar de Kamer heeft gestuurd, blijkt echter dat de Nederlandse steun voor de promomaand niet zo groot is als aanvankelijk gedacht.

In het epistel van de Buitenlandse Zaken-bewindvoerder komt naar voren dat Shufersal zelf de producten heeft gekozen en ook zelf verantwoordelijk is geweest voor de promotie en de distributie van de Hollandse maand. Wel is de supermarktketen in contact geweest met de Nederlandse ambassade over het zoeken naar mogelijke sponsoren in het Nederlandse bedrijfsleven. Hierop is de ambassade in contact geweest met een viertal bedrijven, die uiteindelijk geen interesse hadden. 

Zowel Shufersal als de bedrijven in kwestie zijn door de ambassade geïnformeerd over het Nederlandse ontmoedigingsbeleid. Belangrijk is hier het verschil tussen ontmoediging en boycot. De Nederlandse regering hanteert weliswaar een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van zaken doen met bedrijven die actief zijn in de nederzettingen, maar van een handelsban is geen sprake. De afwijzing van een dergelijke boycot wordt dan ook in de brief door Zijlstra herhaald.

Bedrijven bepalen zelf welke activiteiten zij ontplooien en met welke partners zij samenwerken. Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij in het buitenland de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen naleven, waarin de verantwoordelijkheid van bedrijven om mensenrechten te respecteren is opgenomen. In het kader van internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) wordt van Nederlandse bedrijven verwacht dat zij op basis van deze eigen verantwoordelijkheid, met inachtneming van de OESO Richtlijnen, tot afgewogen besluiten komen waarover zij bereid zijn publiekelijk verantwoording af te leggen.

De Nederlandse ambassadeur in Israel is wel aanwezig geweest bij de opening van de Hollandse maand. Deze vond plaats in Tel Aviv en op de receptie op de residentie die daarop volgde, waren alleen werknemers van het Shufersal-hoofdkantoor in Rishon Lezion uitgenodigd. Volgens Zijlstra is hiermee de betrokkenheid van Nederland bij de promomaand in lijn met het Kabinetsbeleid.