Nederland investeert wederom in Israelisch-Palestijnse coëxistentie

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken investeerde in 2018 circa een half miljoen euro in Israelisch-Palestijnse verzoeningsprojecten. De investering volgt uit een in 2014 aangenomen amendement van Joël Voordewind (CU) en Kees van der Staaij (SGP), dat door het nieuwe kabinet werd overgenomen als staand kabinetsbeleid.

Dat blijkt uit een brief die CIDI na een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) in bezit kreeg. Om welke organisaties en projecten het precies gaat is onbekend: vanwege de veiligheid van de deelnemers kan dit volgens het ministerie niet openbaar worden gemaakt.

Dialogen
“Dit amendement, aangenomen tijdens de vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2015, verzocht het kabinet om middelen beschikbaar te stellen voor projecten die samenwerking en verzoening van onderop bevorderen in het Midden-Oosten. Het kabinet heeft in de daaropvolgende jaren deze inzet overgenomen als staand kabinetsbeleid, en stelt jaarlijks middelen beschikbaar voor deze verzoeningsprojecten”, aldus het ministerie.

“Deze initiatieven brengen Israeliers en Palestijnen met elkaar in contact middels dialogen en andersoortige interventies, met als doel het onderlinge begrip te bevorderen en zo de kans op vrede te vergroten.” Dit doel is tevens opgenomen in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III. CIDI had de formerende partijen eerder per brief opgeroepen om dergelijke vredesinitiatieven te ondersteunen, en juicht de aanhoudende steun dan ook van harte toe.

‘Diverse projecten vertrouwelijk’
Om precies te zijn investeerde het kabinet vorig jaar 489.151 euro in coëxistentieprojecten. Welke initiatieven kunnen rekenen op steun van de Nederlandse regering, wordt niet openbaar gemaakt. In de Mensenrechtenrapportage 2018 rubriceerde het ministerie de subsidies al onder ‘diverse projecten vertrouwelijk’. In reactie op CIDI’s Wob-verzoek laat Buitenlandse Zaken weten de details niet openbaar te maken: openbaarmaking zou de projecten in kwestie kunnen schaden.

“De organisaties waar uw verzoek betrekking op heeft – organisaties die door het kabinet worden gesteund bij hun inzet om Israeliers en Palestijnen met elkaar te verzoenen en zo de kans op ‘vrede van onderop’ te vergroten – hebben het kabinet verzocht om de steun vertrouwelijk te behandelen”, schrijft het ministerie. “Niet alleen om de kans op vruchtbare verzoeningsdialogen te vergroten door de kans te verkleinen dat het initiatief te maken krijgt met negatieve publiciteit, maar ook om de veiligheid van de Israelische en Palestijnse deelnemers en de faciliterende rechtspersonen te borgen.”

Wel gingen diverse leden van de Tweede Kamer, waaronder Joël Voordewind en Martijn van Helvert (CDA), al op bezoek bij de projecten in Israel en de Palestijnse gebieden. In een video van de ChristenUnie is bijvoorbeeld te zien hoe het project Seeds of Hope wordt bezocht.

Represailles
Dat Palestijnen die welwillend staan tegenover coëxistentie met Israelische Joden last kunnen krijgen van represailles, werd deze week opnieuw pijnlijk duidelijk. Woensdag kreeg een Palestijn, die de levens van twee Israelische kinderen (14 en 15) wist te redden na een terreuraanslag, uit noodzaak een permanente verblijfsvergunning in Israel. Nadat hij in 2016 de terreurslachtoffers uit hun autowrak hielp en eerste hulp verleende, kreeg de man te maken met doodsbedreigingen van andere Palestijnen. Ook raakte hij zijn baan bij de Palestijnse Autoriteit kwijt.

Het is slechts één van de talloze voorbeelden. Begin juni werd ook al een PA-burgemeester ontslagen omdat inwoners van een nabijgelegen nederzetting de bruiloft van zijn zoon bezochten. Vorige maand viel de Palestijnse Autoriteit het huis van een Palestijnse zakenman binnen vanwege zijn deelname aan Trump’s economische vredesconferentie in Bahrein. Zijn paspoort en creditcards werden ingenomen. Volgens de PA is vreedzame coëxistentie ongewenst, omdat dit zou leiden tot de ‘normalisatie’ van Israels bestaan.

Afbeelding: Remco van de Pol.