OM eist taakstraf tegen Van Doorn voor opruiende uitspraken

Tegen het Haagse gemeenteraadslid Arnoud van Doorn is een taakstraf geëist voor opruiende uitingen die hij deed op Twitter. Dat heeft de Officier van Justitie bekendgemaakt in de strafzaak die vandaag diende aan de Rechtbank Den Haag. CIDI deed in 2018 aangifte van een uitspraak waarbij hij twitterde: “Vandaag in Palestina weer tientallen jonge mensen door kogels van de zionistische bezettingsmacht vermoord. Het wordt druk in het paradijs. Moge Allah de zionisten vernietigen”, gevolgd door emoji’s van een gebalde vuist en vuur.

Het OM stelt dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed is en breed moet worden opgevat, maar dat met die vrijheid ook verantwoordelijkheden komen. Van Doorn, die raadslid is in de gemeente Den Haag en veel volgers heeft op Twitter, zou die verantwoordelijkheid niet hebben genomen. Er wordt 120 uur taakstraf tegen hem geëist.

Volgens het OM is in de zaak bewezen dat Van Doorn opgeruid heeft in het oog van het algemene publiek. Onder de tweet is ruimschoots gereageerd door andere twitteraars dat zij in het betreffende bericht opruiing zien. Ook zou er sprake zijn van opzet, en moet de uiting van Van Doorn gezien worden in de voor hem bekende context dat gemoederen rondom het Israelisch-Palestijnse conflict ook in Europa en Nederland vaak hoog op kunnen lopen.

Van Doorn twitterde op andere momenten tevens de tekst “May allah guide or destroy the enemies of islam”, en “may allah destroy the zionists”. In totaal ziet het OM dus drie feiten om Van Doorn voor te vervolgen.

Van Doorn noemt het een “politiek proces”. Hij en zijn advocaat voeren aan dat zijn uiting niet bedoeld zou zijn tegen Joden in het algemeen. Volgens Van Doorn “zien de meeste Joden zichzelf niet als zionist”, of hebben zij zelfs een “afkeur” voor het zionisme.

Het OM trekt dit in twijfel, en herinnert eraan dat Van Doorn eerder naar Joodse bestuurders openlijk in verband heeft gebracht met het zionisme.

Verdediging: uiting betreft ‘smeekbede’

Van Doorn en zijn advocaat voeren aan dat er geen sprake kan zijn van opruiing. Zij beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting. De formulering ‘moge allah’ leidt volgens hen een smeekbede in de islamitische theologie. Dat zou nadrukkelijk niet betekenen dat mensen worden opgeroepen tot bepaald handelen. De advocaat suggereerde zelfs dat de rechtbank een theoloog zou moeten raadplegen om hierover verheldering te verschaffen.

Deze uitleg strookt niet met de claim van Van Doorn dat het merendeel van de ontvangers van zijn boodschap “normale, weldenkende mensen” zijn, die geen opruiing lezen in de tweet. Daarbuiten ziet hij ‘trollen’ die moedwillig zijn woorden zouden verdraaien uit haat tegen hem of de islam. Van Doorn schaart CIDI daar expliciet onder. Het OM voert aan dat de uiting inhoudelijk moet worden beoordeeld, en dat interpretaties achteraf er minder toe doen.

De advocaat voert tevens aan dat de tweet inmiddels drie jaar oud is, en dat de rechtbank op dit moment andere prioriteiten zou moeten hebben. Het OM heeft echter aangegeven dat vertragingen in het proces kwamen doordat Van Doorn bij eerdere dagvaardingen was verhinderd, waarna de coronamaatregelen het proces vertraagden.

CIDI: goed dat het OM een grens trekt

De zaak tegen Van Doorn is aangespannen naar aanleiding van aangifte door CIDI en door een burger, die de uitingen ook als opruiend opvatte. CIDI vindt het bemoedigend dat het OM besloten heeft om in deze zaak te vervolgen.

De uitspraak volgt op 28 september.