Parlement Frankrijk behandelt wet haatspraak sociale media

In het Franse parlement wordt deze week gedebatteerd over een wet die sociale-mediabedrijven ertoe moet brengen haatspraak effectiever aan te pakken. De wet lijkt veel op een aanpak die twee jaar geleden in Duitsland werd ingevoerd en erg controversieel is. Een EU-brede aanpak blijft uit en roept de vraag op welke stappen elders genomen zullen worden om het probleem van online haatspraak het hoofd te bieden.

De “wet gericht op het bestrijden van haat op internet” is ingediend door de parlementariër Laetitia Avia van LREM, de partij van president Macron. Zelf is ze van Togolese afkomst, en is ze vanwege haar huidskleur vaak het doelwit van haatspraak op sociale media.

Volgens haar legt sociale-mediagebruik een structureel racismeprobleem bloot. “Ik zou critici van deze wet graag een dagje mijn twitter-account geven om hun ogen te openen”, licht ze haar motief toe. “Als iemand in de bus ‘vuile zwarte!’ roept, zou iedereen de chauffeur vragen diegene uit de bus te zetten. Deze wet voorziet dat duidelijk haatdragende commentaren binnen 24 uur verwijderd worden”.

Momenteel is dat niet het geval en lijken sociale media een katalysator van haatspraak te zijn. Volgens een enquête ervaart bijvoorbeeld zo’n 89% van de Joodse EU-burgers antisemitisme op het internet. Het digitale domein staat bovendien niet op zichzelf, en online haatspraak heeft ook uitwerkingen daarbuiten. Zo worden sociale media vaak een rol toegeschreven bij de radicalisering van daders van de recente terroristische aanslagen in de VS en Nieuw-Zeeland.

De Franse president Macron heeft al eerder de ambitie geuit om sociale-mediabedrijven een actievere rol te laten spelen in het tegengaan van haatspraak. Deze ambitie herhaalde hij tijdens een toespraak voor de Frans-Joodse belangenorganisatie CRIF eerder dit jaar, toen duidelijk werd dat het aantal geregistreerde antisemitische incidenten in het land vorig jaar met een duizelingwekkende 74% was toegenomen.

De door Avia ingediende wet bevat aanbevelingen van zowel CRIF als van de Algerijns-Franse Karim Amellal, een vooraanstaand professor op het gebied van discriminatie.

Controverse wet op sociale media
De wet die in behandeling is beoogt sneller optreden van sociale-mediabedrijven door boetes mogelijk te maken wanneer gerapporteerde haatspraak niet tijdig verwijderd of geblokkeerd wordt. Bij overtreding riskeren de bedrijven boetes van een bedrag tot maar liefst 4% van hun wereldwijde inkomen.

Een veel genoemd kritiekpunt is dan ook dat de aanpak censuur in de hand werkt, omdat de bedrijven uit angst voor de boetes te snel overgaan tot verwijdering, ook bij commentaren waarmee de wet niet overtreden wordt. Volgens Avia houdt de wet hier rekening mee, en is ze beter toegespitst op haatdragende commentaren dan de Duitse versie. Ook menen critici dat de wet praktisch bijna onuitvoerbaar is (gezien het grote aantal en soort haatdragende commentaren) en niet de makers van haatdragende inhoud zélf aanpakken.

Nederland en EU

Nederland kent geen regelgeving op nationaal niveau die specifiek op sociale-mediabedrijven van toepassing is. In 2017 heeft de regering op verzoek van de Kamerleden Segers (CU) en Van Dam (CDA) de wenselijkheid en haalbaarheid van een boetewet naar ‘Duits model’ toegelicht. Hoewel hierin door toenmalig ministers Blok (Justitie) en Plasterk (Binnenlandse Zaken) erkend werd dat er sprake is van een “significante toename van illegale online content”, werd het Duitse model niet wenselijk geacht. In grote lijnen werd het standpunt ingenomen dat de EU-gezamenlijke aanpak effectief genoeg is.

Op internationaal niveau is door de Europese Commissie (EC) en grote sociale-mediabedrijven in 2016 een gedragscode opgesteld waarmee bedrijven aangeven sterker op te treden tegen illegale haatspraak op hun platforms. Onder andere Facebook, Twitter en YouTube hebben de gedragscode ondertekend.

De gedragscode bevat echter weinig tastbare toezeggingen van de bedrijven om haatspraak tegen te gaan. Zo wordt in het antwoord van ministers Plasterk en Blok uit 2017 veel gewezen op de ambitie om gerapporteerde haatspraak binnen 24 uur te verwijderen. Rapportages van de EC (de vierde en laatste is in februari dit jaar gepubliceerd) laten inderdaad een stijgende lijn zien in het percentage van succesvolle verwijderingen binnen deze termijn.

Critici menen echter dat de mechanismes voorhanden voor monitoring geen alomvattend beeld geven, waardoor werkelijke effecten alleen bij de bedrijven zelf bekend blijven. In praktijk zijn die vaak huiverig om veel inzicht te geven in hun gegevens, onder andere uit angst dat geavanceerde algoritmen door concurrenten gekopieerd kunnen worden.