Parlement Frankrijk neemt IHRA-werkdefinitie antisemitisme aan

Het Assemblée Nationale in Frankrijk heeft gisteren het gebruik van de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme onderschreven. Een resolutie die de regering hiertoe verzoekt werd door een meerderheid van de parlementariërs aangenomen.

Onder meer het Europees Parlement, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn Frankrijk voorgegaan in het officieel aanbevelen van de werkdefinitie antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). Hiermee staan steeds meer staten op één lijn in het bespreken van antisemitisme, een duidelijk grenzeloos verschijnsel.

Het toenemend antisemitisme heeft de Franse politiek de afgelopen maanden veel beziggehouden. In 2018 is het land weer dodelijke aanvallen met antisemitisch motief niet bespaard gebleven. In de schaduw van de gele hesjesbeweging, die ruim een jaar geleden is ontstaan, hebben talloze antisemitische incidenten plaatsgevonden. Mede daardoor hebben autoriteiten over het jaar 2018 een stijging van maar liefst 74% in het aantal antisemitische incidenten waargenomen.  

Werkdefinitie als hulpmiddel

Wat betreft de Franse president Macron was duidelijk dat de regering de trend moet omkeren. Na het zoveelste incident sprak hij voor de Joodse belangenorganisatie CRIF afgelopen februari zijn ambitie uit om de IHRA-werkdefinitie officieel te ondersteunen, en stelde hij dat modern antisemitisme zich vaak “verbergt achter het masker van antizionisme”.

De IHRA-werkdefinitie is bedoeld om dit moderne antisemitisme in de praktijk beter te kunnen ‘ontmaskeren’. Desalniettemin heeft het tevens op kritiek gestuit, zo ook in de Assemblée.

Daags voor de stemming in het Assemblée heeft een groep van 127 Joodse commentatoren een open brief ondertekend met het verzoek om tegen de resolutie te stemmen. Volgens de critici voorziet de tekst van de werkdefinitie in een gelijkstelling van antizionisme aan antisemitisme.

Naast een algemene definitie bevat de tekst van de IHRA een aantal voorbeelden van antizionisme, waarachter antisemitische intenties schuil kunnen gaan. Dat de voorbeelden geen blauwdruk zijn, en geen wettekst, wordt benadrukt: “kritiek op Israel die vergelijkbaar is met kritiek tegen een ander land kan niet worden beschouwd als antisemitisch.”

Ondanks dat pas vandaag het Assemblée Nationale zijn steun heeft uitgesproken voor de IHRA-definitie wordt deze al wel reeds gebruikt: volgens Franse media wordt de definitie al sinds Macrons toespraak in februari gebruikt in trainingen voor onder meer politieagenten en medewerkers van justitie.