UNESCO: Hebron en Grot van de Patriarchen zijn Palestijns erfgoed

   

Vandaag bewees de UNESCO opnieuw dat het niet de bewaker is van het cultureel erfgoed van de wereld maar een politiek instrument. De cultuurorganisatie van de Verenigde Naties verklaart de stad Hebron tot “islamitische stad”, inclusief de Grot van de Patriarchen, waar volgens zowel het Joodse als het Islamitische geloof de Joodse aartsvaders Abraham, Izaäk en Jacob zijn begraven. UNESCO stelt dat dit “Palestijns erfgoed” is en in gevaar verkeert. Zo’n besluit is historisch onjuist en slecht voor de relatie tussen Joden en Moslims.

Dit is een besluit van de  wereld-erfgoedcommissie van de UNECO die momenteel (begin juli 2017) vergadert in Warschau. Twaalf landen hebben het voorstel van de Palestijnse delegatie ondersteund met hun stem. Slechts drie landen hebben tegen het voorstel gestemd. Zes landen onthielden zich van stemmen. 

Het besluit bestaat uit twee delen:

  1. (De oude stad van) Hebron en de Grot van de Patriarchen vormen een Palestijns erfgoedgebied en zullen als zodanig bij Unesco worden geregistreerd.
  2. (De oude stad van) Hebron en de Grot van de Patriarchen verkeren in gevaar en zullen derhalve jaarlijks door de wereld-erfgoedcommissie worden gecontroleerd. 

 

Financiële middelen worden overigens niet vrijgemaakt om dit erfgoed te onderhouden. 

Hebron is voor Joden, na Jeruzalem, de belangrijkste stad in religieuze zin. Volgens het Joodse geloof zijn in de Grot van de Patriarchen de drie aartsvaders begraven, evenals drie van de vier aartsmoeders, te weten Sara, Rebekka en Lea. Rachel heeft haar “eigen” graf in Bethlehem. Volgens de overlevering heeft Abraham de grot gekocht om hem als graf te gebruiken. Het gebouw boven de grot stamt waarschijnlijk uit de periode van de 2e tempel (4de eeuw v. Chr.).  Het gebied is vaak in andere handen (en godsdienst) overgegaan. De Byzantijnen (4e-7e eeuw) bouwden er een basiliek, de Moslims hebben het gebouw veranderd in een moskee, de Ibrahim-moskee. Moslims eren ook de Joodse aartsvaders, en Abraham (Ibrahim) als vader van Ismael in het bijzonder.

Net als in andere historische steden in Israël hebben Joden altijd in Hebron gewoond, in wisselend aantal. De verhouding met hun Moslim-buren is niet altijd goed geweest. Ook was het voor Joden niet altijd toegestaan om in de grot te komen bidden. Dieptepunt was de pogrom van 1929, toen 67 van de 800 Joodse inwoners van Hebron vermoord werden, waarna de overlevenden uit de stad zijn verdreven.  

Sinds de verovering door Israël in juni 1967 is het voor zowel Joden als Moslims toegestaan om in de grot te komen bidden. In 1968 heeft Israël de controle over het gebied van de plaatselijke Kadi (Islamitische autoriteit) overgenomen. Dit verliep en verloopt niet zonder problemen. Sinds in 1994 de Joodse arts Baruch Goldstein 29 Moslim-gelovigen doodschoot hebben de autoriteiten het gebied gesplitst in twee delen, voor enerzijds Joden en anderzijds Moslims.

Ook het centrum van de stad Hebron is een voortdurend toneel van conflict. Joodse kolonisten hebben zich in voormalig Joods bezit gevestigd en wonen in het centrum van de stad. Dit tot groot ongenoegen en ongemak van de plaatselijke Palestijnse inwoners, die door de aanwezigheid van de Joodse kolonisten sterk worden beperkt in hun bewegingsvrijheid. De relatie tussen de groepen is slecht, en de situatie zeer gespannen. De Joodse inwoners behoren tot de meest fanatiek-religieuze groepen van de Israëlische samenleving.

Hebron is een van de brandhaarden van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Toch, het ontkennen van de kern van de discussie: de religieuze en historische aanspraken van beide partijen is onjuist en bovendien contraproductief.

Lees de UNESCO tekst waarover is gestemd. Lees meer over  de grot van de Patriarchen in Wikipedia.