Blok: Iran aanspreken op dreigende vernieling Joodse tombe niet nodig

Minister Blok (Buitenlandse Zaken) ziet geen noodzaak om Iran aan te spreken op de dreigende vernieling van de historische Joodse graftombe van Ester en Mordechai in Hamadan. Volgens Blok wordt de plek adequaat beschermd middels nationale wetgeving, omdat de tombe als cultureel erfgoed geregistreerd zou staan. Dat schrijft de minister maandag in antwoord op Kamervragen van Raymond de Roon (PVV).

Een Iraanse militie riep vorige maand op het mausoleum te verwoesten. In een verklaring zeiden militante studenten, verbonden aan de Iraanse Revolutionaire Garde, de tombe om te willen bouwen tot een Palestijns consulaat. Kort na het verschijnen van de publicatie probeerden leden van de Iraanse paramilitaire militie Basij de tombe te bestormen. De studenten noemen het een “waarschuwing aan het Amerikaanse terroristische regime en de Zionistische agressor”.

De bestorming kwam uitgerekend een maand voordat Joden wereldwijd Poeriem vieren, het feest waarop het verhaal van koningin Ester en Mordechai centraal staat. Het Bijbelboek Ester vertelt hoe het tweetal, ongeveer 450 jaar voor de gangbare jaartelling, de Joden in het Perzische rijk wist te redden van een massamoord. Volgens sommigen werden Ester en Mordechai na hun dood begraven in Hamadan, circa 360 kilometer ten zuidwesten van Teheran. Het mausoleum is al eeuwenlang een bedevaartsoord voor Perzische Joden.

De mogelijke sloop van de historische tombe in Hamadan was voor Raymond de Roon reden om opnieuw Kamervragen in te dienen. Het PVV-Kamerlid stelde in 2011, samen met het CDA en de SGP, ook al vragen over vergelijkbare dreigementen door de Basij-militie. Destijds wees minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken het Iraanse regime op het belang van het waarborgen van de veiligheid en de mensenrechten van religieuze minderheden. Blok ziet daar nu echter geen aanleiding voor.

‘Adequaat beschermd’

Volgens de huidige minister staan de graftombes nog steeds geregistreerd als cultureel erfgoed bij de Iraanse overheidsorganisatie voor cultureel erfgoed. Hoewel dat door verschillende bronnen wordt weersproken, is de vermeende registratie voor Blok voldoende om aan te nemen dat de laatste rustplaats van Ester en Mordechai geen gevaar loopt. Blok voelt daarom weinig voor de oproep van de PVV om er bij de Iraanse autoriteiten op aan te dringen dat “heilige plaatsen zoals de Joodse graftombes te allen tijde behouden en beschermd dienen te worden”. “Nu de graftombes reeds adequaat beschermd worden middels nationale wetgeving, lijkt hiertoe geen noodzaak te bestaan,” zo luidt zijn antwoord.

Ook claimt Blok dat de Iraanse autoriteiten, “voor zover bekend”, niet hebben gereageerd op de oproep van de Basij om de graftombe te slopen. Die stellingname is opvallend, omdat hij in dezelfde antwoorden ook onderkent dat de Basij een onderdeel is van de Iraanse Revolutionaire Garde, dat rechtstreeks onder ayatollah Khamenei valt. “De Basij-militie is sinds 1981 formeel ingelijfd in de Islamitische Revolutionaire Garde Corps (IRGC) en staat sinds 2007 onder commando van de IRGC-commandant,” zo bevestigt de minister. Het regime spreekt wellicht niet openlijk zijn steun uit voor het verwoesten van Joods erfgoed, maar heeft wel degelijk het commando over de militie die daartoe oproept.

UNESCO-handvest

UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, doet overigens wat minister Blok nalaat. Het Simon Wiesenthal Centrum stuurde de organisatie eind februari een brief met de vraag de Iraanse en Palestijnse afgevaardigden te schorsen. Dreigen met het verwoesten van cultureel erfgoed is volgens de bekende Joodse mensenrechtenorganisatie in strijd met het UNESCO-handvest. De directeur-generaal van UNESCO heeft volgens het Simon Wiesenthal Centrum toegezegd de situatie te zullen bespreken met de Iraanse vertegenwoordiger, ondanks dat de tombe van Ester en Mordechai niet op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Afbeelding: Ministerie van Buitenlandse Zaken